Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spelen eetgewoonten een belangrijke rol bij niet-overdraagbare ziekten, met als gevolg een zeer zware last voor de volksgezondheid. Overgewicht en obesitas nemen wereldwijd al tientallen jaren onophoudelijk toe, ondanks de verschillende strategieën, plannen en andere verklaringen die erop gericht zijn dit fenomeen een halt toe te roepen of zelfs om te keren. De hoge energiedichtheid en de overmatige consumptie van suikers zijn aangemerkt als belangrijke problematische kenmerken van de moderne voeding.
Eerste Latijns-Amerikaans forum over zoetstoffen
In Latijns-Amerika lijkt de overmatige consumptie van vrije suikers (toegevoegde suikers + suikers in honing, siropen, vruchtensappen…) bijzonder zorgwekkend: volgens de ELANS-studie (1), uitgevoerd in acht Latijns-Amerikaanse landen, overschrijdt ongeveer 70 % van de bevolking de aanbeveling van de WHO om vrije suikers te beperken tot minder dan 10 % van de totale energie-inname.
In deze context is het begrijpelijk dat caloriearme zoetstoffen suikers gedeeltelijk vervangen in het voedingsaanbod, vooral in de drankensector, een groep die aanzienlijk bijdraagt aan de inname van vrije suikers. Zowel de veiligheid als de doeltreffendheid van caloriearme zoetstoffen zijn echter het onderwerp van veel discussies en soms radicaal uiteenlopende standpunten. Om alle gegevens over dit onderwerp te onderzoeken, zijn deskundigen bijeengekomen tijdens het eerste Latijns-Amerikaanse Wetenschappelijk Forum over caloriearme zoetstoffen, waarvan de conclusies zijn gepubliceerd in het tijdschrift Nutrición Hospitalaria (2).
Lees ook: Een effectieve bondgenoot bij het afvallen
Wetenschappelijk onderbouwd gezondheidsbeleid
Het Forum benadrukte onder andere dat het belangrijk is dat het volksgezondheidsbeleid gebaseerd is op wetenschappelijke gegevens, waarbij rekening wordt gehouden met al het beschikbare bewijs, inclusief klinische proeven en observationeel onderzoek van hoge kwaliteit waarbij vervangingsmodellen worden gebruikt. Het roept ook op tot het uitvoeren van verdere RCT’s naar zoetstoffen afzonderlijk en naar mengsels daarvan. Het concludeert dat de toegestane caloriearme zoetstoffen een aanvullende rol kunnen spelen wanneer ze worden gebruikt als suikervervangers in het kader van bredere strategieën op het gebied van volksgezondheid en voeding.
Veiligheidsinstanties zien toe
De veiligheid wordt gewaarborgd door de bevoegde instanties, zoals de EFSA voor de EU, de FDA voor de Verenigde Staten en de JECFA voor de WHO. Zij stellen de ADI (aanvaardbare dagelijkse inname) vast, dat wil zeggen de hoeveelheid van een stof in voedingsmiddelen of dranken die dagelijks gedurende het hele leven kan worden ingenomen zonder noemenswaardig gezondheidsrisico.
Hierbij moet worden opgemerkt dat bij de ADI rekening wordt gehouden met alle bevolkingsgroepen, inclusief kwetsbare subgroepen, zoals zwangere vrouwen en kinderen.
Maar hoe zit het met de blootstelling aan zoetstoffen in deze landen? Uit de gegevens voor Chili, Mexico en Brazilië blijkt dat de suikerconsumptie vaak de aanbevelingen van de WHO overschrijdt en dat er tegelijkertijd regelmatig caloriearme zoetstoffen worden geconsumeerd. Toch blijkt dat deze inname over het algemeen binnen de veiligheidsgrenzen blijft, op enkele uitzonderingen na bij specifieke bevolkingsgroepen die voortdurende monitoring rechtvaardigen.
Infographic: ADI: voor een veilig gebruik
De resultaten hebben niet hetzelfde gewicht naargelang het type onderzoek
Een vraag die steeds weer terugkomt, betreft het al dan niet nut van caloriearme zoetstoffen. Het antwoord op deze vraag hangt grotendeels af van het type onderzoek dat in aanmerking wordt genomen, een punt dat tijdens het Forum werd besproken: afhankelijk van het type onderzoek kunnen de resultaten sterk uiteenlopen, met zeer verschillende niveaus van wetenschappelijk bewijs.
Zo hebben sommige observationele studies verbanden gemeld tussen de consumptie van caloriearme zoetstoffen en nadelige gevolgen voor de gezondheid. Deskundigen zijn het erover eens dat deze verschillen deels kunnen worden verklaard door methodologische beperkingen. Zij wijzen onder andere op resterende verstorende factoren en omgekeerde causaliteit: mensen die al een verhoogd risico lopen op obesitas, diabetes of hart- en vaatziekten, zijn eerder geneigd om hun suikerinname te verminderen en te kiezen voor producten met zoetstoffen. Dit kan dus leiden tot statistische verbanden, die echter geen causaal effect weerspiegelen. Wanneer rekening wordt gehouden met de belangrijkste verstorende factoren in observationele studies (lichaamsbeweging, lichaamsbouw…), laten de gegevens over het algemeen neutrale of gunstige resultaten zien voor de vervanging van suikerhoudende producten door producten met zoetstoffen.
Meer informatie over het WHO-rapport uit 2023
Gerandomiseerde studies voor oorzakelijke verbanden
Daarentegen tonen gegevens uit gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) – die een hoger bewijsniveau bieden dan observationele studies en het mogelijk maken om oorzakelijke verbanden vast te stellen – consequent aan dat het vervangen van suiker door zoetstoffen neutrale tot licht gunstige effecten heeft op het gewicht, de bloedsuikerspiegel en cardiometabole risicofactoren. Verschillende RCT’s met een langere looptijd hebben recentelijk gesuggereerd dat caloriearme zoetstoffen, geïntegreerd in alomvattende levensstijlinterventies, een gunstig effect hebben op het behoud van gewichtsverlies, zonder nadelige cardiometabole effecten.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) baseerde zich in haar voorwaardelijke aanbeveling uit 2023 voornamelijk op observationele studies – en niet op RCT’s – en stelde voor om zoetstoffen niet te gebruiken als strategie voor gewichtsbeheersing of ter preventie van cardiometabole aandoeningen. Daarbij werd wel aangegeven dat de mate van zekerheid van deze aanbeveling laag tot matig is. Een aanbeveling die, in het licht van het onderzoek dat sinds dit rapport is uitgevoerd, herziening verdient…
