Terug naar lijst

Zoetstoffenconsumptie: veilig niveau in Ierland

Een nieuw onderzoek naar de consumptie van zes laagcalorische zoetstoffen in Ierland toont aan dat de inname onder de veilige waarden ligt.

zoetstoffen-verbruik-ierland

Voor elke laagcalorische zoetstof is er een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI), die aangeeft hoeveel men er levenslang dagelijks van kan consumeren zonder dat er gezondheidsproblemen optreden. In Europa wordt de ADI bepaald door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Om het naleven van die ADI te vergemakkelijken preciseert de EFSA ook in welke levensmiddelen en in welke maximale hoeveelheid elke zoetstof mag worden gebruikt. Dat volstaat echter niet om te kunnen anticiperen op elk mogelijk consumptiegedrag of op de lancering van nieuwe voedingsmiddelen. Vandaar het belang van specifieke studies die de consumptie van laagcalorische zoetstoffen meten bij de bevolking. Dat is nu dus gebeurd voor de volwassen bevolking van Ierland.

De consumptie van 6 zoetstoffen volgens drie scenario’s

Deze nieuwe Ierse studie gebeurde in samenwerking met twee Belgische wetenschappers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (Séverine Goscinny en Joris Van Loco). Ze bestudeerden zes laagcalorische zoetstoffen: acesulfaam-K, aspartaam, cyclamaat, sacharine, sucralose en steviolglycosiden. De onderzoekers evalueerden de consumptie volgens drie verschillende methoden. De eerste methode (TIER 1) maakt het mogelijk om de maximale theoretische zoetstofinname in te schatten, want ze gaat ervan uit dat alle voedingsmiddelen die zoetstoffen kunnen bevatten, die ook bevatten in de maximaal toegestane hoeveelheden. Ook de tweede methode (TIER2) hanteert de maximaal toegestane waarden, maar houdt rekening met de gegevens over de samenstelling per merk (niet alle lightdranken bevatten bv. dezelfde zoetstof(fen)). Deze methode overschat dus nog steeds de werkelijke zoetstofinname, maar minder sterk dan TIER1. De derde methode (TIER3) tot slot is de meest realistische en is gebaseerd op analyses van het zoetstoffengehalte in voedingsmiddelen en dranken in Ierland.

Veilig consumptieniveau

Volgens de resultaten ligt de inname van de hele bevolking in de 3 scenario’s onder de ADI, ook bij grote zoetstofgebruikers. In het pessimistische scenario (TIER1) bereiken de grootste verbruikers 59,2% van de ADI voor acesulfaam-K, 21,6% voor aspartaam, 42,1% voor cyclamaat, 41,2% voor sacharine, 21,5% voor sucralose en 22% voor steviolglycosiden. In het meest realistische scenario (TIER3), liggen alle consumptieniveaus onder de 20% van de ADI voor alle zoetstoffen behalve voor cyclamaat (49,3% van de ADI).

De meest geconsumeerde zoetstoffen zijn acesulfaam-K, aspartaam en sucralose, en de voornaamste bronnen zijn de categorieën appel- en perencider, koolzuurhoudende dranken, tafelzoetstoffen, zuivelproducten, voedingssupplementen en sauzen.

De auteurs besluiten dat de inname van deze zes laagcalorische zoetstoffen op dit moment geen aanleiding geeft tot bezorgdheid, maar dat het wel belangrijk is om een dergelijke follow-up regelmatig uit te voeren, gezien de evolutie van de markt en de consumptiegewoonten.

Toelichting van Joris Van Loco (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid), medeauteur van de studie:

“Deze resultaten wijzen in dezelfde richting als wat we eerder in België al hebben vastgesteld. Ze tonen aan dat het innameniveau zelfs bij grote gebruikers van laagcalorische zoetstoffen de Aanvaardbare Dagelijkse Inname niet overschrijdt.”

Referentie: Buffini M et al. Food Addictives & Contaminant: Part A. Published online 28 Dec 2017.
Aanverwante artikels
natuurlijk-zoetstof-regelgeving

Wat betekent het woord ‘natuurlijk’?

Veel consumenten zijn tegenwoordig op zoek naar natuurlijke producten. Maar wat betekent die term ‘natuurlijk’ in feite? De wetgeving is verre van duidelijk. Een stand van zaken met advocaat Grégory Sorreaux, die gespecialiseerd is in levensmiddelenrecht.

intensieve zoetstoffen-congres

Congres over Intensieve Zoetstoffen

Tijdens het congres ‘Intensieve zoetstoffen: wetenschap of pseudowetenschap?’, dat onlangs in Brussel plaatsvond hebben verschillende wetenschappers dit onderwerp besproken in het licht van de huidige wetenschappelijke kennis.