Terug naar lijst

De 3 grootste mythes over laagcalorische zoetstoffen

Een nieuw literatuuronderzoek maakt een stand van zaken op van onze kennis over het nut van laagcalorische zoetstoffen en de drie grootste mythes op dat vlak.

drie-mythes-over-zoetstoffen

Over laagcalorische zoetstoffen doen diverse theorieën de ronde. Die duiken steeds weer op in de media en debatten, hoewel ze door geen enkel bewijsmateriaal zijn onderbouwd. Het idee dat zoetstoffen uiteindelijk schadelijk zouden zijn voor de gewichtsbeheersing, leidt tot controverse, hoewel studies bij de mens aantonen dat laagcalorische zoetstoffen juist nuttig kunnen zijn voor de gewichtsbeheersing, doordat ze de energiedichtheid van voeding en dranken verlagen. Prof. Peter Rogers van de universiteit van Bristol (Engeland) evalueerde onze huidige kennis aan de hand van een wetenschappelijk literatuuronderzoek en bestudeerde in detail drie veelvoorkomende hypotheses over laagcalorische zoetstoffen.

1.      De hypothese van verwarring veroorzaakt door de zoete smaak

Deze theorie is gebaseerd op een aantal studies met sacharine bij ratten en veronderstelt dat laagcalorische zoetstoffen de aangeleerde controle van het lichaam over de energie-inname zouden verstoren door het feit dat de zoete smaak van zoetstoffen niet geassocieerd wordt met calorieën, in tegenstelling tot suikers. In werkelijkheid ondersteunen de meeste onderzoeken bij dieren en bij de mens deze hypothese niet. De analyse van Prof. Rogers bracht zelfs een procedurefout aan het licht in de onderzoeken aan de basis van deze hypothese. Daardoor begrijpen we nu waarom niet alle gelijkaardige studies tot dezelfde resultaten hebben geleid.

2.      De hypothese dat zoetigheid zonder calorieën zoetekauwen creëert

Deze theorie veronderstelt dat blootstelling aan een zoete smaak zonder calorieën de aantrekkingskracht van zoet vergroot, en bijgevolg ook de consumptie van calorierijke zoete voedingswaren. Deze hypothese wordt echter evenmin gestaafd door consistent bewijsmateriaal uit interventieonderzoeken bij de mens op korte en lange termijn (4 weken tot 40 maanden). Integendeel: studies geven eerder aan dat de consumptie van laagcalorische zoetstoffen, die vooral in de vorm van dranken wordt bestudeerd, de energie-inname niet verhoogt en toch de zin naar zoet invult.

3.      De hypothese van de bewuste overconsumptie

Volgens deze hypothese zouden we ons eetgedrag aanpassen en meer gaan eten als we ons ervan bewust zijn dat we voedingsproducten met een beperkt energiegehalte consumeren, bijvoorbeeld met laagcalorische zoetstoffen. Na een analyse van alle beschikbare gegevens besluit Prof. Rogers ook hier dat slechts weinig informatie wijst op een bewuste compensatie bij personen die gebruik maken van laagcalorische zoetstoffen. De resultaten van vergelijkende interventieonderzoeken voor laagcalorische zoetstoffen en suiker wijzen er in ieder geval op dat het energieverlagende aspect de bovenhand heeft op alle andere effecten die laagcalorische zoetstoffen mogelijk zouden kunnen hebben op de toename van de energieconsumptie.

Geen wondermiddel maar duidelijk meer voor- dan nadelen

Uit een nauwgezette analyse van deze drie hypotheses blijkt dat de beperkte energie-inhoud van voeding en dranken met laagcalorische zoetstoffen niet wordt gecompenseerd, wat helpt om de dagelijkse calorie-inname te verlagen. Uiteraard zijn laagcalorische zoetstoffen geen wondermiddel om af te vallen en mogen we ze niet als dusdanig beschouwen, verduidelijkt Prof. Rogers, maar ze opnemen in het eetpatroon kan wel degelijk een interessant hulpmiddel zijn voor gewichtsbeheersing.

Referentie: Rogers P J. Proc Nutr Soc. Published online: 23 November 2017
Aanverwante artikels
intensieve zoetstoffen-congres

Congres over Intensieve Zoetstoffen

Tijdens het congres ‘Intensieve zoetstoffen: wetenschap of pseudowetenschap?’, dat onlangs in Brussel plaatsvond hebben verschillende wetenschappers dit onderwerp besproken in het licht van de huidige wetenschappelijke kennis.

advantaam-aspartaam-EFSA

Advantaam goedgekeurd door de EAV

Het zoetende vermogen van advantaam is 30.000 maal sterker dan dat van suiker, en 100 maal sterker dan aspartaam. Daarmee wordt het pad geëffend voor een nieuwe categorie zeer intense zoetstoffen. Advantaam is net door de EFSA veilig voor gebruik bevonden.