Steviolglycosiden (E960)

Steviolglycosiden (of stevioside of rebausioside) is ca. 200-300 keer zo zoet als suiker (sacharose) en levert geen calorieën. Het wordt in Zuid-Amerika al eeuwenlang gebruikt als zoetmiddel en wordt gewonnen uit het blad van de steviaplant.

stevia-E960-glycosides-steviol-steviolglycosiden

Steviolglycosiden, beter bekend onder de naam ‘stevia’ worden gewonnen uit het blad van de steviaplant (Stevia rebaudiana). De bladeren van de plant worden onder water gezet om te weken. De waterige oplossing wordt verder gezuiverd en gedroogd totdat er steviol glycoside kristallen overblijven. In het gebied van oorsprong van de steviaplant, de grensstreek tussen Paraguay en Brazilië, wordt stevia al eeuwenlange gebruik als zoetmiddel. De bladeren werden o.a. in de thee gedaan.

De zoete smaak van steviolglycosiden wordt door het lichaam vertraagd waargenomen. Het heeft een enigszins bittere smaak en nasmaak. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.

Steviolglycosiden kunnen door ons lichaam niet worden opgenomen. Wel wordt steviolglycosiden door de darmflora omgezet in steviol en dit wordt door het lichaam gedeeltelijk opgenomen. Het overige deel verlaat het lichaam via de faeces. De door het lichaam opgenomen steviol bindt zich in de lever aan glucuronzuur en verlaat vervolgens via de urine het lichaam. Steviolglycosiden en steviol leveren geen calorieën.

Veiligheid en gezondheid

Steviolglycosiden zijn in 2008 beoordeeld en veilig bevonden door JECFA. In 2010 is het door de European Food Safety Authoriy (EFSA) beoordeeld en veilig bevonden voor gebruik in levensmiddelen. Wel is aangegeven dat de maximale hoeveelheden in voedingsmiddelen zorgvuldig moet worden bepaald omdat anders de ADI overschreden zou kunnen worden. In 2011 heeft de EFSA een aanvullende evaluatie gepubliceerd naar aanleiding van een nieuw voorstel over maximale hoeveelheden in voedingsmiddelen. Vervolgens moest de wetgeving worden aangepast. Dit traject is relatief recent afgerond. Met ingang van 2 december 2011 zijn steviolglycosiden in de Europese Unie toegelaten als zoetstof in levensmiddelen.

In de V.S., Australië en Nieuw-Zeeland zijn steviolglycosiden sinds eind 2008 toegestaan als zoetstof. In Japan, Korea, Brazilië en een aantal andere landen over de wereld worden steviolglycosiden gezien als natuurlijke bestanddeel en daardoor geaccepteerd voor het gebruik in levensmiddelen.

Steviolglycosiden hebben geen nadelig effect op het gebit en heeft geen invloed op insuline en/of bloedsuikergehalte, waardoor het ook geschikt is voor diabetici.

ADI

De ADI van steviolglycosiden is op basis van advies van de EFSA vastgesteld op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag, uitgedrukt in steviol equivalenten.

In welke voedingsmiddelen

Naar verwachting zullen er de komende tijd veel producten met steviolglycosiden op de markt worden gebracht. In de Europese wetgeving is vastgelegd in welke voedselgroepen het gebruik is toegestaan: het gaat om gearomatiseerde niet-alcoholische dranken (limonade, melk- en sojadrankjes), bier, consumptie-ijs, groenten- en fruitbereidingen, confituur, chocolade, snoepgoed, kauwgom, ontbijtgranen, desserts, sauzen, voedingssupplementen en tafelzoetstoffen. In Frankrijk, waar stevia bij wijze van proef al sinds 2009 was toegestaan als zoetstof in levensmiddelen, zijn diverse frisdranken op de markt die gezoet zijn met steviolglycosiden. In Japan wordt het o.a. gebruikt in sojasaus en in groentebereidingen.

Toepassingsmogelijkheden

Steviolglycosiden zijn stabiel bij verhitting, dat wil zeggen dat de chemische structuur niet verandert bij verhitting. Het is dus geschikt als zoetstof voor gekookte en gebakken producten. Het is stabiel tussen een pH van 3 tot 9. Stevia is niet fermenteerbaar en kleurt niet bruin bij verhitting.

Alles over stevia in een oogopslag (infografiek)