DOE DE TEST!

Suikers

Suikers behoren tot de familie van de koolhydraten. Het zijn kleine moleculen, in tegenstelling tot complexe koolhydraten zoals zetmeel. In ons lichaam worden alle suikers omgezet in glucose.

De term ‘suikers’ verwijst naar monosachariden (enkelvoudige suikers die uit één molecule bestaan, zoals glucose en fructose) en disachariden (een combinatie van twee enkelvoudige suikers).

Glucose is de enige suiker die in het bloed circuleert en wordt gebruikt als brandstof voor de spieren en het zenuwstelsel. Fructose en glucose zitten beide in fruit en honing. Ook ontstaan ze tijdens de vertering van disachariden.

Disachariden omvatten vooral:

  • Sacharose(= sucrose): bestaat uit glucose en fructose. Dit is de kristalsuiker die thuis en in de industrie wordt gebruikt, en bijvoorbeeld ook in fruit en honing zit. Wordt gewonnen uit suikerbieten of suikerriet.
  • Maltose: bestaat uit twee glucosemoleculen. Komt voornamelijk uit de hydrolyse van zetmeel uit granen. In het lichaam wordt maltose snel omgezet in glucose.
  • Lactose: suiker die voorkomt in de melk van zoogdieren. Deze melksuiker bestaat uit een molecule glucose en een molecule galactose. Om te worden verteerd heeft lactose een spijsverteringsenzym nodig, lactase. Wanneer dat niet of niet voldoende aanwezig is, wordt de lactose niet goed verteerd (= lactosemalabsorptie).

Suiker vs. suikers, welke verschillen zijn er?

Suikers vormen een groep van verschillende suikers, monosachariden en disachariden. Het gehalte van die ‘totale’ suikers staat vermeld op het etiket van levensmiddelen, conform de verplichte voedingswaardevermelding van Verordening (EU) 1169/2011.

Suiker (in het enkelvoud) verwijst naar één specifieke suiker: sacharose.  Lees ook: Voortaan weet jij het verschil tussen suiker en suikers

Van nature aanwezige suikers en toegevoegde suikers

Suikers komen in bepaalde producten voor in natuurlijke vorm. Dat noemen we van nature aanwezige suikers. Suikers worden ook gewonnen, geconcentreerd en/of geraffineerd en in voedsel verwerkt om voedingsmiddelen te zoeten. In dat geval spreken we van toegevoegde suikers. Lees ook: Enkele mythes over suiker doorprikt

Voorkeur voor zoet

De voorkeur voor zoet is al vanaf de geboorte duidelijk aanwezig bij alle baby’s. Een zoete smaak wordt geassocieerd met ‘genieten’ en ‘veiligheid’: het wijst op een energiebron, die bovendien een gevoel van troost geeft. Deze perceptie vindt haar oorsprong in onze prille kindertijd, meer bepaald in de borstvoeding. Moedermelk heeft immers ook een zoete smaak.

Zoet is een van de vijf basissmaken. Ontdek onze infografiek over de basisprincipes van smaak.

Wat gebeurt er met suikers in ons lichaam?

De zoetkracht geeft de intensiteit van de zoete smaak aan en varieert per suiker. Ze is bijvoorbeeld hoog voor glucose en fructose, maar laag voor lactose. Na opname leveren alle suikers dezelfde hoeveelheid energie, namelijk 4 kcal per gram. Ons lichaam kan die energie gebruiken om de energiebehoeften te dekken voor lichaamsbeweging of groei, maar het kan ook een reservevoorraad aanleggen door de energie op te slaan in de vorm van vet.

Wat is een suikerarm product?

Een product dat ten minste 30% minder suiker bevat in vergelijking met het gemiddelde van zijn categorie. Sommige producten, zoals lightdranken, bevatten zelfs helemaal geen suiker meer. De Europese regelgeving preciseert de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om termen te mogen gebruiken zoals ‘minder suiker’, ‘suikervrij’ enz. Die staan vaak op etiketten als onderdeel van voedingsclaims.

Lees ook: Wat is het verschil tussen ‘suikervrij’ en ‘zonder toegevoegde suikers’?

Suikers en glycemische index

Niet alle suikers hebben hetzelfde effect op de glycemie of bloedsuikerspiegel: sommige soorten verhogen de glycemie snel, andere veel langzamer. Hetzelfde geldt voor alle koolhydraatbronnen. De glycemische index drukt de snelheid uit waarmee een koolhydraat de glycemie verhoogt. Een lage glycemische index is geassocieerd met een minder snelle stijging van de glycemie, waardoor het lichaam minder insuline kan uitscheiden. Dat is bijzonder interessant in het geval van diabetes. Lees ook : Meer weten over trage en snelle suikers

Ontdek de glycemische index van de verschillende dranken in onze infografiek.

Hoeveel suiker mag ik consumeren?

 In de aanbevelingen van de gezondheidsautoriteiten (zoals de Hoge Gezondheidsraad) wordt geadviseerd om niet meer dan 10% van de totale calorie-inname in te nemen in de vorm van toegevoegde suikers. Voor een gemiddelde volwassen vrouw die 200 kcal verbruikt, komt dat overeen met maximaal 50 gram suiker of het equivalent van ongeveer 8 klontjes suiker.

Het voordeel van zoetstoffen om te minderen met suiker

Laagcalorische zoetstoffen worden gebruikt in plaats van suiker om een product of bereiding een zoete smaak te geven. Als suikervervanger helpen ze de calorie-inname geassocieerd met suiker
(4 kcal per gram suiker) te verminderen.

Het vervangen van suiker door laagcalorische zoetstoffen helpt bovendien om schommelingen van de bloedsuikerspiegel te verminderen, wat een belangrijk doel is bij diabetes.

Ook de zogeheten bulkzoetstoffen (polyolen) kunnen suiker vervangen, maar dat levert minder caloriewinst op dan bij laagcalorische zoetstoffen.

Lees ook: Hoe verlaag ik mijn suikerinname met zoetstoffen?

Nu kunt u het verschil weten tussen suiker en suikers

Het is niet altijd makkelijk om te achterhalen hoeveel suiker we precies eten. Er bestaan namelijk verschillende soorten suikers, meer bepaald sacharose (of tafelsuiker), glucose (de suiker die ons lichaam gebruikt), fructose (in fruit), lactose (melksuiker) en ga zo maar door. Hierdoor is het soms moeilijk om de inname van suikers onder controle te houden. Leer dus hoe ze te herkennen!

Lees meer