Home › Je vragen, onze antwoorden › Gezondheid en veiligheid

FAQ

Gezondheid en veiligheid

31 vragen over dit thema. Onze vragen en antwoorden zijn gerangschikt per categorie.

Gezondheid en veiligheid

Wat zijn lightdranken juist?

‘Light’, ‘suikerarm’ en andere synoniemen werden lang te pas en te onpas gebruikt. Er was geen duidelijke Europese wetgeving, maar dat is veranderd in 2006! Volgens de huidige reglementering, die bepaalt wanneer een voedingsclaim mag worden gebruikt, mag drank en frisdrank ‘light’ genoemd worden als hij voldoet aan welbepaalde voorwaarden:

  • Allereerst moet duidelijk vermeld worden waarin de drank precies light is. Meestal gaat het om suiker, waardoor meteen ook de calorieën (het energiegehalte) dalen.
  • Bovendien moet de drank minstens 30% minder suikers of calorieën bevatten dan het originele product (de niet-lightdrank).

Concreet kan er van lightdranken of dranken met minder suikers of suikerarme dranken gesproken worden wanneer de dranken niet meer dan 5 g suikers per 100 ml bevatten, dit wil zeggen 20 kcal per 100 ml.

In werkelijkheid is de verlaging van het suikergehalte in dranken vaak veel groter dan de minimale 30%. Het kan gaan tot de totale hoeveelheid toegevoegde suikers die verwijderd wordt, die eventueel vervangen worden door een of meerdere laagcalorische zoetstoffen. Veel lightdranken bevatten dus zo goed als geen suikers of calorieën.

Lightdranken op basis van vruchtensap bevatten natuurlijke suikers aanwezig in het vruchtensap. Het kan dan nuttig zijn om het etiket na te kijken om na te gaan wat het suikergehalte en/of caloriegehalte is.

Lees ook: Suikers die van nature aanwezig zijn: natuurlijk suiker!

Wat is het verschil tussen zero en lightdranken?

Een lightdrank kan dus weinig of geen suikers bevatten. Het verschil tussen light en zero? “Zero” frisdrank staat voor “zero toegevoegde suikers”. Aan deze dranken wordt er dus geen enkele suiker toegevoegd. Er zijn twee mogelijkheden voor zerodranken:

  • Voor dranken die geen vruchtensappen bevatten: “zero” betekent dat de drank geen suikers bevat, en dus ook geen calorieën. In dit geval zijn er geen toegevoegde noch van nature aanwezige suikers.
  • Voor frisdrank met vruchtensappen: kan nog een kleine hoeveelheid suikers aanwezig zijn, die van nature aanwezig zijn in het fruit.

In alle gevallen, kan een frisdrank pas “zonder suikers” genoemd worden wanneer het voldoet aan het Europese reglement. Het reglement zegt dat dergelijke dranken niet meer dan 0,5 g suikers per 100 ml mogen bevatten (dit komt overeen met 1/10de van een klontje suiker).

Lees ook: Is aspartaam gevaarlijk?

Hoeveel calorieën minder dankzij lightdranken?

De vermindering van het suikergehalte in een lightdrank zal dus bepalen in welke mate de calorieën van de drank dalen.

  • Een voorbeeld: bij een frisdrank waarvan de originele versie 10% suikers bevat (100 kcal voor een glas van 250 ml), mag de lightversie wettelijk nog 70 kcal per glas van 250 ml bevatten. Als er, zoals vaak het geval is, geen suiker meer aanwezig is (het kan gaan om een light- of zerodrank), zal een glas van 250 ml niet meer dan 1 kcal Dat is belangrijk voor wie zijn suikerconsumptie of calorie-inname wil beperken zonder daarom aan smaak of genot in te boeten.

Word je dik bij het drinken van light- en zerodranken?

Nee. Indien het gaat om lightdranken of zerodranken zonder suikers, dus zonder energetische waarde, kunnen zij niet dik maken. In tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd: light- of zerodranken met laagcalorische zoetstoffen zetten niet aan tot meer eten. Natuurlijk gaan ze een minder verzadigend effect hebben dan hun gesuikerde versie, aangezien ze geen of weinig calorieën leveren. Daarentegen, kan het vervangen van gesuikerde frisdrank (die dus ook calorieën leveren) door frisdrank met zoetstoffen, in het algemeen de consumptie van calorieën gemakkelijker helpen beperken (op voorwaarde dat het verschil niet volledig gecompenseerd wordt tijdens de maaltijden en/of tussendoortjes).

Kan je met light- en zerodranken afvallen?

Light- en zerodranken hebben, net zoals water, geen vermagerend effect op zich. De meeste voedingsaanbevelingen stellen water voorop, zeker wanneer je tracht te vermageren. Toch toont onderzoek dat het vervanger van gesuikerde dranken door een light- of zerovariant (zonder suikers) een klein maar significant voordelig effect kan hebben op het gewicht, de corpulentie, de vetmassa en de levervetten.

Gesuikerde dranken, lightdranken en water: wat zijn hun effecten?

De Europese Vereniging voor het Onderzoek naar Diabetes (EASD) leidde een systematische review van klinische studies (2) met drie scenario’s in dewelke de ene drank vervangen werd met de andere:

  • Light drinken in plaats van gesuikerde dranken drinken
  • Water drinken in plaats van gesuikerde dranken drinken
  • Light drinken in plaats van water drinken

De onderzoekers selecteerden studies die, in de hiërarchie van de bewijzen, de grootste wetenschappelijke waarde hebben: de gerandomiseerde klinische onderzoeken (RCT). De interventie duurde minstens 2 weken. De mate van zekerheid werd geëvalueerd met behulp van een erkende methode: het “GRADE”-systeem (Grading of Recommendations Assessment, Development and Evaluation).

17 gerandomiseerde klinische studies beantwoordden de strenge selectievoorwaarden. In totaal betreffen de resultaten 1.733 volwassenen met overgewicht of obesitas en een risico op diabetes.

De resultaten geven aan dat het drinken van light frisdrank in plaats van gesuikerde frisdrank (12 RCT) een gewichtsreductie met zich meebrengt (-1,06 kg), een daling van de Body Mass Index of BMI (-0,32 kg/m²), een reductie van het percentage vetmassa (-0,60) en een reductie van het vetpercentage in de lever (-0,42).

Lees ook: waarom helpen zoetstoffen bij de controle van het gewicht?

Is water drinken efficiënter om af te vallen dan zero en light zonder suikers?

Het onderzoek van EASD (2) toont aan dat het vervangen van gesuikerde frisdrank door water in dezelfde richting wijst als het vervangen met frisdrank die zero of light is. Toch zijn de resultaten niet statistisch significant (er waren slechts 3 van de 17 studies die dit effect onderzochten).

Daarnaast toont dit onderzoek dat het drinken van lightdranken in plaats van water niet gepaard gaat met enig significant effect op de gemeten parameters (9 RCT’s). Ter conclusie: ook al blijft water de eerst aanbevolen drank, suggereren deze resultaten dat water niet efficiënter is voor het gewicht, in vergelijking met light frisdrank, wanneer ze gesuikerde dranken vervangen.

Het onderzoeksteam heeft ook de effecten onderzocht van de verschillende substituten op verschillende andere parameters (glycemie of bloedsuikerspiegel, vetten, bloeddruk…). Er werden geen nefaste effecten gevonden wanneer gesuikerde dranken vervangen worden door lightdranken.

De auteurs concluderen dat het drinken van lightdranken in plaats van gesuikerde dranken voor een lichte verbetering van het gewicht en de cardiometabole factoren kan zorgen. Dit, met een matig niveau van bewijs. Bijkomend onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre deze voordelige effecten van het vervangen van gesuikerde dranken door lightdranken duurzaam zijn op termijn.

Lees ook: Worden zoetstoffen voldoende onderzocht?

Gesuikerde of gezoete dranken: wat is het effect op het hongergevoel?

Wat zijn de effecten van een zoete smaak (met of zonder calorieën) of van een calorie-inname (met of zonder zoete smaak) op de eetlust en het daaruit voortvloeiende calorieverbruik? Dat probeerden onderzoekers te achterhalen in een studie (3) bij twintig gezonde deelnemers met een normaal lichaamsgewicht. Ze hanteerden hiervoor een cross-overprotocol, waarbij elke deelnemer de verschillende dranken testte tijdens meerdere sessies. De deelnemers kregen de volgende dranken toegediend in een formaat van 330 ml:

  • Water(als controle, zonder zoete smaak, zonder zoetstoffen, zonder calorie-inname)
  • Watermet 40 g glucose of 40 g suiker (zoete smaak en calorie-inname)
  • Watermet 40 g maltodextrinen (geen zoete smaak, maar met calorie-inname)
  • Watermet een zoetstof op basis van stevia (zoete smaak, maar zonder calorie-inname)

Om bepaalde biases te vermijden werden de dranken aangeboden volgens het zogenaamde ‘dubbelblindprotocol’: noch de deelnemers noch de begeleidende personen wisten welke drank er tijdens de vijf sessies werd getest.

Meer weten over honger, verzadiging en zoetstoffen

Doet de zoete smaak het hongergevoel dalen? JA!

De deelnemers moesten hun eetlust beoordelen vlak voordat ze de drank innamen, en vervolgens elk kwartier gedurende een uur. Volgens dezelfde frequentie werd ook hun bloedsuikerspiegel (hun glycemie) gemeten. Een halfuur na de drank kregen ze een lunch aangeboden waarvan ze vrij mochten opscheppen. Alles wat ze aten, werd genoteerd.

Het resultaat? Zoals te verwachten viel, leiden alleen dranken met suikers (glucose en gewone suiker) of koolhydraten (maltodextrinen) tot een verhoging van de bloedsuikerspiegel of glycemie. De eetlust werd aanzienlijk verminderd door zowel de dranken met een caloriegehalte (glucose, suiker en maltodextrinen) als door de drank zonder calorieën maar met zoetstoffen en dus zoete smaak (water + zoetstof).

Minder calorieën ingenomen met gezoete dranken

Hoe kunnen dranken met zoetstoffen de eetlust remmen? De onderzoekers stelden zich de vraag. Een voorgestelde verklaringen is dat het eetlustverlagende effect van zoetstoffen te maken kan hebben met het feit dat het lichaam, wanneer het een zoete smaak waarneemt, denkt dat het calorieën binnenkrijgt. Sommige mensen beweren dat dit fenomeen – denken dat je suiker eet terwijl dat niet zo is – uiteindelijk leidt tot meer eten, wat een van de grote mythes over zoetstoffen is.

Sterker nog, deze bewering blijkt helemaal niet correct te zijn uit onderzoek op dit gebied. Integendeel zelfs, deze studie (3) toont aan dat de zoete smaak (zowel afkomstig van suiker als van laagcalorische zoetstoffen) uiteindelijk, met of zonder calorieën, de eetlust remt. Wanneer we de ingenomen energie uit drank en lunch optellen, blijkt er geen enkel significant verschil na het drinken van water of de verschillende dranken die energie bevatten. Het enige significante verschil dat naar voren komt, is dat de drank met zoetstoffen tot een lagere totale calorie-inname leidt (drank + maaltijd) dan de andere vier dranken.

We kunnen uit deze studie nog niet besluiten dat frisdrank met zoetstoffen op lange termijn tot een verminderde calorie-inname leidt, maar het is wel weer een extra studie in het rijtje van onderzoeken die consequent aantonen dat dranken met zoetstoffen noch de bloedsuikerspiegel, noch de eetlust, noch de voedingsinname verhogen, integendeel zelfs.

Lees ook: Zoetstoffen tegen eetdrang?

Bronnen:

  • Verordening (EU) 1924/2006  inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen
  • JAMA Network Open. 2022;5(3):e222092. doi:10.1001/jamanetworkopen.2022.2092
  • Stamataki N et al. Current Developments in Nutrition 2019;3(1), nzz041.FS18-01-19.
Open deze vraag

Obesitas en andere aanverwante ziektes zoals diabetes type 2 bestrijden berust grotendeels op de aanpassing van je eetpatroon. Hoe doe je dat dan? Ontdek hier 10 onmisbare tips.

  1. Verlaag de energiedichtheid van voeding en dranken en kies voor meer voedingsproducten met een hoge voedingsdichtheid. Voedingsproducten die veel vetten en/of suikers bevatten, zoals sommige charcuterie, gebak en snoep, hebben een hoge energiedichtheid. Voedingsproducten met veel vitamines en mineralen, zoals groenten en fruit, hebben een hoge voedingsdichtheid. Door de toegevoegde suikers te beperken of te vervangen door laagcalorische zoetstoffen verlaag je de energiedichtheid van voedingsproducten.
  2. Eet bij voorkeur fruit, groenten, bonen, peulvruchten, granen, volkorengranen en vezels.
  3. Vervang verzadigde vetzuren en transvetzuren door onverzadigde vetten en vervang (bewerkte) geraffineerde koolhydraten door volkorengranen en niet-zetmeelhoudende groenten. Verzadigde vetzuren zitten in dierlijke vetten (vette soorten vlees en vleeswaren, boter enz.) en in tropische oliesoorten (zoals palmolie). Onverzadigde vetzuren komen voor in niet-vaste plantaardige oliesoorten, noten, zachte margarine enz. Geraffineerde koolhydraten zijn bijvoorbeeld producten op basis van witte bloem (brood, pasta, pizza, gebak enz.).
  4. Vermijd voedingsproducten die toegevoegde suikers en vaste vetten bevatten.
  5. Drink voldoende (1,5 liter per dag: water, koffie, thee). Vermijd het gebruik van alcoholische en suikerhoudende dranken.
  6. Eet kleine porties (let wel: de optimale portiegrootte varieert van persoon tot persoon).
  7. Eet op regelmatige tijdstippen (ochtend, middag en avond).
  8. Vermijd om ’s nachts te eten of tussen de maaltijden door te snacken. Beperk jezelf tot maximaal 2 of 3 gezonde tussendoortjes per dag.
  9. Bereid je maaltijden met behulp van gezonde kooktechnieken. Denk aan koken in water, stomen en bakken in de oven of in een pan met weinig tot geen vetstof.
  10. Eet dagelijks zuivelproducten of met calcium verrijkte alternatieven op basis van planten of groenten.

Ref. : aangepast van Belgian Association for the Study of Obesity (BASO) –  Consensus 2020

Open deze vraag

Er bestaat niet één ideaal gewicht per persoon, maar wel een zone waarin je je moet bevinden om een zogenaamd gezond gewicht of streefgewicht. Zo bepaal je het. 

De gezondheidsinstanties, zowel nationale (Hoge Gezondheidsraad, Sciensano…) als Europese (EFSA) en internationale (WHO), gebruiken de Body Mass Index (BMI) om te bepalen of een volwassen persoon een normaal gewicht heeft of niet. Het normale gewicht komt overeen met een gewichtszone waarin de gezondheidsrisico’s het laagst zijn, en daarom spreekt men ook van een gezond gewicht of streefgewicht. 

De BMI wordt berekend op basis van het gewicht en de lengte volgens de volgende formule : 

 BMI = Gewicht (kg)/Lengte² (m²) 

 Iemand die 65 kg weegt en 1,6 meter groot is  heeft een BMI van: 65 / (1,6 x 1,6) = 25,4 kg/m². 

 Het resultaat wordt als volgt geïnterpreteerd 

BMI (kg/m²)  Voedingsstatus 
< 18,5  Ondergewicht 
18,5–24,9  Normaal gewicht 
25,0–29,9  Overgewicht 
30,0–34,9  Obesitas klasse I 
35,0–39,9  Obesitas klasse II 
> 40  Obesitas klasse III 

Lees ook : Ik sport en heb overgewicht, is dat erg? 

Open deze vraag

Zoetstoffen zijn interessant voor bepaalde sportproducten en voor sommige sportdiëten.

Laagcalorische zoetstoffen worden vaak gecombineerd met suikers in energiedranken en -voeding voor sporters. Niet vanwege hun caloriegehalte, want dat is natuurlijk heel laag, maar wel omdat ze de suikerconcentratie van dergelijke producten verlagen. Want hoewel suikers een zeer goede brandstof zijn bij fysieke inspanningen, kan een te hoge concentratie de spijsvertering verstoren.

Laagcalorische zoetstoffen worden ook gebruikt om een zoete smaak te geven aan energieproducten die zogenaamde ‘langzame’ koolhydraten bevatten. Zulke koolhydraten, zoals maltodextrinen, hebben namelijk een lage glycemische index en leveren meer energie dan suikers, maar hebben geen zoete smaak. Zoetstoffen kunnen er dus voor zorgen dat dergelijke producten beter smaken, zonder dat er suiker aan te pas komt.

Bepaalde sportdiëten bevatten heel weinig koolhydraten en zijn rijk aan eiwitten om de spieropbouw te bevorderen. In andere gevallen probeert de sporter gewicht te verliezen en worden suikers verbannen of sterk beperkt. In die situaties zijn laagcalorische zoetstoffen nuttig om een zoete smaak te creëren zonder dat er suiker aan te pas komt, of de calorieën die onlosmakelijk met suikers verbonden zijn.

Bekijk de infografiek De glycemische index van dranken in een notendop!

Open deze vraag

n de Europese Unie gebeurt de wetenschappelijke beoordeling van zoetstoffen door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Die beoordeling is niet gebaseerd op één enkel onderzoeksresultaat, maar berust op tientallen of zelfs honderden studies. Die wetenschappelijke studies moeten aan verschillende kwaliteitsvereisten voldoen en moeten door andere wetenschappers meermaals kunnen worden herhaald. 

De beoordeling van een nieuwe aanvraag door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) of het Gezamenlijk Comité voor Levensmiddelenadditieven van de FAO en de WGO (JECFA) kan wel tien jaar in beslag nemen. 

Open deze vraag

Het is belangrijk om het risico op het jojo-effect (schommelingen tussen gewichtsverlies en gewichtsstijging) te vermijden. Wat is jouw ideale plan? Deze tips helpen je alvast op weg!

Enkele basisbegrippen

  • Matig gewichtsverlies = 0,5 à 1 kg/week = 2 à 4 kg/maand
  • Om gewicht te verliezen moet je minder calorieën eten dan je er verbruikt
  • – 500 kcal/dag = – 3500 kcal/week = – 0,5 kg/week

 

Tips voor minder calorieën op je bord

Minder suiker

Minder vetten

  • Beperk de inname van vet vlees en vette vleeswaren (worst, paté)
  • Kies voor magere voedingsmiddelen (magere of halfvolle melk, ontvette ham)
  • Beperk vetrijke tussendoortjes (kaasblokjes, gezouten nootjes, chips)

Minder alcohol

Verhoog daarnaast ook je energieverbruik

  • Neem de trap i.p.v. de lift
  • Stap een halte eerder van de bus
  • Neem de fiets i.p.v. de auto
  • Wandel een eindje verder met de hond
Open deze vraag

Naast het poetsen van de tanden hebben heel wat voedingsmiddelen een invloed op de tandgezondheid. In functie van de voeding kan het een positieve of negatieve impact hebben. Door de juiste voedingsmiddelen te kiezen en minder frequent te eten en drinken kan tanderosie en cariës vermeden worden.

Tip: eet niet de hele dag door. Je tanden hebben enkele uren rust nodig om zich te herstellen na een maaltijd!

goede-tandgezondheid

 

Open deze vraag

Zoetstoffen worden onderworpen aan grondig onderzoek alvorens op de markt te komen, zodat hun veiligheid kan gewaarborgd worden. Zo wordt er voor elke zoetstof een ADI-waarde vastgelegd: een waarde uitgedrukt in milligram per kg lichaamsgewicht per dag.

Dit is de hoeveelheid zoetstof die je zonder enig gezondheidsrisico gedurende je hele leven elke dag mag innemen. Onderzoek (1) van de Belgische overheid heeft uitgewezen dat zelfs grote verbruikers van zoetstoffen ver onder deze bovengrens liggen.Door het lager lichaamsgewicht van (jonge) kinderen bereiken ze sneller de ADI.

Water is en blijft de voorkeursdrank. Vandaar de aanbeveling om kinderen voornamelijk water te laten drinken.

*Aspartaam: maximum 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag
**Voor een gemiddeld gewicht in functie van de leeftijd
***Per liter light/zero frisdrank wordt maximum 600 mg aspartaam toegestaan. In realiteit wordt deze hoeveelheid echter zelden bereikt.

 

(1) Huvaere, K. & Van Loco J., Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV): 2010
Open deze vraag

Dankzij het vermijden van voedingsmiddelen, die zogenaamde ‘FODMAPs’ bevatten, kunnen klachten (zoals gasvorming en buikpijn) verminderen of zelfs volledig verdwijnen. Opvolging door een gezondheidsprofessional is weliswaar een must!

fodmap-definitie

Te vermijden voedingsmiddelen

  • fructo-oligosachariden: tarwe en afgeleiden, rogge en afgeleiden, ui, look, artisjok, banaan (groot), schorseneer, prei, asperge, koekjes…
  • galacto-oligosachariden: peulvruchten, gedroogde groenten, champignons
  • disachariden: melk en afgeleiden, room, sauzen en puree o.b.v. melkproducten, melkbrood…
  • monosachariden: honing, appels, peer, mango, kers, gedroogde vruchten, vruchtensap, confituur…

En zoetstoffen?

Laagcalorische zoetstoffen vormen geen enkel probleem bij het FODMAPs-dieet! Je mag ze dus zeker gebruiken tijdens het koken, en ook voedingsmiddelen en dranken consumeren, die zoetstoffen bevatten. Niettemin bevatten producten met polyolen (patisserie, chocolade…) FODMAPs, deze worden dan ook afgeraden bij het FODMAPs-dieet.

Open deze vraag

De studies met de grootste wetenschappelijke waarde zijn gerandomiseerde onderzoeken met controlegroep (RCT). Hierbij moet één groep een behandeling of dieet volgen, terwijl een andere groep een placebo krijgt. Uit de meeste van deze studies blijkt bijvoorbeeld eenduidig dat de vervanging van suiker door voedingsmiddelen en dranken met laagcalorische zoetstoffen, in het kader van een voedingsprogramma, tot een lagere calorie-inname en gewichtsverlies leidt.

Andere onderzoeken baseren zich op de observatie van voedingsgewoonten en de geassocieerde gezondheidsaspecten, zonder dat hier een oorzakelijk verband kan worden aan gekoppeld. Een correlatie is een vermoeden, geen bewijs van een causaal verband. Daar slaan velen de bal mis … Zo tonen heel wat studies aan dat diabetespatiënten meer zoetstoffen consumeren. Toch mogen we niet stellen dat zoetstoffen aanleiding geven tot diabetes! Integendeel. Het is volstrekt normaal dat diabetespatiënten hun suikerinname proberen te beperken, en daardoor vaker naar alternatieven met minder suiker (zoals zoetstoffen) grijpen.

Open deze vraag

Voor alle laagcalorische zoetstoffen bepaalt de Europese wetgeving de maximale hoeveelheid (ADI) die je per dag zonder gezondheidsrisico’s mag consumeren, weergegeven per kilogram lichaamsgewicht.

  • ADI van aspartaam = max. 40 mg per kilogram lichaamsgewicht
    • dat betekent dat een volwassene van 60 kg zijn leven lang tot 2400 mg aspartaam per dag mag consumeren zonder zijn gezondheid in gevaar te brengen.
  • De maximale hoeveelheid die voedingsmiddelen mogen bevatten:
    • aspartaam in dranken is max. 600 mg per liter.

Stel dat een lightdrank de maximaal toegestane hoeveelheid aspartaam bevat (600 mg per liter), dan mag een persoon van 60 kg daar in theorie tot 4 liter per dag van drinken.

In werkelijkheid bevatten lightdranken gewoonlijk minder zoetstoffen dan de maximaal toegestane hoeveelheid, waardoor de veiligheidsmarge nog hoger ligt. Daarom is het belangrijk dat je geval per geval bekijkt. Wil je weten hoeveel zoetstoffen jij per dag binnenkrijgt? Doe de test.

Open deze vraag

Er bestaat een zeer strikt reglementair kader om de veiligheid van zoetstoffen te garanderen.

In Europa is de toestemming om een zoetstof op de markt te mogen brengen onderworpen aan een wetenschappelijke evaluatie en goedkeuring door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Die toestemming wordt pas toegekend als de zoetstof alle garanties biedt om een veilig gebruik te verzekeren. Vervolgens wordt de toestemming bevestigd in de levensmiddelenwetgeving, die het kader uitzet voor hun gebruik.

Open deze vraag

Om te kunnen worden opgenomen in de darmen moeten suikers, zowel de van nature aanwezige als de toegevoegde suikers, worden omgezet in monosachariden of enkelvoudige suikers (link naar suikers), zoals glucose, fructose en galactose.

Vervolgens worden al die enkelvoudige suikers omgezet in één en dezelfde suiker: glucose. Dat is de enige suiker die door ons bloed circuleert en naar de lichaamscellen kan worden vervoerd als energiebron.

Open deze vraag

Om een zoetstof op de markt te mogen brengen, moet de onschadelijkheid ervan wetenschappelijk zijn bewezen. Het kunstmatige of natuurlijke karakter van een zoetstof verandert absoluut niets aan de evaluatieprocedure om de veiligheid van de zoetstof te garanderen.

Zo moet een zoetstof van natuurlijke oorsprong, zoals steviolglycosiden, een extract uit het blad van de steviaplant, aan dezelfde veiligheidscriteria beantwoorden als een kunstmatige zoetstof, zoals aspartaam. Qua veiligheid is er dus geen enkel verschil tussen beide zoetstoffen.

Open deze vraag

Light- of zerodranken zonder suikers bevatten een of meerdere toegestane laagcalorische zoetstoffen. Elke zoetstof heeft een strenge evaluatie doorstaan alvorens op de markt te worden gebracht. Als een zoetstof in specifieke omstandigheden niet mag worden gegeten (ingenomen), moet op de verpakking een duidelijke waarschuwing vermeld staan. Dat is bijvoorbeeld het geval voor personen met fenylketonurie, die geen aspartaam of andere bronnen van het aminozuur fenylalanine mogen consumeren. Light- of zerodranken en andere bronnen van laagcalorische zoetstoffen kunnen perfect worden gedronken tijdens de zwangerschap en tijdens het geven van borstvoeding, weliswaar steeds binnen de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI). Volgens een studie van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid overschrijdt de geschatte dagelijkse inname voor sacharine, aspartaam, acesulfaam-K en sucralose de aanvaardbare dagelijkse inname niet, zelfs niet bij grootverbruikers van die stoffen. Met de Zoetstoffentest kun je controleren of jouw zoetstoffenverbruik binnen de ADI ligt.

Open deze vraag

Levensmiddelen consumeren met laagcalorische zoetstoffen in plaats van suiker blijkt doeltreffend om je calorie-inname en lichaamsgewicht te verlagen. Dat wordt ook bevestigd in een uitgebreide systematische review gepubliceerd in 2015.

In vergelijking met verbruikers van gesuikerde dranken gunnen verbruikers van lightdranken zonder suikers zichzelf meer ‘extra’ zoetigheden, maar in het algemeen ligt hun consumptie van suiker en calorieën duidelijk lager dan bij wie wel gesuikerde dranken drinkt. Ze is zelfs vergelijkbaar met die van theedrinkers, zoals blijkt uit een studie uitgevoerd bij ruim 22.000 volwassenen in de Verenigde Staten.

Open deze vraag

Mogen laagcalorische zoetstoffen worden geconsumeerd in het kader van een eiwitrijk dieet zoals het Dukan-dieet? Een eiwitrijk dieet, zoals het Dukan-dieet, beoogt een lagere calorie-inname door de consumptie van koolhydraten te beperken (zetmeelhouders, fruit en andere voedingsmiddelen die suikers bevatten), en vaak —maar niet altijd— ook de vetinname.

Bij zulke diëten wordt een hoge eiwitinname aangehouden, of dat nu via de gewone voeding is (mager vlees, gevogelte zonder het vel, vis, kaas …) of met behulp van bereidingen specifiek verrijkt met eiwitten, om het verlies van spiermassa zo veel mogelijk tegen te gaan.

Laagcalorische zoetstoffen leveren zeer weinig tot helemaal geen calorieën en verstoren het principe van een eiwitrijk dieet niet. Integendeel zelfs, ze maken het mogelijk om van een zoete smaak te genieten zonder suiker te consumeren, wat een positieve bijdrage kan leveren om de calorie-inname en het lichaamsgewicht onder controle te houden.

Open deze vraag

Wat is aspartaam?

Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.

Bevat aspartaam calorieën?

Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.

Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.

Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?

In welke landen wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.

Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?

In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.

  • Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
  • Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).

Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!

Is aspartaam gevaarlijk?

Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!

Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.

Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.

Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard

Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.

Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.

Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.

Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?

Kan je allergisch zijn voor aspartaam?

Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.

Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.

Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.

Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?

Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.

Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.

Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?

Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.

Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.

Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?

Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).

Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.

Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?

Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).

Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.

Doe nu de test!

In welke producten wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.

Toepassingsmogelijkheden

Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).

De essentie over  aspartaam

Aspartaam-in-een-notendop

Download de infografiek!

Bron

Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Open deze vraag

Ze mogen niet verward worden met extensieve zoetstoffen of polyolen (zoals sorbitol of maltitol), waar je ongeveer een even grote hoeveelheid van nodig hebt als de suiker die je ermee vervangt.

Bij inname van grote hoeveelheden (grosso modo boven de 30 g per dag, naargelang de individuele gevoeligheid ervoor) kunnen polyolen een laxerend effect hebben. In de dikke darm trekken ze namelijk veel water aan, waardoor de ontlasting vloeibaarder wordt.

Open deze vraag

Wat is aspartaam?

Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.

Bevat aspartaam calorieën?

Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.

Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.

Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?

In welke landen wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.

Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?

In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.

  • Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
  • Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).

Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!

Is aspartaam gevaarlijk?

Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!

Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.

Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.

Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard

Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.

Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.

Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.

Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?

Kan je allergisch zijn voor aspartaam?

Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.

Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.

Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.

Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?

Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.

Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.

Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?

Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.

Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.

Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?

Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).

Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.

Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?

Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).

Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.

Doe nu de test!

In welke producten wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.

Toepassingsmogelijkheden

Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).

De essentie over  aspartaam

Aspartaam-in-een-notendop

Download de infografiek!

Bron

Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Open deze vraag

Wat is aspartaam?

Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.

Bevat aspartaam calorieën?

Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.

Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.

Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?

In welke landen wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.

Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?

In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.

  • Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
  • Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).

Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!

Is aspartaam gevaarlijk?

Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!

Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.

Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.

Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard

Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.

Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.

Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.

Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?

Kan je allergisch zijn voor aspartaam?

Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.

Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.

Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.

Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?

Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.

Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.

Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?

Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.

Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.

Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?

Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).

Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.

Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?

Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).

Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.

Doe nu de test!

In welke producten wordt aspartaam gebruikt?

Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.

Toepassingsmogelijkheden

Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).

De essentie over  aspartaam

Aspartaam-in-een-notendop

Download de infografiek!

Bron

Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Open deze vraag

Ook de gebruiksveiligheid van laagcalorische zoetstoffen in levensmiddelen valt daaronder. De EFSA vormt een onafhankelijke bron van wetenschappelijk advies en communicatie op het gebied van risico’s met betrekking tot de voedselketen. De oprichting van de EFSA kadert in een algemeen programma dat is ontwikkeld om de veiligheid van voedingswaren in de Europese Unie te verbeteren, een hoog beschermingsniveau van de consument te garanderen, en het vertrouwen ten opzichte van de voedselbevoorrading van de EU te herstellen en in stand te houden.

De EFSA werkt nauw samen met de nationale overheden. Zij formuleert standpunten en wetenschappelijke adviezen om een betrouwbare basis te leveren voor de Europese beleidsvoering en wetgeving, en om de Europese Commissie, het Europese Parlement en de EU-lidstaten te helpen bij het nemen van doeltreffende en gepaste beslissingen op het gebied van risicobeheersing.

Open deze vraag

Ja, bij de beoordeling van de veiligheid van zoetstoffen wordt ook altijd het effect bij zwangerschap meegenomen.

Ook bij zwangerschap is het van belang om gemiddeld niet méér te consumeren dan de ADI.

Open deze vraag

Een cijfervoorbeeld: een kind van 25 kg kan de ADI van bv. cyclamaat bereiken maar moet hiervoor wel al 0,7 liter frisdrank drinken (ca. 3 glazen/dag). De meeste light frisdranken worden echter ook met andere zoetstoffen gezoet, waarbij de ADI minder snel wordt bereikt.

In de wetgeving is vastgelegd dat aan producten die speciaal op de markt worden gebracht voor kinderen tot 4 jaar, geen laagcalorische zoetstoffen mogen worden toegevoegd. Veel deskundigen zijn van mening dat het belangrijk is om jonge kinderen ook te laten wennen aan minder zoete smaken, bijvoorbeeld door ze (ook) water en thee zonder toegevoegde suiker en zoetstoffen te laten drinken.

Open deze vraag

Hebben laagcalorische zoetstoffen invloed op het gevoel van honger en verzadiging? Zo is het voor proefpersonen bijvoorbeeld lastig om precies aan te geven wanneer ze ‘verzadigd’ zijn of gewoon nog ‘zin’ in iets hebben. Alleen al door er navraag naar te doen en er extra op te letten, worden deze gevoelens beïnvloed.

Uit diverse studies blijkt dat het vervangen van suiker door laagcalorische zoetstoffen leidt tot een onveranderd of verminderd hongergevoel. Dit hongergevoel wordt het sterkst beïnvloed door het volume van wat je eet en door de hoeveelheid voedingsvezels die hierin zit. In hoeverre dit ook op de lange termijn zo is, is nog niet helemaal opgehelderd.

Maar er zijn ook studies waaruit af te leiden is dat door het eten van laagcalorische zoetstoffen het gevoel van honger en verzadiging toeneemt. Om meer duidelijkheid te krijgen is dus meer onderzoek nodig. Wil je meer weten, lees dan hier verder.

Open deze vraag

Er is grondig wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid van de stof uitgevoerd. Onafhankelijke wetenschappers stellen naar aanleiding van deze onderzoeksuitkomsten de zogenaamde ADI vast. Dit is de hoeveelheid zoetstof die een mens elke dag z’n hele leven lang kan gebruiken zonder dat dit tot gezondheidsrisico’s leidt.

Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen is de ADI een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden. Door deze ingebouwde veiligheidsmarge is het geen probleem als de ADI incidenteel wordt overschreden. Zie ook de informatie op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds (WCRF)

Open deze vraag

Daarom wordt van te voren grondig wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid van de stof uitgevoerd. Onafhankelijke wetenschappers stellen naar aanleiding van deze onderzoeksuitkomst de zogenaamde ADI vast. Dit is de hoeveelheid zoetstof die een mens elke dag z’n hele leven lang kan gebruiken zonder dat dit tot gezondheidsrisico’s leidt.

Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen is de ADI een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden. Door deze ingebouwde veiligheidsmarge is het geen probleem als de ADI incidenteel wordt overschreden.

Door gebruik te maken van de zoetstoffencheck op deze website kun je nagaan hoeveel van een bepaald product– gezoet met een specifieke laagcalorische zoetstof – kinderen en volwassenen maximaal kunnen gebruiken zonder de ADI te overschrijden. Bedenk daarbij dat producten vaak worden gezoet met een combinatie van zoetstoffen. Bij toepassing van meerdere zoetstoffen in één product wordt in de berekening uitgegaan van de zoetstof waarvan de ADI het snelst wordt bereikt.

Open deze vraag

Door gebruik te maken van de ‘Doe-de-test’ kun je nagaan hoeveel van een bepaald product– gezoet met een specifieke laagcalorische zoetstof – kinderen en volwassenen maximaal kunnen gebruiken zonder de ADI te overschrijden.

Bedenk daarbij dat producten vaak worden gezoet met een combinatie van zoetstoffen en met minder zoetstof dan wettelijk maximaal is toegestaan. Bij een mix van de zoetstoffen wordt in de berekening uitgegaan van de zoetstof waarvan de ADI het snelst wordt bereikt.

Open deze vraag

Uit onderzoek blijkt dat bij mensen met overgewicht een kleine afname van het lichaamsgewicht al een substantieel verminderd risico geeft op ziekten zoals diabetes type 2, hartziekten en kanker.

Ook kunnen laagcalorische zoetstoffen je helpen om een dieet beter vol te houden. Daarbij is het natuurlijk wel van belang dat je de weggelaten calorieën niet compenseert door het eten van calorierijke tussendoortjes.

Open deze vraag

Is er een risico dat we te veel binnenkrijgen omdat in steeds meer producten zoetstoffen zitten? In België voerde het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid in opdracht van de Belgische overheid, een studie uit naar de inname van zoetstoffen door de Belgische bevolking.

In hun rapport van 2011 dat aansluitend gepubliceerd werd, besluit dit onafhankelijk wetenschappelijk instituut dat de Belgische bevolking geen risico loopt op een te hoge inname. Op deze pagina kan ook het volledige rapport teruggevonden worden.

Om de veiligheid voor de consument voorop te zetten wordt in de “Aanvaardbare Dagelijkse Inname” in ieder geval ook een ‘veiligheidsmarge’ ingebouwd en is de ADI met nog eens een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden.

Bovendien wordt door de overheid de hoeveelheid zoetstof die aan bepaalde levensmiddelen mag worden toegevoegd naar beneden toe bijgesteld wanneer de ADI van een bepaalde zoetstof regelmatig door een grotere groep mensen wordt overschreden.

Open deze vraag

Is de veiligheid van combinaties van zoetstoffen voldoende onderzocht? Maar daarbij wordt ook nagegaan welke producten ontstaan bij de afbraak van de zoetstoffen en of het waarschijnlijk is dat deze afbraakproducten met andere stoffen in het lichaam reageren.

Een aantal laagcalorische zoetstoffen verlaten het lichaam onveranderd via de urine of de ontlasting en reageren helemaal niet met andere stoffen.

Andere zoetstoffen worden afgebroken tot tussenproducten waaraan ons lichaam gewend is omdat zij ook ontstaan bij de afbraak van andere voedingsmiddelen.

Open deze vraag

Alle vragen