DOE DE TEST!

Minder suiker: mythes over lightdranken

Minder suiker consumeren is een prima voornemen. Maar wat drink je dan? Uiteraard water, maar hoe zat het ook alweer met light- en zerodranken? Vijf redenen waarom er nog steeds zo veel hardnekkige mythes bestaan over light- en zerodranken.

Januari staat gelijk met goede voornemens. ‘Evenwichtiger eten’ en ‘meer sporten’ prijken steevast bovenaan op de lijstjes met wat we anders willen doen in het nieuwe jaar. Een goede gelegenheid om water de plaats te geven die het verdient. Om minder gesuikerd te drinken en toch te blijven genieten van die lekkere zoete smaak, zijn er ook light- en zerodranken, die in de meeste gevallen geen toegevoegde suikers bevatten. We horen en lezen echter van alles over die dranken, en veel mensen vragen zich af of ze niet ongezond zijn. Dat is namelijk wat pseudowetenschappelijke bronnen suggereren. Ze gaan in tegen het advies van officiële wetenschappelijke instanties en houden zo bepaalde mythes over deze dranken in stand. Aaron E. Carroll, professor kindergeneeskunde en researcher, schrijft veel over wetenschappelijk onderzoek. Hij is de auteur van The Bad Food Bible en liet zich uit over het thema in de New York Times. Hij noemde vijf redenen waarom de mythes over light- en zerodranken nog lang niet zijn uitgeroeid.

Lees ook: De 3 grootste mythes over laagcalorische zoetstoffen

De mythe van ‘natuurlijk’

De eerste reden die Aaron E. Carroll aanhaalt in de New York Times: de perceptie dat alles wat kunstmatig is, slecht is. De term ‘kunstmatige zoetstof’ klinkt al chemisch in de oren. Maar uiteindelijk is alles chemisch, zelfs diwaterstofmonoxide, een andere benaming voor … water! Sommige ingrediënten bestaan in de natuur, andere worden gemaakt, wat nog niet betekent dat het ene beter is dan het andere.

Bekijk onze infografiek: Natuurlijk of kunstmatig: welke stof is het meest betrouwbaar?

Tweede reden: in een tijd waarin we steeds meer met gezondheid bezig zijn, worden frisdranken van welk type ook in bepaalde milieus gestigmatiseerd. Het klopt dat frisdranken niet essentieel zijn om in leven te blijven. Maar we eten en drinken ook heel wat andere dingen die niet levensnoodzakelijk zijn: we hebben geen chocolade of ijsjes nodig, maar we eten ze toch, puur en alleen voor ons plezier. Alleen blijft het voor frisdranken, net zoals voor alle andere niet-levensnoodzakelijke voedingsmiddelen, belangrijk om ze met mate te consumeren.

Onderzoekers onder druk

Derde reden: wetenschappers moeten publiceren om hun baan te behouden! Als onderzoeker getuigt professor Carroll van de grote druk op wetenschappelijk onderzoek: je moet financiële middelen vinden én je moet publiceren. Hij legt uit dat de eenvoudigste oplossing is om een groot aantal gegevens te nemen en een analyse te publiceren die een correlatie aantoont tussen bepaalde factoren en bepaalde resultaten. Dat leidt tot bevindingen van het type ‘iedereen is uitgedroogd en we moeten water drinken’, ‘koffie heeft invloed op onze gezondheid’ enz. Zolang de wetenschapscultuur productie als maatstaf voor succes vereist, zullen dergelijke studies blijven verschijnen. En omdat ook de media moeten publiceren om te overleven – en thema’s rond voeding en gezondheid liggen nu eenmaal goed in de markt – zullen we artikels blijven lezen over hoe we dood zullen gaan aan light- en zerodranken, aldus Carroll.

Vierde reden: in onderzoek moet je een groot aantal gegevens analyseren. Dat is niet alleen veel werk, de gegevens aankopen is ook heel duur, legt Carroll uit. Als gevolg daarvan zitten de grote databanken geconcentreerd bij een paar prestigieuze universiteiten, die daarmee onderzoekers aantrekken om nog grotere en recentere datasets te maken, en de media lokken. Voor die media is geloofwaardigheid niet gebaseerd op de waarde van het onderzoek, maar op het prestige van de universiteit.

Vijfde reden: observationele studies hebben beperkingen die mensen niet inzien. Je kunt met deze studies associaties duidelijk maken, maar geen oorzakelijke verbanden leggen. Zo zijn mensen die light- en zerodranken consumeren, misschien meer bekommerd om hun gewicht of gezondheid. Een hartaanval of een ander gezondheidsprobleem kunnen er bijvoorbeeld toe hebben geleid dat ze minder suiker zijn gaan drinken, en niet andersom!

Dit alles verklaart volgens de onderzoeker waarom de cyclus van studies en artikelen over dit thema altijd meer angst creëert dan nodig.

Lees ook: Wetenschappelijke studies: hoe moet je de resultaten interpreteren?

Referentie: gebaseerd op een artikel van Aaron E. Carroll, gepubliceerd in de New York Times op 14 oktober 2019.