Diëtiste-voedingsdeskundige en auteur Lut Van Lierde analyseert, op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten, onze voedingsvoorkeuren en hun impact op de gezondheid.
In een vorig artikel schreef ik over de kloof tussen wetenschap en beleid. Die kloof dichten begint bij ons wetenschappers en voedingsdeskundigen. We moeten meer en beter communiceren. Dat betekent in de eerste plaats voedingswetenschap bevattelijk maken voor de consument. En dat in een medialandschap waar algoritmes consumenten voorschotelen wat ze al denken.
Zo stelde ik volgende vraag: “Wat denkt de media over suiker?” waarop ik dit antwoord kreeg: “De media berichten over het algemeen zeer kritisch over suiker, waarbij het vaak wordt bestempeld als een van de grootste boosdoeners in ons moderne dieet. Hoewel sensationele koppen suiker soms vergelijken met “gif” of “cocaïne”, nuanceren voedingswetenschappers in kwaliteitsmedia”. Suiker is gif, hoe nuanceren we dat?
Goed voedingsadvies is evidence-based en dat halen we in Europa bij de EFSA. Die garandeert de veiligheid van het ruime voedselaanbod dankzij haar aanbevelingen die wetenschappelijk onderbouwd zijn en die al dan niet op nationaal niveau nog verfijnd worden. In België hebben we daartoe de Hoge Gezondheidsraad (HGR). Wat zeggen zij over suiker?
Wel, suiker is geen gif.
Het zit in alle fruit en –in mindere mate in- groenten, die spelen een hoofdrol in ons dieet – of zouden dat althans moeten doen. Suiker (sacharose) is tevens een bron van glucose waarvan EFSA1 de minimale behoefte van de hersenen op 130g per dag schat en dit vanaf de leeftijd van 1 jaar. Waar we die suiker dan vandaan halen is een ander vraagstuk. Glucose zit in suiker of sacharose, maar ook in andere suikers, die zijn van nature aanwezig in zowat alle plantaardige voedingsmiddelen en melkproducten. Samen vertegenwoordigen deze voedingsmiddelen het leeuwenaandeel in een evenwichtig voedingspatroon.
Van toegevoegde suikertot laagcalorische zoetstoffen
Glucose is ook ruim aanwezig in toegevoegde suikers. De HGR stelde in 2016 de maximale inname van deze toegevoegde suikers op 10E% (aandeel in de energietoedracht). Om hun consumptie te beperken, zoeken sommigen de zoete smaak op met de hulp van laagcalorische zoetstoffen. Wat zijn de aanbevelingen hieromtrent?
De HGR zegt in zijn aanbevelingen van 2025 niets specifiek over caloriearme zoetstoffen.. Je vindt er een stukje over ‘Suikerwaren’, ‘Gesuikerde dranken’ en ‘Water, koffie, thee’, maar light of zero frisdrank hoort in geen van deze families thuis. Terug naar EFSA dan voor advies. EFSA geeft een ADI of Aanvaardbare Dagelijkse Inname per zoetstof. Niet direct een hapklaar, of zeg maar drinkbaar advies voor wie graag gesuikerde drank vervangt. Als je de EFSA ADI’s vertaalt naar light frisdrank kom je al gauw aan een paar liter light-dranken als bovengrens voor dagelijkse consumptie – afhankelijk van de soort zoetstof en of je al dan niet andere voedingsmiddelen met laagcalorische zoetstoffen gebruikt.
Voedingswetenschap vertalen is geen sinecure
Als gezondheidsprofessional verspreiden we alleen vertrouwbare en genuanceerde informatieen dat haalt de koppen meestal niet.
Eten en drinken is genieten en dit moet kunnen zonder vrees. Net daarom is onze rol als wetenschapsvertalers zo cruciaal en waardevol.
Dus kortom, toegevoegde suikers vermijden is een goed advies. Moet dit zonder of met de hulp van laagcalorische zoetstoffen? Eén strategie bestaat erin de consumptiefrequentie van suikerrijke producten te verminderen, een andere om de hoeveelheid geconsumeerde suikerrijke producten te beperken, en nog een andere om suiker te vervangen door caloriearme zoetstoffen. De keuze is vrij en alle opties zijnvolstrekt veilig. Ze zijn bovendien veel beter dan een terugkeer naar suikerrijke producten uit angst voor zoetstoffen!
Wie is Lut Van Lierde?
Lut Van Lierde is diëtiste-voedingsdeskundige (Institut Paul Lambin – HH Vinci) en auteur van het boek ‘Ligne’, uitgegeven bij Soliflor. Voorheen was ze 20 jaar werkzaam als kader in de voedingsindustrie.
Lut Van Lierde werkt als klinische diëtiste in haar praktijk in Brussel waartoe ze haar methode ‘Sensitive Nutrition’ ontwikkelde. Als zelfstandige diëtiste verleent ze advies aan bedrijven, zo o.a. aan Le Pain Quotidien waarvoor ze de ‘Better Choice Criteria’ opstelde die de gezondere keuzes op het menu aangeven. Ze maakt voedingswetenschap graag boeiend en hapklaar.
Een quote van haar: “Wetenschappelijke informatie vertalen naar het bord is het Olympisch Minimum voor een diëtist.”
- EFSA 2010

