Zoetstoffen & veiligheid

Zoetstoffen mogen alleen in voedingsmiddelen worden gebruikt als duidelijk is dat ze veilig zijn. Aan de veiligheid van levensmiddelen worden hoge eisen gesteld. Wanneer is een stof ‘veilig’?

édulcorants-sécurité-alimentaire

Zoetstoffen worden steeds meer toegepast in voedingsmiddelen. Om dit in goede banen te leiden stelt de Europese Unie strenge eisen aan de toelating en de toepassing. Deze eisen worden met regelmaat tegen het licht gehouden en zo nodig bijgesteld. Toch bestaat er bij sommigen ongerustheid over de veiligheid van producten met zoetstoffen. Deze emoties worden gevoed door verwarrende berichten in de media en op internetsites. Voor alle toegelaten zoetstoffen geldt echter dat zij door onafhankelijke wetenschappers uitgebreid zijn beoordeeld. Pas als de veiligheid bij levenslang dagelijks gebruik onder de ADI met voldoende zekerheid is aangetoond, mogen ze worden toegepast.

Hoe weten we of zoetstoffen veilig zijn?

Als je het goed beschouwt is geen enkele stof helemaal zonder risico, of het nu om een natuurlijke stof of om een door de mens samengestelde stof gaat. Er is altijd een bovengrens waarboven de veiligheid niet langer gegarandeerd is. Bekende voorbeelden zijn dat je ook door te veel water, te veel zout of te veel vitamines gezondheidsschade kunt oplopen.

Van veel natuurlijke stoffen is niet precies bekend tot welke hoeveelheid zij zonder gezondheidsproblemen gebruikt kunnen worden. Voor zoetstoffen is dit uitgebreid onderzocht en beoordeeld. Pas als de veiligheid van een stof bij dagelijks gebruik onder de ADI met voldoende zekerheid is aangetoond in wetenschappelijke onderzoeken, kan een stof worden toegelaten voor gebruik in levensmiddelen. Vervolgens moet ook in de levensmiddelenwetgeving worden vastgelegd dat de stof mag worden gebruikt, in welke producten het mag worden gebruikt en hoeveel er maximaal aan die producten mag worden toegevoegd.

Wetenschappelijke beoordeling

In Europa worden alle zaken die te maken hebben met voedsel en voedselveiligheid beoordeeld door een organisatie die bestaat uit onafhankelijke Europese wetenschappers, de Europese Voedselautoriteit EFSA (European Food Safety Authority). De EFSA is in 2003 in het leven geroepen door het Europees Parlement. Tot 2003 werd deze veiligheidsbeoordeling gedaan door de voorloper van de EFSA, de Europese Scientific Committee on Food (SCF). Ook op wereldniveau is er zo’n wetenschappelijke commissie: de Joint FAO/WHO Expert Scientific Committee on Food Additives (JECFA) van de World Health Organisation (WHO).

Geen gevaar voor overconsumptie in België

De consumptie van intensieve zoetstoffen in België wordt wetenschappelijk opgevolgd. Zo blijkt uit een studie die in 2011 werd uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), op vraag van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, dat de consumptie van intensieve zoetstoffen onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft en zonder risico voor de gezondheid wordt beschouwd. Dit geldt ook voor diabetici en consumenten die vaak “light” producten verbruiken.