Niet alleen gesuikerde drank en voeding, maar ook die gezoet met laagcalorische zoetstoffen worden geviseerd. Interventiegegevens op lange termijn ontbraken echter om deze adviezen te ondersteunen.
Een humane gerandomiseerde interventiestudie
De SWEET TOOTH studie1 wilde nagaan of deze hypothese juist is en of verschillende niveaus van blootstelling aan zoete smaak invloed heeft op onze voorkeur voor zoet, op onze calorie inname, lichaamsgewicht en metabole gezondheid. De universiteit van Wageningen en Bournemouth werkten 4 jaar samen aan de studie waarin 180 gezonde volwassenen werden opgenomen. Deze werden at random opgedeeld in 3 groepen en gedurende 6 maanden blootgesteld aan 3 niveaus zoete smaak: laag, gemiddeld en hoog. Daarna werden ze nog 4 maanden opgevolgd. Of hun eetpatroon conform was met de voorschriften werd gecontroleerd aan de hand van 24u recall, urine-collectie en bloedstalen.
Verrassende resultaten
PhD Eva Čad, de eerste auteur van de studie, kwam de resultaten toelichten tijdens een ronde tafel gesprek in Brussel. Op basis van de huidige aanname kon men verwachten dat de groep met de lage blootstelling een lagere zoetvoorkeur zou ontwikkelen en andersom voor de groep met hoge blootstelling.
Er bleken zich echter geen significante verschillen te ontwikkelen tussen de 3 groepen voor wat betreft de voorkeur voor zoet, de energie-inname en het lichaamsgewicht. De spontane consumptie van zoetigheden keerde na afloop van de interventie in de drie groepen terug naar het oorspronkelijke niveau.
Geen verband tussen blootstelling en voorkeur
Het verband tussen blootstelling aan zoete smaak, suikerconsumptie en lichaamsgewicht wordt door de SWEET TOOTH studie dus niet bevestigd. Verrassend is ook de conclusie dat minder blootstelling aan zoete smaak niet leidt tot minder trek in zoetigheid, tot een lagere calorie-inname of tot gewichtsverlies.
Moeten we ons voedingsadvies aanpassen?
Dit is natuurlijk de vraag die we ons als diëtisten moeten stellen. Zoet vervangen door hartig bij een isocalorisch dieet maakt volgens deze studie geen verschil op termijn. PhD Čad stipte aan dat er beproefde strategieën bestaan om patiënten te helpen met gewichtsverlies. Denk maar aan het vervangen van voedsel met hoogcalorische dichtheid (>3kcal/g) door voedsel met een lage energiedichtheid2(<1 kcal/g) en het aanpassen van de portiegrootte. En gezien de aangeboren voorkeur voor de zoete smaak die uit de studie blijkt, is het ongetwijfeld goed nieuws als we daarnaast ook laagcalorische zoetstoffen kunnen gebruiken.
1. Wageningen University & Research, Bournemouth University, publié dans The American Journal of Clinical Nutrition (Čad et al., 2026).
2. Vadiveloo et al., 2017
Wie is Lut Van Lierde?
Lut Van Lierde is diëtiste-voedingsdeskundige (Institut Paul Lambin – HH Vinci) en auteur van het boek ‘Ligne’, uitgegeven bij Soliflor. Voorheen was ze 20 jaar werkzaam als kader in de voedingsindustrie.
Lut Van Lierde werkt als klinische diëtiste in haar praktijk in Brussel waartoe ze haar methode ‘Sensitive Nutrition’ ontwikkelde. Als zelfstandige diëtiste verleent ze advies aan bedrijven, zo o.a. aan Le Pain Quotidien waarvoor ze de ‘Better Choice Criteria’ opstelde die de gezondere keuzes op het menu aangeven. Ze maakt voedingswetenschap graag boeiend en hapklaar.
Een quote van haar: “Wetenschappelijke informatie vertalen naar het bord is het Olympisch Minimum voor een diëtist.”

