De voorkeur voor zoete smaak is aangeboren
Van jongs af aan voelt de mens zich aangetrokken tot de zoete smaak, wat wordt geïnterpreteerd als een programmering om zich te richten op een energiebron. Deze aangeboren en universele voorkeur heeft waarschijnlijk een essentiële rol gespeeld in het voortbestaan en de evolutie van de menselijke soort. Maar in een context van overvloed heeft deze aantrekkingskracht niet langer hetzelfde nut en kan ze zelfs schadelijk zijn als ze ons ertoe aanzet om steeds meer suikercalorieën te zoeken. Dit kan zo bijdragen tot een overmatige energie-inname, wat leidt tot gewichtstoename en obesitas.
Maar hoe zit het met caloriearme zoetstoffen? Zorgt de zoete smaak op zich – of die nu afkomstig is van suiker of van een zoetstof – er echt voor dat we meer calorieën consumeren en dikker worden?
Lees ook: Waarom zijn we gek op zoet?
Aanbevelingen over suikers en de zoete smaak
De meeste volksgezondheidsinstanties raden aan de suikerinname te beperken, wat volkomen gerechtvaardigd is gezien de kennis over de schadelijke gevolgen van overmatige consumptie. Sommige instanties, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), en talrijke gezondheidsprofessionals breiden deze redenering uit naar zoete producten in het algemeen. Ze gaan ervan uit dat een lagere blootstelling de trek in zoet vermindert en zo ook het risico op obesitas verlaagt.
Op het eerste gezicht lijkt dit overtuigend: het is bekend dat voedselvoorkeuren worden gevormd op basis van blootstelling en ervaringen uit het verleden. Maar los van die logica tonen de wetenschappelijke gegevens niet aan dat het verminderen van de blootstelling aan een zoete smaak leidt tot een lagere calorie-inname of een verminderd risico op obesitas.
De “Sweet Tooth”-studie: 3 niveaus van blootstelling aan zoet
Precies hier komt de “Sweet Tooth”-studie om de hoek kijken. Deze gerandomiseerde, gecontroleerde interventiestudie met parallelle groepen, werd uitgevoerd door een team van de Universiteit van Wageningen in Nederland en gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition.
De studie had tot doel te evalueren wat het effect is van zes maanden blootstelling aan zoete smaak via de voeding op de waardering van die zoete smaak. Er namen 180 gezonde volwassenen deel, met een gemiddelde leeftijd van 35 jaar en een gemiddelde BMI van 23. Er werden drie groepen gevormd op basis van de mate van blootstelling aan de zoete smaak. De niveaus werden gekozen op basis van het Nederlandse voedingsconsumptieonderzoek, waaruit bleek dat de gemiddelde consumptie van zoete voedingsmiddelen en dranken 28% van de totale energie-inname uitmaakte.
- Lage zoete smaak: 10-15% van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
- Gemiddelde zoete smaak: 25-30% van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
- Sterke zoete smaak: 40-45 % van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
De deelnemers hebben gedurende zes maanden gegeten en gedronken volgens de drie niveaus van zoete smaak. Daarna werden ze tot de tiende maand opgevolgd. Het doel was om te kijken of na deze periode hun voorkeur voor zoet, maar ook hun perceptie van de zoete smaak, hun voedselconsumptie, hun gewicht en bepaalde metabole markers verschilden naargelang de mate van blootstelling aan de zoete smaak.
Lees ook: Lightdranken: word je daar dik van?
Geen verandering in de voorkeur voor zoete smaak
Door de consumptie van zoete voedingsmiddelen en de uitscheiding van zoetstoffen via de urine te evalueren, kon worden nagegaan of de deelnemers zich aan het toegewezen ‘dieet’ hielden, wat een duidelijk en significant verschil aantoonde in de blootstelling aan de zoete smaak tijdens de 6 maanden durende interventie.
Eerste bevinding: er was geen significante verandering in de voorkeur voor zoete smaak tijdens de 6 maanden durende interventie, en de voorkeur voor zoete smaak verschilde niet tussen de groepen, noch in de loop van de tijd. Op gelijkaardige wijze trad er geen verandering op in de perceptie van de intensiteit van de zoete smaak tussen de groepen of in de loop van de tijd.
Vervolgens, aan het einde van de interventie, lieten de laboratoriumtesten en de 24-uursherinneringen geen verschillen zien tussen de groepen in:
- de voedingskeuzes
- de consumptie van zoete voedingsmiddelen
- de energie-inname
Zoete smaak legt geen gewicht in de schaal
Andere belangrijke resultaten: het lichaamsgewicht, de BMI en de lichaamssamenstelling veranderden tijdens de interventieperiode niet, ongeacht de mate van blootstelling aan de zoete smaak. Er was evenmin een verandering in de biomarkers die verband houden met het glucosemetabolisme (bloedsuikerspiegel, insulinespiegel, geglycosyleerd hemoglobine) en de cardiovasculaire gezondheid (totaal cholesterol, triglyceriden, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol).
Ten slotte keerden alle deelnemers na afloop van de interventie terug naar hun oorspronkelijke consumptieniveaus van zoete voedingsmiddelen — een resultaat dat in tegenspraak is met het vaak zonder echt bewijs naar voren gebrachte idee dat de zoete smaak een toenemende trek in zoet zou veroorzaken.
Lees ook: Caloriearme zoetstoffen, nuttig voor het behoud van gewichtsverlies
Tijd voor verandering?
Met andere woorden: deze unieke studie toont aan dat een zes maanden lange blootstelling aan voeding met een laag of hoog zoetgehalte geen meetbaar effect heeft op de voorkeur voor zoete smaak daarna, noch op eetgewoonten, noch op gezondheidsindicatoren die verband houden met suiker. De voorkeur voor zoete smaak bleef stabiel en werd niet beïnvloed door de mate van blootstelling via de voeding.
De auteurs concluderen dat hun resultaten het volksgezondheidsadvies om de blootstelling aan zoete smaak uit zowel suikers als caloriearme zoetstoffen te verminderen, niet ondersteunen, ongeacht andere relevante factoren zoals de energiedichtheid en de vorm van het voedsel. Deze conclusies zijn verkregen bij gezonde volwassenen met vaste gewoonten; de uitbreiding ervan naar andere populaties en langere blootstellingsduur moet nog worden onderzocht.
Hier vindt u een samenvatting van de Sweet Tooth Trial op een pagina
