In 2023 kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan dat haar agentschap voor voedselveiligheid, het JECFA (gezamenlijk FAO/WHO-comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven), eraan herinnerde dat aspartaam veilig is in de toegestane en geconsumeerde hoeveelheden. Tegelijkertijd met deze aankondiging heeft een ander agentschap van de WHO, het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), aspartaam geclassificeerd als “mogelijk kankerverwekkend” (categorie 2B, dezelfde categorie als ingemaakte groenten en aloë vera). Deze categorie komt overeen met onvoldoende bewijs bij de mens, aangezien het bewijs voor kankerverwekkendheid hoger is voor categorie 2A – waartoe bijvoorbeeld rood vlees en heet water behoren – en nog hoger voor categorie 1, waartoe alcoholische dranken en charcuterie behoren. Helaas heeft de classificatie van het IARC alle aandacht gekregen en indruk gemaakt, waardoor er een bijzonder wantrouwen jegens deze zoetstof is ontstaan. Dit komt ook tot uiting in deze studie over het gedrag van consumenten ten aanzien van suiker en zoetstoffen.
Lees ook: Is aspartaam kankerverwekkend? Niet zo snel!
Aspartaam is soms enger dan suiker!
Uit een eerder onderzoek dat in 2023 kort na het IARC-rapport werd uitgevoerd, blijkt dat meer dan 1 op de 3 consumenten (36%) ten onrechte van mening is dat aspartaam “waarschijnlijk ‘ of ‘zeker’ kankerverwekkend is, en slechts 17% geeft aan dat het geen kanker veroorzaakt mits de aanvaardbare dagelijkse inname wordt gerespecteerd (wat echter het advies is van voedselveiligheidsinstanties in Europa en de rest van de wereld). Meer dan één op de twee personen (54%) denkt dat de veiligheidsinstanties aanbevelen om aspartaam te vermijden, wat niet het geval is. Van de mensen die zeggen dat ze zich op zijn minst enigszins zorgen maken over aspartaam, zegt 45% dat ze zullen stoppen met het drinken van dranken die aspartaam bevatten en zullen overschakelen op iets anders. En in 1 op de 3 gevallen is ‘iets anders’ een drankje met suikers in plaats van aspartaam.
Voor het gewicht: vooral suikers verminderen
In de 2026-studie vinden 7 op de 10 deelnemers gewichtsbeheersing belangrijk. Om dit te bereiken, geven de deelnemers aan dat ze in de eerste plaats hun suikerconsumptie proberen te verminderen (87%), gevolgd door vetten (83%) en calorieën (74%). Om suiker te verminderen, is de meest gebruikte strategie het verminderen van de frequentie van de consumptie van suikerhoudende voedingsmiddelen en dranken (63%), het verminderen van de portiegrootte (40%) en het vervangen van suiker door caloriearme zoetstoffen (34%). Hoewel 1/3 van de deelnemers die hun suikerinname willen verminderen het ermee eens is dat mensen nooit suikerhoudende dranken zouden moeten drinken, maar alleen water, bevestigt 61 % van hen dat ze willen genieten van de zoete smaak en geven toe dat ze minstens één keer per maand een suikerhoudende drank drinken (en 26 % elke week).
Lees ook: Zoetstoffen & gewicht: houd rekening met het plateau-effect!
Zoetstoffen: de verschillen tussen het noorden en het zuiden
Hoewel België een klein land is, worden caloriearme zoetstoffen in het noorden en het zuiden heel anders bekeken. Zo geven meer Franstaligen aan dat ze suiker niet vervangen door caloriearme zoetstoffen (52 %) dan Nederlandstaligen (42 %), en dat ze geen producten met caloriearme zoetstoffen kiezen (42 % tegenover 31 %). Bovendien vindt 41 % van de Franstaligen dat ze vrijwel niets weten over caloriearme zoetstoffen, tegenover 34 % van de Nederlandstaligen. De risicobeoordeling loopt tegengesteld aan de kennis: in het noorden wegen de voordelen van caloriearme zoetstoffen (52 %) zwaarder dan de risico’s (46 %), terwijl in het zuiden de risico’s van caloriearme zoetstoffen (46 %) zwaarder wegen dan de voordelen (33 %).
Angst voor kunstmatige producten nog steeds op de eerste plaats
Waarom zijn caloriearme zoetstoffen zo beangstigend, terwijl ze onder streng toezicht staan van gezondheidsinstanties om hun veiligheid te garanderen? Meer dan de helft (56 %) van de deelnemers noemt vooral het kunstmatige karakter. Een angst die niet rationeel is, aangezien het natuurlijke of kunstmatige karakter niets verandert aan de beoordeling van de veiligheid van een stof…
Een ander opvallend feit: bijna 1 op de 2 personen (48 %) beweert dat caloriearme zoetstoffen kanker kunnen veroorzaken. Ten slotte is meer dan 1 op de 3 personen (36 %) van mening dat ze schadelijk zijn voor de darmgezondheid (terwijl uit de SWEET-studie bij mensen is gebleken dat zoetstoffen een positief effect hebben op het darmmicrobioom…). De smaak van caloriearme zoetstoffen wordt door een op de vier personen (26%) bekritiseerd. Opvallend is dat degenen die de risico’s van caloriearme zoetstoffen het meest onderkennen, vaker de voorkeur geven aan suikerhoudende dranken boven caloriearme of calorievrije dranken.
Deze gegevens tonen aan hoe belangrijk het is om betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie te verstrekken over caloriearme zoetstoffen. Bijna 8 op de 10 respondenten (78%) vinden trouwens dat de officiële instanties hen duidelijk moeten informeren over het al dan niet veilig zijn van zoetstoffen.
Lees ook: Zijn ‘natuurlijke’ stoffen betrouwbaarder?
