Nee, diabetes betekent niet dat je nooit meer van een lekker nagerecht mag genieten. Zolang de ingrediënten maar kloppen. Ontdek hieronder waar je op moet letten!
FAQ
Je vragen, onze antwoorden
Heb je vragen over zoetstoffen? Hieronder vind je de meest gestelde vragen! Onze vragen en antwoorden zijn gerangschikt per categorie.
Diabetes
Prediabetes is een afwijking van de bloedsuikerspiegel en een voorfase van diabetes type 2. Hoewel er vaak geen symptomen zijn, kan het na enkele jaren leiden tot diabetes.
De Diabetesliga legt uit wat prediabetes precies is: de diagnose wordt gesteld door de nuchtere glycemie (bloedsuikerspiegel) te meten. Als er niet wordt ingegrepen, leidt prediabetes in 1 op de 2 gevallen tot diabetes. Het goede nieuws is dat prediabetes omkeerbaar is door gezond en evenwichtig te eten en regelmatig aan lichaamsbeweging te doen.
Een aantal oude, onbetrouwbare studies suggereerden dat zoetstoffen de suikerspiegel en de insulinesecretie beïnvloeden. Verschillende recente en betrouwbare onderzoeken tonen echter het tegenovergestelde aan. Een lightcola drinken heeft namelijk hetzelfde effect op de bloedsuikerspiegel als een glas water drinken. In een andere nieuwe klinische studie dronken gezonde vrijwilligers twee weken lang elke dag water met pure aspartaam of sucralose. Ook daar werd geen effect op de bloedsuikerspiegel, het insulinegehalte of andere markers vastgesteld
In het kort
- De GI geeft aan hoe snel en hoe sterk de bloedsuikerspiegel stijgt na het eten van een bepaald product.
- Het is handig om verschillende bronnen van koolhydraten onderling te vergelijken.
- Een lage of gemiddelde glycemische index heeft de voorkeur.
- Laagcalorische zoetstoffen hebben geen glycemische index.
- Ter vervanging van suikers, kunnen zoetstoffen zowel de glycemische index als de glycemische lading van voedingsmiddelen en dranken verlagen.
Alle suikers, en ook samengestelde koolhydraten uit zetmeelhouders, worden in ons lichaam omgezet in glucose. Deze omzetting gebeurt na de vertering. Glucose wordt vervolgens via het bloed vervoerd naar je lichaamscellen en door je lichaam gebruikt als energiebron. De glucose die we niet onmiddellijk gebruiken, wordt opgeslagen en gebruikt op een later moment wanneer je lichaam het nodig heeft.
De suikers in je voeding hebben niet allemaal hetzelfde effect op je lichaam. Dat komt omdat het verteringsproces anders verloopt, in functie van de suiker- of koolhydraatbron. Neem je een suikerklontje in of eet je yoghurt, de suikers die ze bevatten worden op een andere manier opgenomen en verwerkt in het lichaam.
Wat is de glycemische index?
De glycemische index of glykemische index (GI) geeft aan hoe snel de ingenomen suikers uit de voedingsmiddelen die je eet worden verteerd en opgenomen worden in je bloedbaan. Het geeft dus de snelheid weer waarmee het suikergehalte in het bloed (bloedsuikerspiegel of glycemie) stijgt nadat je iets hebt gegeten of gedronken.
De GI van een voedingsmiddel wordt uitgedrukt in een getal van 0 tot 100. Een lage GI is kleiner dan 55, een gemiddelde GI is van 55 tot 70, en hoge GI is hoger dan 70. Deze snelheid van de stijging van de bloedsuikerspiegel is afhankelijk van een aantal factoren, zoals:
- De samenstelling van het product
- het type koolhydraat
- de hoeveelheid koolhydraten
- de aanwezigheid van vetten, van eiwitten en van vezels
- De bereidingswijze, de duur en de temperatuur van het product
Koolhydraten vergelijken dankzij de glycemische index
Dankzij deze index kun je verschillende koolhydraatbronnen onderling met elkaar vergelijken. Een lage of gemiddelde glycemische index is beter dan een hoge index. Een hoge index wil namelijk zeggen dat de suikerspiegel snel stijgt, waardoor je lichaam meer en sneller insuline moet inzetten om de suikerwaarden in het bloed terug stabiel te krijgen.
Voor personen met diabetes is dit extra belangrijk. Kies je voor producten met een lage glycemische index, dan zal je lichaam minder insuline nodig hebben om je suikerspiegel constant te houden.
Welke glycemische index overschrijd je best niet?
Voedingsmiddelen met een lage tot matige glycemische index krijgen de voorkeur, dit wil zeggen, een glycemische index onder de 70. Producten met een hogere glycemische index zijn daarom niet verboden, je kan ze innemen mits enkele aandachtspunten: let op de hoeveelheid die je eet, combineer ze met andere voedingsmiddelen of eet ze in het kader van een volledige maaltijd. De laatste twee adviezen zullen ervoor zorgen dat de totale glycemische index van wat je op eenzelfde moment inneemt zal dalen.
Zijn alle voedingsmiddelen met een lagere glycemische index gezond? Niet per se, het ene staat uiteindelijk los van het andere. Je kan je voedingspatroon dus niet enkel baseren op de glycemische index. Het is belangrijk om ook stil te staan bij wat je voeding je lichaam brengt, zoals energie, vitaminen en mineralen. Een gezonde en gevarieerde voedingsinname blijft de basis! Wel kan je rekening houden met de glycemische index bij het maken van bepaalde voedingskeuzes.
Vergis je niet met glycemische lading (Glycemic Load)
De GI houdt geen rekening met de geconsumeerde hoeveelheid koolhydraten. Die factor zit verwerkt in een andere indicator: de glycemische lading (of glycemic load, GL). Een product met een hoge GI kan alsnog een lage glycemische lading hebben. In het algemeen wordt aanvaard dat een lage GL onder de 10 blijft en een hoge GL boven de 20.
Welke suiker heeft de laagste glycemische index?
De glycemische index van tafelsuiker is 65. Dat is een matige GI maar wel aan de hogere kant. Is er een suiker die de glycemische index niet verhoogt? Zowat alle suikers verhogen de glycemische index, al kan dat in mindere of sterkere mate zijn.
Welke toegevoegde suikers hebben een lagere GI? Kokossuiker heeft net zoals agavesiroop een hogere verhouding fructose, waardoor de GI lager ligt (25-35). Fructose doet de bloedsuikerspiegel minder stijgen, maar wordt in het lichaam gemakkelijker omgezet tot vet. Honing heeft dan weer een zeer fluctuerende GI, afhankelijk van de samenstelling, sommige soorten hebben een GI van 80, andere (zoals acaciahoning) een GI van 32. Rapadura heeft dan weer een GI vergelijkbaar aan deze van tafelsuiker.
Vergeet niet dan deze suikers, ook al hebben ze een lagere GI, nog steeds deel uitmaken van de toegevoegde suikers. Voor al deze suikers geldt de aanbeveling om hun inname te beperken tot maximum 10% van je energie-inname.
Wil je een zoete smaak zonder suikers in te nemen en zonder je bloedsuikerspiegel te verhogen? Laagcalorische zoetstoffen zijn dan een handige keuze.
Wat is de glycemische index van zoetstoffen?
Laagcalorische zoetstoffen worden niet omgezet in glucose en doen de bloedsuikerspiegel niet stijgen. Door ze te gebruiken als suikervervanger kunnen ze zowel de glycemische index als de glycemische lading van voedingsmiddelen verlagen.
Ook bulkzoetstoffen doen de suikerspiegel of glycemie niet stijgen. De glycemische index van maltitol is dus, net zoals deze van andere polyolen, nul. Net zoals laagcalorische zoetstoffen, kunnen bulkzoetstoffen zorgen voor een daling van de glycemische respons na een maaltijd, wanneer ze worden gebruikt ter vervanging van suiker.
Zoetstoffen kunnen daardoor gebruikt worden door patiënten met diabetes.
Je kan op het internet verschillende lijsten vinden om na te gaan welke voedingsmiddelen een hoge GI hebben en welke voedingsmiddelen een lage GI. Bijvoorbeeld in deze internationale tabel met glycemische index en glycemische lading.
Ontdek HIER de glycemische index van dranken in een notendop (infografiek)!
Zo is voeding een essentiële factor bij diabetes. Wist je dat naast suikers ook vetten een belangrijke rol spelen? Hierbij is de kwaliteit van de vetten cruciaal. Ontdek hier enkele tips voor een gezonde dag met minder suiker en minder vetten!
- Beperk de inname van toegevoegde suikers en geef de voorkeur aan:
- producten vrij van toegevoegde suikers (bv. fruit en groenten)
- producten gezoet met zoetstoffen
- Behoud een dagelijkse inname van 2 tot 3 stukken fruit
- Beperk de inname van verzadigde vetzuren, de ‘slechte vetten’ en vervang ze door onverzadigde vetten, de ‘goede vetten’:
- Mager vlees en gevogelte (kalfslapje, kip, kalkoen…)
- Magere melkproducten (yoghurt, kaas, melk…)
- Vis, schaal of scheldieren (2x/week waarvan 1x vette vis: haring, makreel, zalm, paling…)
- Groenten, peulvruchten (bij de hoofdmaaltijd of tussendoor)
Bij diabetes moet je vooral de toegevoegde suikers beperken. Fruit bevat dan wel van nature aanwezige suikers, maar ook heel wat nuttige voedingsstoffen en beschermende elementen (vitaminen, vezels, antioxidanten enz.). Diabetespatiënten mogen dus wel fruit eten, maar zonder te overdrijven : max. 2 à 3 stukken fruit per dag, verspreid over de dag.
Maar van honing een product maken om de bloedsuikerspiegel bij te sturen, dat is een stap die de Association Belge du Diabète niet zet. Je vindt haar aanbevelingen over honing bij diabetes op haar website…
Wat is de glycemische index van light- of zerodranken?
De glycemische index drukt de snelheid uit waarmee het suikergehalte in je bloed stijgt na het eten of drinken van een voedingsproduct met koolhydraten (waartoe ook de suikers behoren). Light- of zerodranken die geen suikers bevatten, veroorzaken geen enkele stijging van het suikergehalte in het bloed, en daarom is hun glycemische index nul. Dat is bijzonder interessant voor personen met diabetes, want zij moeten zorgen dat hun bloedsuikerspiegel niet al te zeer stijgt.
De glycemische index in een notendop!
Wat is de glycemische index? Waarom is een lage GI beter? Wanneer geef je toch de voorkeer aan een hoge GI? Wat is de glycemische index van mijn favoriete dranken? Alle antwoorden vind je in onze infografiek!
Wil je nog meer weten? Bekijk ook onze korte video!
Gezondheid en veiligheid
Wat zijn lightdranken juist?
‘Light’, ‘suikerarm’ en andere synoniemen werden lang te pas en te onpas gebruikt. Er was geen duidelijke Europese wetgeving, maar dat is veranderd in 2006! Volgens de huidige reglementering, die bepaalt wanneer een voedingsclaim mag worden gebruikt, mag drank en frisdrank ‘light’ genoemd worden als hij voldoet aan welbepaalde voorwaarden:
- Allereerst moet duidelijk vermeld worden waarin de drank precies light is. Meestal gaat het om suiker, waardoor meteen ook de calorieën (het energiegehalte) dalen.
- Bovendien moet de drank minstens 30% minder suikers of calorieën bevatten dan het originele product (de niet-lightdrank).
Concreet kan er van lightdranken of dranken met minder suikers of suikerarme dranken gesproken worden wanneer de dranken niet meer dan 5 g suikers per 100 ml bevatten, dit wil zeggen 20 kcal per 100 ml.
In werkelijkheid is de verlaging van het suikergehalte in dranken vaak veel groter dan de minimale 30%. Het kan gaan tot de totale hoeveelheid toegevoegde suikers die verwijderd wordt, die eventueel vervangen worden door een of meerdere laagcalorische zoetstoffen. Veel lightdranken bevatten dus zo goed als geen suikers of calorieën.
Lightdranken op basis van vruchtensap bevatten natuurlijke suikers aanwezig in het vruchtensap. Het kan dan nuttig zijn om het etiket na te kijken om na te gaan wat het suikergehalte en/of caloriegehalte is.
Lees ook: Suikers die van nature aanwezig zijn: natuurlijk suiker!
Wat is het verschil tussen zero en lightdranken?
Een lightdrank kan dus weinig of geen suikers bevatten. Het verschil tussen light en zero? “Zero” frisdrank staat voor “zero toegevoegde suikers”. Aan deze dranken wordt er dus geen enkele suiker toegevoegd. Er zijn twee mogelijkheden voor zerodranken:
- Voor dranken die geen vruchtensappen bevatten: “zero” betekent dat de drank geen suikers bevat, en dus ook geen calorieën. In dit geval zijn er geen toegevoegde noch van nature aanwezige suikers.
- Voor frisdrank met vruchtensappen: kan nog een kleine hoeveelheid suikers aanwezig zijn, die van nature aanwezig zijn in het fruit.
In alle gevallen, kan een frisdrank pas “zonder suikers” genoemd worden wanneer het voldoet aan het Europese reglement. Het reglement zegt dat dergelijke dranken niet meer dan 0,5 g suikers per 100 ml mogen bevatten (dit komt overeen met 1/10de van een klontje suiker).
Lees ook: Is aspartaam gevaarlijk?
Hoeveel calorieën minder dankzij lightdranken?
De vermindering van het suikergehalte in een lightdrank zal dus bepalen in welke mate de calorieën van de drank dalen.
- Een voorbeeld: bij een frisdrank waarvan de originele versie 10% suikers bevat (100 kcal voor een glas van 250 ml), mag de lightversie wettelijk nog 70 kcal per glas van 250 ml bevatten. Als er, zoals vaak het geval is, geen suiker meer aanwezig is (het kan gaan om een light- of zerodrank), zal een glas van 250 ml niet meer dan 1 kcal Dat is belangrijk voor wie zijn suikerconsumptie of calorie-inname wil beperken zonder daarom aan smaak of genot in te boeten.
Word je dik bij het drinken van light- en zerodranken?
Nee. Indien het gaat om lightdranken of zerodranken zonder suikers, dus zonder energetische waarde, kunnen zij niet dik maken. In tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd: light- of zerodranken met laagcalorische zoetstoffen zetten niet aan tot meer eten. Natuurlijk gaan ze een minder verzadigend effect hebben dan hun gesuikerde versie, aangezien ze geen of weinig calorieën leveren. Daarentegen, kan het vervangen van gesuikerde frisdrank (die dus ook calorieën leveren) door frisdrank met zoetstoffen, in het algemeen de consumptie van calorieën gemakkelijker helpen beperken (op voorwaarde dat het verschil niet volledig gecompenseerd wordt tijdens de maaltijden en/of tussendoortjes).
Kan je met light- en zerodranken afvallen?
Light- en zerodranken hebben, net zoals water, geen vermagerend effect op zich. De meeste voedingsaanbevelingen stellen water voorop, zeker wanneer je tracht te vermageren. Toch toont onderzoek dat het vervanger van gesuikerde dranken door een light- of zerovariant (zonder suikers) een klein maar significant voordelig effect kan hebben op het gewicht, de corpulentie, de vetmassa en de levervetten.
Gesuikerde dranken, lightdranken en water: wat zijn hun effecten?
De Europese Vereniging voor het Onderzoek naar Diabetes (EASD) leidde een systematische review van klinische studies (2) met drie scenario’s in dewelke de ene drank vervangen werd met de andere:
- Light drinken in plaats van gesuikerde dranken drinken
- Water drinken in plaats van gesuikerde dranken drinken
- Light drinken in plaats van water drinken
De onderzoekers selecteerden studies die, in de hiërarchie van de bewijzen, de grootste wetenschappelijke waarde hebben: de gerandomiseerde klinische onderzoeken (RCT). De interventie duurde minstens 2 weken. De mate van zekerheid werd geëvalueerd met behulp van een erkende methode: het “GRADE”-systeem (Grading of Recommendations Assessment, Development and Evaluation).
17 gerandomiseerde klinische studies beantwoordden de strenge selectievoorwaarden. In totaal betreffen de resultaten 1.733 volwassenen met overgewicht of obesitas en een risico op diabetes.
De resultaten geven aan dat het drinken van light frisdrank in plaats van gesuikerde frisdrank (12 RCT) een gewichtsreductie met zich meebrengt (-1,06 kg), een daling van de Body Mass Index of BMI (-0,32 kg/m²), een reductie van het percentage vetmassa (-0,60) en een reductie van het vetpercentage in de lever (-0,42).
Lees ook: waarom helpen zoetstoffen bij de controle van het gewicht?
Is water drinken efficiënter om af te vallen dan zero en light zonder suikers?
Het onderzoek van EASD (2) toont aan dat het vervangen van gesuikerde frisdrank door water in dezelfde richting wijst als het vervangen met frisdrank die zero of light is. Toch zijn de resultaten niet statistisch significant (er waren slechts 3 van de 17 studies die dit effect onderzochten).
Daarnaast toont dit onderzoek dat het drinken van lightdranken in plaats van water niet gepaard gaat met enig significant effect op de gemeten parameters (9 RCT’s). Ter conclusie: ook al blijft water de eerst aanbevolen drank, suggereren deze resultaten dat water niet efficiënter is voor het gewicht, in vergelijking met light frisdrank, wanneer ze gesuikerde dranken vervangen.
Het onderzoeksteam heeft ook de effecten onderzocht van de verschillende substituten op verschillende andere parameters (glycemie of bloedsuikerspiegel, vetten, bloeddruk…). Er werden geen nefaste effecten gevonden wanneer gesuikerde dranken vervangen worden door lightdranken.
De auteurs concluderen dat het drinken van lightdranken in plaats van gesuikerde dranken voor een lichte verbetering van het gewicht en de cardiometabole factoren kan zorgen. Dit, met een matig niveau van bewijs. Bijkomend onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre deze voordelige effecten van het vervangen van gesuikerde dranken door lightdranken duurzaam zijn op termijn.
Lees ook: Worden zoetstoffen voldoende onderzocht?
Gesuikerde of gezoete dranken: wat is het effect op het hongergevoel?
Wat zijn de effecten van een zoete smaak (met of zonder calorieën) of van een calorie-inname (met of zonder zoete smaak) op de eetlust en het daaruit voortvloeiende calorieverbruik? Dat probeerden onderzoekers te achterhalen in een studie (3) bij twintig gezonde deelnemers met een normaal lichaamsgewicht. Ze hanteerden hiervoor een cross-overprotocol, waarbij elke deelnemer de verschillende dranken testte tijdens meerdere sessies. De deelnemers kregen de volgende dranken toegediend in een formaat van 330 ml:
- Water(als controle, zonder zoete smaak, zonder zoetstoffen, zonder calorie-inname)
- Watermet 40 g glucose of 40 g suiker (zoete smaak en calorie-inname)
- Watermet 40 g maltodextrinen (geen zoete smaak, maar met calorie-inname)
- Watermet een zoetstof op basis van stevia (zoete smaak, maar zonder calorie-inname)
Om bepaalde biases te vermijden werden de dranken aangeboden volgens het zogenaamde ‘dubbelblindprotocol’: noch de deelnemers noch de begeleidende personen wisten welke drank er tijdens de vijf sessies werd getest.
Meer weten over honger, verzadiging en zoetstoffen
Doet de zoete smaak het hongergevoel dalen? JA!
De deelnemers moesten hun eetlust beoordelen vlak voordat ze de drank innamen, en vervolgens elk kwartier gedurende een uur. Volgens dezelfde frequentie werd ook hun bloedsuikerspiegel (hun glycemie) gemeten. Een halfuur na de drank kregen ze een lunch aangeboden waarvan ze vrij mochten opscheppen. Alles wat ze aten, werd genoteerd.
Het resultaat? Zoals te verwachten viel, leiden alleen dranken met suikers (glucose en gewone suiker) of koolhydraten (maltodextrinen) tot een verhoging van de bloedsuikerspiegel of glycemie. De eetlust werd aanzienlijk verminderd door zowel de dranken met een caloriegehalte (glucose, suiker en maltodextrinen) als door de drank zonder calorieën maar met zoetstoffen en dus zoete smaak (water + zoetstof).
Minder calorieën ingenomen met gezoete dranken
Hoe kunnen dranken met zoetstoffen de eetlust remmen? De onderzoekers stelden zich de vraag. Een voorgestelde verklaringen is dat het eetlustverlagende effect van zoetstoffen te maken kan hebben met het feit dat het lichaam, wanneer het een zoete smaak waarneemt, denkt dat het calorieën binnenkrijgt. Sommige mensen beweren dat dit fenomeen – denken dat je suiker eet terwijl dat niet zo is – uiteindelijk leidt tot meer eten, wat een van de grote mythes over zoetstoffen is.
Sterker nog, deze bewering blijkt helemaal niet correct te zijn uit onderzoek op dit gebied. Integendeel zelfs, deze studie (3) toont aan dat de zoete smaak (zowel afkomstig van suiker als van laagcalorische zoetstoffen) uiteindelijk, met of zonder calorieën, de eetlust remt. Wanneer we de ingenomen energie uit drank en lunch optellen, blijkt er geen enkel significant verschil na het drinken van water of de verschillende dranken die energie bevatten. Het enige significante verschil dat naar voren komt, is dat de drank met zoetstoffen tot een lagere totale calorie-inname leidt (drank + maaltijd) dan de andere vier dranken.
We kunnen uit deze studie nog niet besluiten dat frisdrank met zoetstoffen op lange termijn tot een verminderde calorie-inname leidt, maar het is wel weer een extra studie in het rijtje van onderzoeken die consequent aantonen dat dranken met zoetstoffen noch de bloedsuikerspiegel, noch de eetlust, noch de voedingsinname verhogen, integendeel zelfs.
Lees ook: Zoetstoffen tegen eetdrang?
Bronnen:
- Verordening (EU) 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen
- JAMA Network Open. 2022;5(3):e222092. doi:10.1001/jamanetworkopen.2022.2092
- Stamataki N et al. Current Developments in Nutrition 2019;3(1), nzz041.FS18-01-19.
Obesitas en andere aanverwante ziektes zoals diabetes type 2 bestrijden berust grotendeels op de aanpassing van je eetpatroon. Hoe doe je dat dan? Ontdek hier 10 onmisbare tips.
- Verlaag de energiedichtheid van voeding en dranken en kies voor meer voedingsproducten met een hoge voedingsdichtheid. Voedingsproducten die veel vetten en/of suikers bevatten, zoals sommige charcuterie, gebak en snoep, hebben een hoge energiedichtheid. Voedingsproducten met veel vitamines en mineralen, zoals groenten en fruit, hebben een hoge voedingsdichtheid. Door de toegevoegde suikers te beperken of te vervangen door laagcalorische zoetstoffen verlaag je de energiedichtheid van voedingsproducten.
- Eet bij voorkeur fruit, groenten, bonen, peulvruchten, granen, volkorengranen en vezels.
- Vervang verzadigde vetzuren en transvetzuren door onverzadigde vetten en vervang (bewerkte) geraffineerde koolhydraten door volkorengranen en niet-zetmeelhoudende groenten. Verzadigde vetzuren zitten in dierlijke vetten (vette soorten vlees en vleeswaren, boter enz.) en in tropische oliesoorten (zoals palmolie). Onverzadigde vetzuren komen voor in niet-vaste plantaardige oliesoorten, noten, zachte margarine enz. Geraffineerde koolhydraten zijn bijvoorbeeld producten op basis van witte bloem (brood, pasta, pizza, gebak enz.).
- Vermijd voedingsproducten die toegevoegde suikers en vaste vetten bevatten.
- Drink voldoende (1,5 liter per dag: water, koffie, thee). Vermijd het gebruik van alcoholische en suikerhoudende dranken.
- Eet kleine porties (let wel: de optimale portiegrootte varieert van persoon tot persoon).
- Eet op regelmatige tijdstippen (ochtend, middag en avond).
- Vermijd om ’s nachts te eten of tussen de maaltijden door te snacken. Beperk jezelf tot maximaal 2 of 3 gezonde tussendoortjes per dag.
- Bereid je maaltijden met behulp van gezonde kooktechnieken. Denk aan koken in water, stomen en bakken in de oven of in een pan met weinig tot geen vetstof.
- Eet dagelijks zuivelproducten of met calcium verrijkte alternatieven op basis van planten of groenten.
Ref. : aangepast van Belgian Association for the Study of Obesity (BASO) – Consensus 2020
Er bestaat niet één ideaal gewicht per persoon, maar wel een zone waarin je je moet bevinden om een zogenaamd gezond gewicht of streefgewicht. Zo bepaal je het.
De gezondheidsinstanties, zowel nationale (Hoge Gezondheidsraad, Sciensano…) als Europese (EFSA) en internationale (WHO), gebruiken de Body Mass Index (BMI) om te bepalen of een volwassen persoon een normaal gewicht heeft of niet. Het normale gewicht komt overeen met een gewichtszone waarin de gezondheidsrisico’s het laagst zijn, en daarom spreekt men ook van een gezond gewicht of streefgewicht.
De BMI wordt berekend op basis van het gewicht en de lengte volgens de volgende formule :
BMI = Gewicht (kg)/Lengte² (m²)
Iemand die 65 kg weegt en 1,6 meter groot is heeft een BMI van: 65 / (1,6 x 1,6) = 25,4 kg/m².
Het resultaat wordt als volgt geïnterpreteerd
| BMI (kg/m²) | Voedingsstatus |
| < 18,5 | Ondergewicht |
| 18,5–24,9 | Normaal gewicht |
| 25,0–29,9 | Overgewicht |
| 30,0–34,9 | Obesitas klasse I |
| 35,0–39,9 | Obesitas klasse II |
| > 40 | Obesitas klasse III |
Lees ook : Ik sport en heb overgewicht, is dat erg?
Zoetstoffen zijn interessant voor bepaalde sportproducten en voor sommige sportdiëten.
Laagcalorische zoetstoffen worden vaak gecombineerd met suikers in energiedranken en -voeding voor sporters. Niet vanwege hun caloriegehalte, want dat is natuurlijk heel laag, maar wel omdat ze de suikerconcentratie van dergelijke producten verlagen. Want hoewel suikers een zeer goede brandstof zijn bij fysieke inspanningen, kan een te hoge concentratie de spijsvertering verstoren.
Laagcalorische zoetstoffen worden ook gebruikt om een zoete smaak te geven aan energieproducten die zogenaamde ‘langzame’ koolhydraten bevatten. Zulke koolhydraten, zoals maltodextrinen, hebben namelijk een lage glycemische index en leveren meer energie dan suikers, maar hebben geen zoete smaak. Zoetstoffen kunnen er dus voor zorgen dat dergelijke producten beter smaken, zonder dat er suiker aan te pas komt.
Bepaalde sportdiëten bevatten heel weinig koolhydraten en zijn rijk aan eiwitten om de spieropbouw te bevorderen. In andere gevallen probeert de sporter gewicht te verliezen en worden suikers verbannen of sterk beperkt. In die situaties zijn laagcalorische zoetstoffen nuttig om een zoete smaak te creëren zonder dat er suiker aan te pas komt, of de calorieën die onlosmakelijk met suikers verbonden zijn.
Bekijk de infografiek De glycemische index van dranken in een notendop!
n de Europese Unie gebeurt de wetenschappelijke beoordeling van zoetstoffen door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Die beoordeling is niet gebaseerd op één enkel onderzoeksresultaat, maar berust op tientallen of zelfs honderden studies. Die wetenschappelijke studies moeten aan verschillende kwaliteitsvereisten voldoen en moeten door andere wetenschappers meermaals kunnen worden herhaald.
De beoordeling van een nieuwe aanvraag door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) of het Gezamenlijk Comité voor Levensmiddelenadditieven van de FAO en de WGO (JECFA) kan wel tien jaar in beslag nemen.
Het is belangrijk om het risico op het jojo-effect (schommelingen tussen gewichtsverlies en gewichtsstijging) te vermijden. Wat is jouw ideale plan? Deze tips helpen je alvast op weg!
Enkele basisbegrippen
- Matig gewichtsverlies = 0,5 à 1 kg/week = 2 à 4 kg/maand
- Om gewicht te verliezen moet je minder calorieën eten dan je er verbruikt
- – 500 kcal/dag = – 3500 kcal/week = – 0,5 kg/week
Tips voor minder calorieën op je bord
Minder suiker
- Vermijd suikerrijke snacks zoals koeken en snoep
- Kies tussendoor bv. voor fruit, een handvol noten of zaden
- Ook door het vervangen van suiker door zoetstoffen kan je al gauw 215 kcal per dag uitsparen
Minder vetten
- Beperk de inname van vet vlees en vette vleeswaren (worst, paté)
- Kies voor magere voedingsmiddelen (magere of halfvolle melk, ontvette ham)
- Beperk vetrijke tussendoortjes (kaasblokjes, gezouten nootjes, chips)
Minder alcohol
Verhoog daarnaast ook je energieverbruik
- Neem de trap i.p.v. de lift
- Stap een halte eerder van de bus
- Neem de fiets i.p.v. de auto
- Wandel een eindje verder met de hond
Naast het poetsen van de tanden hebben heel wat voedingsmiddelen een invloed op de tandgezondheid. In functie van de voeding kan het een positieve of negatieve impact hebben. Door de juiste voedingsmiddelen te kiezen en minder frequent te eten en drinken kan tanderosie en cariës vermeden worden.
Tip: eet niet de hele dag door. Je tanden hebben enkele uren rust nodig om zich te herstellen na een maaltijd!
Zoetstoffen worden onderworpen aan grondig onderzoek alvorens op de markt te komen, zodat hun veiligheid kan gewaarborgd worden. Zo wordt er voor elke zoetstof een ADI-waarde vastgelegd: een waarde uitgedrukt in milligram per kg lichaamsgewicht per dag.
Dit is de hoeveelheid zoetstof die je zonder enig gezondheidsrisico gedurende je hele leven elke dag mag innemen. Onderzoek (1) van de Belgische overheid heeft uitgewezen dat zelfs grote verbruikers van zoetstoffen ver onder deze bovengrens liggen.Door het lager lichaamsgewicht van (jonge) kinderen bereiken ze sneller de ADI.
Water is en blijft de voorkeursdrank. Vandaar de aanbeveling om kinderen voornamelijk water te laten drinken.
*Aspartaam: maximum 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag
**Voor een gemiddeld gewicht in functie van de leeftijd
***Per liter light/zero frisdrank wordt maximum 600 mg aspartaam toegestaan. In realiteit wordt deze hoeveelheid echter zelden bereikt.
(1) Huvaere, K. & Van Loco J., Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV): 2010
Dankzij het vermijden van voedingsmiddelen, die zogenaamde ‘FODMAPs’ bevatten, kunnen klachten (zoals gasvorming en buikpijn) verminderen of zelfs volledig verdwijnen. Opvolging door een gezondheidsprofessional is weliswaar een must!
Te vermijden voedingsmiddelen
- fructo-oligosachariden: tarwe en afgeleiden, rogge en afgeleiden, ui, look, artisjok, banaan (groot), schorseneer, prei, asperge, koekjes…
- galacto-oligosachariden: peulvruchten, gedroogde groenten, champignons
- disachariden: melk en afgeleiden, room, sauzen en puree o.b.v. melkproducten, melkbrood…
- monosachariden: honing, appels, peer, mango, kers, gedroogde vruchten, vruchtensap, confituur…
En zoetstoffen?
Laagcalorische zoetstoffen vormen geen enkel probleem bij het FODMAPs-dieet! Je mag ze dus zeker gebruiken tijdens het koken, en ook voedingsmiddelen en dranken consumeren, die zoetstoffen bevatten. Niettemin bevatten producten met polyolen (patisserie, chocolade…) FODMAPs, deze worden dan ook afgeraden bij het FODMAPs-dieet.
De studies met de grootste wetenschappelijke waarde zijn gerandomiseerde onderzoeken met controlegroep (RCT). Hierbij moet één groep een behandeling of dieet volgen, terwijl een andere groep een placebo krijgt. Uit de meeste van deze studies blijkt bijvoorbeeld eenduidig dat de vervanging van suiker door voedingsmiddelen en dranken met laagcalorische zoetstoffen, in het kader van een voedingsprogramma, tot een lagere calorie-inname en gewichtsverlies leidt.
Andere onderzoeken baseren zich op de observatie van voedingsgewoonten en de geassocieerde gezondheidsaspecten, zonder dat hier een oorzakelijk verband kan worden aan gekoppeld. Een correlatie is een vermoeden, geen bewijs van een causaal verband. Daar slaan velen de bal mis … Zo tonen heel wat studies aan dat diabetespatiënten meer zoetstoffen consumeren. Toch mogen we niet stellen dat zoetstoffen aanleiding geven tot diabetes! Integendeel. Het is volstrekt normaal dat diabetespatiënten hun suikerinname proberen te beperken, en daardoor vaker naar alternatieven met minder suiker (zoals zoetstoffen) grijpen.
Voor alle laagcalorische zoetstoffen bepaalt de Europese wetgeving de maximale hoeveelheid (ADI) die je per dag zonder gezondheidsrisico’s mag consumeren, weergegeven per kilogram lichaamsgewicht.
- ADI van aspartaam = max. 40 mg per kilogram lichaamsgewicht
- dat betekent dat een volwassene van 60 kg zijn leven lang tot 2400 mg aspartaam per dag mag consumeren zonder zijn gezondheid in gevaar te brengen.
- De maximale hoeveelheid die voedingsmiddelen mogen bevatten:
- aspartaam in dranken is max. 600 mg per liter.
Stel dat een lightdrank de maximaal toegestane hoeveelheid aspartaam bevat (600 mg per liter), dan mag een persoon van 60 kg daar in theorie tot 4 liter per dag van drinken.
In werkelijkheid bevatten lightdranken gewoonlijk minder zoetstoffen dan de maximaal toegestane hoeveelheid, waardoor de veiligheidsmarge nog hoger ligt. Daarom is het belangrijk dat je geval per geval bekijkt. Wil je weten hoeveel zoetstoffen jij per dag binnenkrijgt? Doe de test.
Er bestaat een zeer strikt reglementair kader om de veiligheid van zoetstoffen te garanderen.
In Europa is de toestemming om een zoetstof op de markt te mogen brengen onderworpen aan een wetenschappelijke evaluatie en goedkeuring door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Die toestemming wordt pas toegekend als de zoetstof alle garanties biedt om een veilig gebruik te verzekeren. Vervolgens wordt de toestemming bevestigd in de levensmiddelenwetgeving, die het kader uitzet voor hun gebruik.
Om te kunnen worden opgenomen in de darmen moeten suikers, zowel de van nature aanwezige als de toegevoegde suikers, worden omgezet in monosachariden of enkelvoudige suikers (link naar suikers), zoals glucose, fructose en galactose.
Vervolgens worden al die enkelvoudige suikers omgezet in één en dezelfde suiker: glucose. Dat is de enige suiker die door ons bloed circuleert en naar de lichaamscellen kan worden vervoerd als energiebron.
Om een zoetstof op de markt te mogen brengen, moet de onschadelijkheid ervan wetenschappelijk zijn bewezen. Het kunstmatige of natuurlijke karakter van een zoetstof verandert absoluut niets aan de evaluatieprocedure om de veiligheid van de zoetstof te garanderen.
Zo moet een zoetstof van natuurlijke oorsprong, zoals steviolglycosiden, een extract uit het blad van de steviaplant, aan dezelfde veiligheidscriteria beantwoorden als een kunstmatige zoetstof, zoals aspartaam. Qua veiligheid is er dus geen enkel verschil tussen beide zoetstoffen.
Light- of zerodranken zonder suikers bevatten een of meerdere toegestane laagcalorische zoetstoffen. Elke zoetstof heeft een strenge evaluatie doorstaan alvorens op de markt te worden gebracht. Als een zoetstof in specifieke omstandigheden niet mag worden gegeten (ingenomen), moet op de verpakking een duidelijke waarschuwing vermeld staan. Dat is bijvoorbeeld het geval voor personen met fenylketonurie, die geen aspartaam of andere bronnen van het aminozuur fenylalanine mogen consumeren. Light- of zerodranken en andere bronnen van laagcalorische zoetstoffen kunnen perfect worden gedronken tijdens de zwangerschap en tijdens het geven van borstvoeding, weliswaar steeds binnen de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI). Volgens een studie van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid overschrijdt de geschatte dagelijkse inname voor sacharine, aspartaam, acesulfaam-K en sucralose de aanvaardbare dagelijkse inname niet, zelfs niet bij grootverbruikers van die stoffen. Met de Zoetstoffentest kun je controleren of jouw zoetstoffenverbruik binnen de ADI ligt.
Levensmiddelen consumeren met laagcalorische zoetstoffen in plaats van suiker blijkt doeltreffend om je calorie-inname en lichaamsgewicht te verlagen. Dat wordt ook bevestigd in een uitgebreide systematische review gepubliceerd in 2015.
In vergelijking met verbruikers van gesuikerde dranken gunnen verbruikers van lightdranken zonder suikers zichzelf meer ‘extra’ zoetigheden, maar in het algemeen ligt hun consumptie van suiker en calorieën duidelijk lager dan bij wie wel gesuikerde dranken drinkt. Ze is zelfs vergelijkbaar met die van theedrinkers, zoals blijkt uit een studie uitgevoerd bij ruim 22.000 volwassenen in de Verenigde Staten.
Mogen laagcalorische zoetstoffen worden geconsumeerd in het kader van een eiwitrijk dieet zoals het Dukan-dieet? Een eiwitrijk dieet, zoals het Dukan-dieet, beoogt een lagere calorie-inname door de consumptie van koolhydraten te beperken (zetmeelhouders, fruit en andere voedingsmiddelen die suikers bevatten), en vaak —maar niet altijd— ook de vetinname.
Bij zulke diëten wordt een hoge eiwitinname aangehouden, of dat nu via de gewone voeding is (mager vlees, gevogelte zonder het vel, vis, kaas …) of met behulp van bereidingen specifiek verrijkt met eiwitten, om het verlies van spiermassa zo veel mogelijk tegen te gaan.
Laagcalorische zoetstoffen leveren zeer weinig tot helemaal geen calorieën en verstoren het principe van een eiwitrijk dieet niet. Integendeel zelfs, ze maken het mogelijk om van een zoete smaak te genieten zonder suiker te consumeren, wat een positieve bijdrage kan leveren om de calorie-inname en het lichaamsgewicht onder controle te houden.
Wat is aspartaam?
Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.
Bevat aspartaam calorieën?
Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.
Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.
Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?
In welke landen wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.
Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?
In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.
- Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
- Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).
Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!
Is aspartaam gevaarlijk?
Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!
Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.
Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.
Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard
Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.
Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.
Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.
Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?
Kan je allergisch zijn voor aspartaam?
Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.
Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.
Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.
Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?
Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.
Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.
Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?
Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.
Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.
Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?
Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).
Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.
Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?
Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).
Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.
In welke producten wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.
Toepassingsmogelijkheden
Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).
De essentie over aspartaam
Bron
Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Ze mogen niet verward worden met extensieve zoetstoffen of polyolen (zoals sorbitol of maltitol), waar je ongeveer een even grote hoeveelheid van nodig hebt als de suiker die je ermee vervangt.
Bij inname van grote hoeveelheden (grosso modo boven de 30 g per dag, naargelang de individuele gevoeligheid ervoor) kunnen polyolen een laxerend effect hebben. In de dikke darm trekken ze namelijk veel water aan, waardoor de ontlasting vloeibaarder wordt.
Wat is aspartaam?
Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.
Bevat aspartaam calorieën?
Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.
Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.
Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?
In welke landen wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.
Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?
In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.
- Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
- Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).
Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!
Is aspartaam gevaarlijk?
Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!
Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.
Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.
Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard
Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.
Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.
Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.
Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?
Kan je allergisch zijn voor aspartaam?
Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.
Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.
Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.
Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?
Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.
Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.
Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?
Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.
Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.
Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?
Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).
Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.
Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?
Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).
Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.
In welke producten wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.
Toepassingsmogelijkheden
Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).
De essentie over aspartaam
Bron
Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Wat is aspartaam?
Aspartaam is een laagcalorische zoetstof, gemaakt van twee aminozuren van natuurlijke oorsprong: fenylalanine en asparaginezuur. Deze vinden we ook terug in onze lichaamseiwitten en in bepaalde voedingsmiddelen.
Bevat aspartaam calorieën?
Ja, net zoals eiwitten bevat deze zoetstof een energiewaarde van 4 kcal/gram. Aangezien het 200 keer zoeter smaakt dan suiker, is er slechts zeer weinig van nodig om een voedingsmiddel te zoeten. Daarom is de hoeveelheid calorieën (uitgedrukt in kilocalorieën ) van aspartaam in gezoete producten te verwaarlozen.
Bijvoorbeeld: een mespuntje aspartaam die 0,1 kcal aan energie levert, heeft dezelfde zoetkracht als een theelepel suiker van 16 kcal.
Hoeveel calorieën kunnen we sparen dankzij aspartaam?
In welke landen wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam is in 1965 ontdekt in de V.S. Inmiddels wordt de zoetstof bijna over de hele wereld gebruikt, onder andere in de Europese Unie, de Verenigde Staten, in Canada, in Zuid-Amerika en in Japan.
Wat gebeurt er met aspartaam in het lichaam?
In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot fenylalanine, asparaginezuur en methanol.
- Fenylalanine en asparaginezuur zijn aminozuren die allebei in deze natuurlijke vorm voorkomen in de groep van twintig aminozuren waaruit alle menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd.
- Methanol is, in grote hoeveelheden, schadelijk voor het lichaam. De bijdrage die afkomstig is uit de afbraak van aspartaam is echter zo klein dat het te verwaarlozen is. Zeker wanneer je het vergelijkt met de hoeveelheid methanol die uit voedingsmiddelen zoals groenten en fruit komt. Ter vergelijking: Een glas tomatensap of appelsap levert ongeveer 12 keer zoveel methanol als een vergelijkbare hoeveelheid frisdrank die is gezoet met aspartaam. Volgens de European Food Safety Authority of Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), is de grootste hoeveelheid methanol bij de mens (ongeveer 90%) veruit deze die wordt aangemaakt door het lichaam na het eten van fruit dat pectine bevat (zoals appel en citrusvruchten).
Wat gebeurt er met aspartaam in ons lichaam? Ontdek onze animatie!
Is aspartaam gevaarlijk?
Een veelvoorkomende vraag: is aspartaam gevaarlijk? Het antwoord in duidelijk: neen! De veiligheid van de zoetstof wordt al lange tijd uitgebreid onderzocht en geëvalueerd door diverse onafhankelijke wetenschappelijke instanties, o.a. door het Scientific Committee on Food (SCF), EFSA en de Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO (JECFA). Na analyse van het bestaande onderzoek komt naar voren dat de consumptie van aspartaam onder de ADI geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Is aspartaam kankerverwekkend? NEE!
Rond 2010 hebben bepaalde studies, uitgevoerd op knaagdieren (studies van Ramazzini), veel onrust veroorzaakt omdat ze suggereerden dat er een link bestond tussen aspartaam en kanker en vroeggeboortes. Terwijl de resultaten van dit onderzoek inging tegen talrijke andere studies binnen dit domein, werd er veel over gesproken in de media. Het veroorzaakte zo veel onrust, dat de Europese Commissie EFSA vroeg om een complete her-evaluatie van het “aspartaam-dossier”.
Na deze nieuwe en volledige evaluatie (die in totaal drie jaar tijd nam) concludeerde EFSA opnieuw dat het gebruik van aspartaam veilig is. Het onderzoek van Ramazzini bleek methodologische fouten te bevatten waardoor het de eerder door EFSA uitgebrachte adviezen niet beïnvloeden. In het finale wetenschappelijke advies van EFSA van eind 2013, bevestigt de autoriteit nogmaals dat aspartaam veilig is voor menselijke consumptie.
Evolutie 2023: aspartaam nogmaals veilig verklaard
Op 14 juli 2023 werd aspartaam nogmaals veilig verklaard door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), via de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives). De inname van aspartaam is dus nog steeds helemaal veilig, zolang de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt. Het consumptieniveau is ook geruststellend, aangezien grootverbruikers van aspartaam nog steeds 10 keer onder de vastgelegde ADI blijven.
Het Internationale agentschap voor het onderzoek naar kanker (International Agency for Research on Cancer – IARC) rangschikt de substanties volgens hun kankerverwekkende karakter. Volgens dit agentschap hoort aspartaam in de 2B-groep, met andere woorden “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”, op hetzelfde niveau als kimchi of nog, aloë vera. Wil dit zeggen dat het drinken van een light-drank met aspartaam een triggerende factor is voor kanker? Zeker niet! Een substantie kan als « mogelijk kankerverwekkend voor de mens » worden bestempeld wanneer het bijvoorbeeld in erg grote hoeveelheden wordt gebruikt, terwijl het bij een lagere dosis geen risico vormt. Dat is het verschil tussen het gevaar (bijvoorbeeld het kankerverwekkende karakter van een substantie) en het risico (de blootstelling aan dit gevaar, dewelke afhankelijk is van andere factoren, zoals de ingenomen hoeveelheid). Nachtwerk, rood vlees en acrylamide (koffie, frieten, koeken…) worden door het IARC gerangschikt in categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, in vergelijking met 2B (mogelijk kankerverwekkend) voor aspartaam.
Bij de globale evaluatie die de veiligheid van aspartaam nogmaals bevestigt, heeft de JECFA onder andere de conclusies van het IARC geëvalueerd. De instantie vond geen enkel gevaar voor de menselijke gezondheid. Het is belangrijk om te weten dat het IARC niet instaat voor de evaluatie van de voedselveiligheid. De rangschikking houdt dan ook geen rekening met de ingenomen hoeveelheid, in tegenstelling tot agentschappen die instaan voor de voedselveiligheid, zoals JECFA (WHO), de FDA in de VS of nog, EFSA in Europa.
Lopen consumenten die grote hoeveelheden aspartaam eten gevaar?
Kan je allergisch zijn voor aspartaam?
Afdoende gegevens wijzen niet op een eventueel verband tussen aspartaam en allergische reacties. De term “allergie” duidt op een ongewenste reactie van het lichaam waarbij het immuunsysteem betrokken is.
Aspartaam wordt beschouwd als veilig voor alle personen, ook voor wie vatbaar is voor allergieën. Er zijn enkele geïsoleerde gevallen van netelroos of eczeem gedocumenteerd bij proefpersonen met een genetische aanleg voor allergieën, maar die symptomen konden nooit met zekerheid worden toegeschreven aan aspartaam.
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die de gegevens over aspartaam en allergie heeft geëvalueerd, verklaart dat overtuigende gegevens er niet op wijzen dat er een verband zou zijn tussen aspartaam en allergische reacties. De EFSA sluit evenwel de mogelijkheid niet uit dat sommige personen in zeldzame gevallen vatbaar zouden kunnen zijn voor allergische reacties na de inname van aspartaam.
Er bestaat een enkele tegenindicatie voor het innemen van producten met aspartaam: fenylketonurie of PCU. Het is een zeer zeldzame aandoening. Het is genetisch en erfelijk en wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een enzym waardoor het aminozuur fenylalanine niet verder wordt omgezet tot tyrosine. Dit leidt tot ophoping van fenylalanine in het lichaam. Dit kan uiteindelijk leiden tot hersenschade. Mensen die leiden aan PKU moeten een streng eiwitarm dieet volgen, waarin fenylalanine zo veel mogelijk wordt vermeden. Daarom moet op producten die aspartaam bevatten worden vermeld dat zij een bron van fenylalanine zijn.
Is aspartaam dan schadelijk voor de hersenen?
Neen. Aspartaam is veilig en vormt geen enkel gevaar voor de hersenen. Dat is nogmaals bevestigd in de volledige herbeoordeling van aspartaam die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft laten uitvoeren. De experts van de EFSA concludeerden dat aspartaam niet schadelijk is voor de hersenen of het zenuwstelsel, en dat het geen invloed heeft op het gedrag of het cognitief functioneren bij kinderen en volwassenen.
Slechts in één specifieke situatie is voorzichtigheid met aspartaam geboden, namelijk in geval van fenylketonurie (FKU): een zeldzame erfelijke ziekte.
Heeft aspartaam een effect op de suikerwaarde?
Het groot aantal onderzoeken uitgevoerd met aspartaam bij de mens, toont aan dat deze zoetstof geen effect heeft op de bloedsuikerwaarden of de glycemie. Het is daarom geschikt voor personen met diabetes, alsook mensen die hun suikerinname willen controleren. Daarnaast heeft aspartaam geen nadelig effect op het gebit, in tegenstelling tot suiker, en draagt dus niet bij tot de ontwikkeling van tandcariës.
Ja, je mag aspartaam innemen tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid aspartaam die je in alle veiligheid mag innemen, blijft trouwens onveranderd: 40 mg per kg lichaamsgewicht. De zwangerschap is natuurlijk een speciale periode waarin bepaalde voorzorgen nodig zijn, maar de inname van aspartaam blijft veilig.
Mag je aspartaam innemen tijdens de zwangerschap?
Dat is nogmaals bevestigd in de volledige EFSA heeft laten uitvoeren, waarvan de resultaten eind 2013 zijn gepubliceerd. De conclusie van de groep experts is dat er geen enkel veiligheidsrisico bestaat voor zwangere vrouwen bij het huidige blootstellingsniveau (behalve voor vrouwen die lijden aan fenylketonurie (FKU) en dus een speciaal dieet moeten volgen).
Bovendien stelt de EFSA vast dat er geen enkel bewijs is voor een oorzakelijk verband tussen de consumptie van frisdranken gezoet met kunstmatige zoetstoffen en vroeggeboorte.
Hoe weet ik of ik niet teveel aspartaam inneem?
Net zoals andere additieven, heeft EFSA een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgelegd. Zo kunnen we, in functie van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid aspartaam evalueren die in alle veiligheid gegeten mag worden. Voor aspartaam is de ADI 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (vastgelegd door EFSA in 2006 en bevestigd in 2009, 2010 en 2013).
Met de zoetstoffentest op deze website kan je nagaan of je eigen consumptie van producten met aspartaam en/of andere laagcalorische zoetstoffen veilig is.
In welke producten wordt aspartaam gebruikt?
Aspartaam komt in veel voedingsmiddelen terug, onder andere in frisdranken, confituur, desserts, tafelzoetstoffen, kristalpoeder, patisserie en kauwgom. Aspartaam komt ook geregeld voor in voedingssupplementen en geneesmiddelen.
Toepassingsmogelijkheden
Aspartaam versterkt de smaak van fruit en fruitaroma’s. Het kan worden gebruikt in de meeste producten waar suiker voor wordt gebruikt. In zure condities is aspartaam heel stabiel, maar in basische condities en bij hoge temperaturen is het niet stabiel. De zoetstof wordt dan omgezet in dicetopiperazine waarvan de ADI op 7,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd vastgelegd. Die omzetting heeft verlies van de zoete smaak tot gevolg, waarvoor aspartaam net wordt gebruikt. Daarom is het minder aangeraden voor bereidingen die hoge temperaturen vereisen (bijvoorbeeld karamelliseren of ovenbereidingen aan temperaturen hoger dan 180°C).
De essentie over aspartaam
Bron
Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive1 EFSA.pdf
Ook de gebruiksveiligheid van laagcalorische zoetstoffen in levensmiddelen valt daaronder. De EFSA vormt een onafhankelijke bron van wetenschappelijk advies en communicatie op het gebied van risico’s met betrekking tot de voedselketen. De oprichting van de EFSA kadert in een algemeen programma dat is ontwikkeld om de veiligheid van voedingswaren in de Europese Unie te verbeteren, een hoog beschermingsniveau van de consument te garanderen, en het vertrouwen ten opzichte van de voedselbevoorrading van de EU te herstellen en in stand te houden.
De EFSA werkt nauw samen met de nationale overheden. Zij formuleert standpunten en wetenschappelijke adviezen om een betrouwbare basis te leveren voor de Europese beleidsvoering en wetgeving, en om de Europese Commissie, het Europese Parlement en de EU-lidstaten te helpen bij het nemen van doeltreffende en gepaste beslissingen op het gebied van risicobeheersing.
Ja, bij de beoordeling van de veiligheid van zoetstoffen wordt ook altijd het effect bij zwangerschap meegenomen.
Ook bij zwangerschap is het van belang om gemiddeld niet méér te consumeren dan de ADI.
Een cijfervoorbeeld: een kind van 25 kg kan de ADI van bv. cyclamaat bereiken maar moet hiervoor wel al 0,7 liter frisdrank drinken (ca. 3 glazen/dag). De meeste light frisdranken worden echter ook met andere zoetstoffen gezoet, waarbij de ADI minder snel wordt bereikt.
In de wetgeving is vastgelegd dat aan producten die speciaal op de markt worden gebracht voor kinderen tot 4 jaar, geen laagcalorische zoetstoffen mogen worden toegevoegd. Veel deskundigen zijn van mening dat het belangrijk is om jonge kinderen ook te laten wennen aan minder zoete smaken, bijvoorbeeld door ze (ook) water en thee zonder toegevoegde suiker en zoetstoffen te laten drinken.
Hebben laagcalorische zoetstoffen invloed op het gevoel van honger en verzadiging? Zo is het voor proefpersonen bijvoorbeeld lastig om precies aan te geven wanneer ze ‘verzadigd’ zijn of gewoon nog ‘zin’ in iets hebben. Alleen al door er navraag naar te doen en er extra op te letten, worden deze gevoelens beïnvloed.
Uit diverse studies blijkt dat het vervangen van suiker door laagcalorische zoetstoffen leidt tot een onveranderd of verminderd hongergevoel. Dit hongergevoel wordt het sterkst beïnvloed door het volume van wat je eet en door de hoeveelheid voedingsvezels die hierin zit. In hoeverre dit ook op de lange termijn zo is, is nog niet helemaal opgehelderd.
Maar er zijn ook studies waaruit af te leiden is dat door het eten van laagcalorische zoetstoffen het gevoel van honger en verzadiging toeneemt. Om meer duidelijkheid te krijgen is dus meer onderzoek nodig. Wil je meer weten, lees dan hier verder.
Er is grondig wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid van de stof uitgevoerd. Onafhankelijke wetenschappers stellen naar aanleiding van deze onderzoeksuitkomsten de zogenaamde ADI vast. Dit is de hoeveelheid zoetstof die een mens elke dag z’n hele leven lang kan gebruiken zonder dat dit tot gezondheidsrisico’s leidt.
Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen is de ADI een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden. Door deze ingebouwde veiligheidsmarge is het geen probleem als de ADI incidenteel wordt overschreden. Zie ook de informatie op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds (WCRF)
Daarom wordt van te voren grondig wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid van de stof uitgevoerd. Onafhankelijke wetenschappers stellen naar aanleiding van deze onderzoeksuitkomst de zogenaamde ADI vast. Dit is de hoeveelheid zoetstof die een mens elke dag z’n hele leven lang kan gebruiken zonder dat dit tot gezondheidsrisico’s leidt.
Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen is de ADI een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden. Door deze ingebouwde veiligheidsmarge is het geen probleem als de ADI incidenteel wordt overschreden.
Door gebruik te maken van de zoetstoffencheck op deze website kun je nagaan hoeveel van een bepaald product– gezoet met een specifieke laagcalorische zoetstof – kinderen en volwassenen maximaal kunnen gebruiken zonder de ADI te overschrijden. Bedenk daarbij dat producten vaak worden gezoet met een combinatie van zoetstoffen. Bij toepassing van meerdere zoetstoffen in één product wordt in de berekening uitgegaan van de zoetstof waarvan de ADI het snelst wordt bereikt.
Door gebruik te maken van de ‘Doe-de-test’ kun je nagaan hoeveel van een bepaald product– gezoet met een specifieke laagcalorische zoetstof – kinderen en volwassenen maximaal kunnen gebruiken zonder de ADI te overschrijden.
Bedenk daarbij dat producten vaak worden gezoet met een combinatie van zoetstoffen en met minder zoetstof dan wettelijk maximaal is toegestaan. Bij een mix van de zoetstoffen wordt in de berekening uitgegaan van de zoetstof waarvan de ADI het snelst wordt bereikt.
Uit onderzoek blijkt dat bij mensen met overgewicht een kleine afname van het lichaamsgewicht al een substantieel verminderd risico geeft op ziekten zoals diabetes type 2, hartziekten en kanker.
Ook kunnen laagcalorische zoetstoffen je helpen om een dieet beter vol te houden. Daarbij is het natuurlijk wel van belang dat je de weggelaten calorieën niet compenseert door het eten van calorierijke tussendoortjes.
Is er een risico dat we te veel binnenkrijgen omdat in steeds meer producten zoetstoffen zitten? In België voerde het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid in opdracht van de Belgische overheid, een studie uit naar de inname van zoetstoffen door de Belgische bevolking.
In hun rapport van 2011 dat aansluitend gepubliceerd werd, besluit dit onafhankelijk wetenschappelijk instituut dat de Belgische bevolking geen risico loopt op een te hoge inname. Op deze pagina kan ook het volledige rapport teruggevonden worden.
Om de veiligheid voor de consument voorop te zetten wordt in de “Aanvaardbare Dagelijkse Inname” in ieder geval ook een ‘veiligheidsmarge’ ingebouwd en is de ADI met nog eens een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden.
Bovendien wordt door de overheid de hoeveelheid zoetstof die aan bepaalde levensmiddelen mag worden toegevoegd naar beneden toe bijgesteld wanneer de ADI van een bepaalde zoetstof regelmatig door een grotere groep mensen wordt overschreden.
Is de veiligheid van combinaties van zoetstoffen voldoende onderzocht? Maar daarbij wordt ook nagegaan welke producten ontstaan bij de afbraak van de zoetstoffen en of het waarschijnlijk is dat deze afbraakproducten met andere stoffen in het lichaam reageren.
Een aantal laagcalorische zoetstoffen verlaten het lichaam onveranderd via de urine of de ontlasting en reageren helemaal niet met andere stoffen.
Andere zoetstoffen worden afgebroken tot tussenproducten waaraan ons lichaam gewend is omdat zij ook ontstaan bij de afbraak van andere voedingsmiddelen.
Minder suiker
Wat is het toch dat ons steeds weer naar lekkere zoetigheden drijft, ook als we eigenlijk niet echt honger hebben? Onderzoekers hebben aangetoond dat ons verlangen naar calorieën het gevolg is van de activering van een welbepaald gebied in onze hersenen.
Lust je nog een beetje? Nee, bedankt, ik heb geen honger meer … Of toch, ik heb nog wel een gaatje voor het nagerecht! Je kent ongetwijfeld het gevoel: je denkt dat je geen honger meer hebt, tot de dessertkaart komt. Ineens krijg je toch weer trek. Of je smelt bij het zien van een stuk chocolade, terwijl je moeiteloos van die chocolade afblijft als hij in de kast ligt. Waarom heeft de aanblik van zoetigheid zo veel impact op ons?
Aantrekkingskracht voor zoet is voorgeprogrammeerd
Het is al lang bekend dat de aantrekkingskracht voor zoet vanaf de geboorte in elke mens aanwezig is. Wetenschappers zien hierin een manier om eetbare caloriebronnen op te sporen – in de eerste plaats moedermelk, die licht zoet van smaak is. Calorieën hebben we nodig om in leven te blijven. Dat we ons aangetrokken voelen tot zoet, is dan ook heel nuttig gebleken in de geschiedenis van de mensheid. Maar sinds enkele tientallen jaren worden we overstelpt door calorieën. Dat aangeboren mechanisme, dat nog steeds in ons zit, kan ons nu parten spelen en ertoe leiden dat we meer calorieën binnenkrijgen dan goed voor ons is …
Hoe meer we zien, hoe meer we willen
Vandaag is ook duidelijk geworden waarom we koste wat het kost verlangen naar calorieën. Wetenschappers ontdekten namelijk welk gebied in onze hersenen verantwoordelijk is voor die aantrekkingskracht: de ‘infralimbische’ cortex. Dat hersengebied stimuleert ons om voedsel te zoeken en te eten. Ze ontdekten dat wanneer dat hersengebied wordt uitgeschakeld bij ratten, de dieren zich totaal niet meer aangetrokken voelden tot voedsel dat hen normaal gesproken wel stimuleerde tot eten.
Op termijn kan dat onderzoek leiden tot nieuwe inzichten om overeten te beperken en uitzicht bieden op een nieuwe aanpak in de behandeling van obesitas. Maar zover zijn we nog niet. Voorlopig kunnen we dankzij laagcalorische zoetstoffen gelukkig nog steeds genieten van zoet – zonder een deel van onze hersenen te moeten deactiveren en zonder de aan suikers verbonden calorieën.
Overgewicht wordt vastgesteld op basis van de Body Mass Index. Voor sporters met een grote spiermassa moet de interpretatie van de resultaten echter worden aangepast.
Om te bepalen of een persoon overgewicht of obesitas heeft, wordt de Body Mass Index (BMI) gebruikt. De BMI wordt berekend op basis van het gewicht en de lengte.
De BMI houdt echter geen rekening met de samenstelling van ons lichaam. Op de weegschaal kunnen we 1 kg vet of 1 kg spiermassa niet van elkaar onderscheiden. De BMI kan een te grote vetmassa detecteren wanneer de spiermassa niet of nauwelijks verandert. Voor sporters met sterk ontwikkelde spieren is de BMI echter niet meer relevant, omdat het systeem geen onderscheid maakt tussen spier- en vetmassa. Nochtans is een grote spiermassa wel gezond, in tegenstelling tot een grote vetmassa. Daarom hebben heel wat gespierde sporters een BMI die overeenstemt met overgewicht, terwijl ze in werkelijkheid geen te grote vetmassa hebben.
- Neem 3 hoofdmaaltijden (+ eventueel 2 tussendoortjes)
- Sla het ontbijt niet over! Start de dag bv. met een portie (45 g) havermout
- Geef de voorkeur aan volkoren graanproducten (voor hoofdmaaltijd & tussendoortjes)
- Eet dagelijks 1 handvol noten en zaden (30 g). Lekker handig als tussendoortje, bv. havermoutkoekjes met noten en zoetstoffen
- Drink voldoende: gemiddeld heb je dagelijks 1,5 L vocht nodig, vooral water
Vezels spelen een belangrijke rol in het verzadigingsgevoel. Ze geven je een voldaan gevoel tijdens het eten en zorgen er zo voor dat je minder snel zal snacken. Nog enkele vezelrijke tips: volkoren graanproducten, fruit, rauwkost, peulvruchten, noten…
Kleine dagelijkse aanpassingen met een groot effect. Trek daarnaast je loopschoentjes aan, ga met de hond wandelen of werk een beetje in de tuin… Het effect zal snel merkbaar zijn.
De snelheid is namelijk afhankelijk van het voedingsmiddel en de suikers. Alles wat je eet wordt in het lichaam afgebroken tot kleinere moleculen. Deze worden nadien in je bloedbaan opgenomen om getransporteerd te worden doorheen het lichaam.
Alle koolhydraten die bijvoorbeeld voorkomen in pasta, brood, honing, koeken of snoep worden afgebroken tot eenzelfde suiker, namelijk glucose dat in het bloed circuleert. De glycemische index geeft aan of deze omzetting snel of traag gebeurt.
Snel (hoge GI)
- wit brood
- rijstwafel
- watermeloen
Matig
- bruine rijst
- banaan
- sinaasappelsap
- honing
Traag (lage GI)
- peulvruchten
- volkoren spaghetti
- appel
Enkele tips voor een tragere opname:
- Overkook uw voedingsmiddelen niet
- Bereid pasta al dente
- Geef de voorkeur aan voedingsmiddelen met vezels
Meer over de glycemische index? Vind hier de volledige infografiek!
Het eten van te veel suikers kan namelijk schadelijk zijn voor de gezondheid, en kan daarnaast ook nadelig zijn voor het gewicht! Zoetstoffen kunnen ook een hulp bieden in het beperken van toegevoegde suikers. Ze geven een zoete smaak zonder de nadelen van suiker. Denk aan confituur en tussendoortjes met minder suikers.
Wij geven je alvast concrete tips om je voedingsgewoontes aan te passen!
We spreken van ‘energierijke’ voedingsstoffen als ze in het lichaam calorieën (m.a.w. energie) vrijgeven. Concreet zijn dit:
- koolhydraten, waaronder alle suikers: 4 kcal per gram
- eiwitten: 4 kcal per gram
- vetstoffen: 9 kcal per gram
- alcohol: 7 kcal per gram
Vetten zijn dus de geconcentreerdste energievorm. Hoe hoger het vetgehalte van een voedingsmiddel, hoe meer calorieën het bevat per 100 g.
Laagcalorische zoetstoffen bevatten echter nauwelijks calorieën. Wanneer je ze gebruikt ter vervanging van gewone suiker, beperk je meteen ook je energie-inname.
Juridisch gezien, kan de term “light” of “verlaagd gehalte aan suikers” (minder calorieën voor suikerhoudende dranken) worden gebruikt, wanneer de hoeveelheid suikers met minimum 30% is verlaagd. Maar in dranken kunnen laagcalorische zoetstoffen de aanwezige suikers volledig vervangen, waardoor deze nauwelijks nog een calorische waarde hebben. Omwille van deze reden zorgen light/zero dranken voor een meer significante vermindering in calorieën in vergelijking met andere levensmiddelen, waarbij de suiker vervangen werd door zoetstoffen.
In werkelijkheid bevatten dranken, die worden aangeduid met de termen “light” of “zero”, helemaal geen suiker en leveren nauwelijks calorieën aan. Dit betekent dat het vervangen van suikerhoudende dranken door light of zero dranken, een goede manier is om een gezond gewicht te behouden. Het nalezen van de nutritionele informatie op de verpakkingen laat toe om gemakkelijk na te gaan of een light/zero drank al dan niet suikers bevat.
Waarom worden vaak combinaties van zoetstoffen aan een product toegevoegd? Iedere zoetstof heeft zijn eigen smaakprofiel en technologische eigenschappen. Zoetstoffen kunnen alleen of in combinatie met andere zoetstoffen worden gebruikt.
Bovendien versterken de meeste zoetstoffen elkaars smaak, waardoor er nog minder van gebruikt hoeft te worden.
Recepten
Suiker geeft een cake niet alleen zijn zoete smaak, maar ook zijn specifieke textuur. Je kunt de suiker dus niet zomaar vervangen door een paar gram laagcalorische zoetstof. Een goed alternatief zijn zoetstoffen of combinaties van zoetstoffen die dit effect vervangen, de zogenaamde extensieve zoetstoffen. Voor de bereiding van koekjes en gebak zijn polyolen (zoals sorbitol) een perfect alternatief voor suiker.
Er bestaan ook mengelingen van polyolen en laagcalorische zoetstoffen (poeders met sucralose, aspartaam, stevia-extract enz.) die suiker zeer goed vervangen.
Voegt u graag een krokant tintje aan uw salades, dessertjes of andere zoetzure gerechten zonder op uw suikerinname te moeten letten? Probeer dan eens ons recept:
- Doe ½ eetlepel boter, 1 eetlepel tagatose of sucralose in poeder en 50 g noten naar keuze (pecan, cashew, pistaches, hazelnootjes, …) in een bakpan.
- Laat enkele minuten bakken totdat de noten mooi goudbruin zijn. Roer regelmatig.
- Laat afkoelen, liefst op bakpapier.
Ontdek ook onze recepten met gekaramelliseerde nootjes: thaïse noedels en feta salade.
Op de markt worden diverse zoetstoffen verkocht die opgewarmd kunnen worden. Hieronder volgt een overzicht… Wees creatief en lees altijd goed de gebruiksaanwijzingen op voorhand!
Voor meer info over deze specifieke zoetstoffen surf naar : acesulfaam-K, advantaam, aspartaam*, cyclamaat, sacharine, stevia, sucralose en tagatose.
* aspartaam : max. 200°C
Bepaalde zoetstoffen lossen goed op in water, anderen zijn hittebestendig of hebben een knapperige smaak gelijkaardig aan die van suiker, er bestaan er die goed karamelliseren of een glanzend resultaat geven. Anderen kunnen de bittere smaak van hun rivalen verhullen.
Door ze in combinatie te gebruiken krijg je een optimaal resultaat. Probeer eens enkele van onze recepten uit, op basis van gemengde zoetstoffen: romig kersendessert met pistachenootjes, pompoenbrownies, aardbeigalettes en nog veel meer op zoetstoffen.eu!
De molecule is zeer stabiel en zorgt voor een uitzonderlijke glans van decoraties op gebak. Isomalt kan je terugvinden in kauwgom, snoep, bakkersproducten en voedingssupplementen.
Bulkzoetstoffen of polyolen worden industrieel aangemaakt en brengen gemiddeld de helft minder calorieën aan dan suiker, 2,4 kcal / gram in plaats van 4 kcal / gram. Ze worden slechts gedeeltelijk verteerd en opgenomen door de dunne darm.
Gebruik je zoetstoffen in jouw recepten? Heb je soms problemen met een bittere nasmaak? We geven jou een tip!
Denk aan erythritol!
Erythritol behoort tot de bulkzoetstoffen en heeft een smaak die aanleunt bij die van sucrose of sacharose. Deze zoetstof kan nasmaken verhullen waardoor het vaak in combinatie met andere zoetstoffen voorkomt op de markt. Het is ook de enige polyol die geen calorieën aanbrengt!
In grote hoeveelheden, zoals in het geval van confituur of siroop, heeft suiker een conserverend effect, want het maakt water minder beschikbaar voor de ontwikkeling van schimmels en andere micro-organismen. De hoeveelheid van nature aanwezige suikers in fruit is niet voldoende om dat effect te verkrijgen. Als je dus confituur maakt zonder suikers en/of met laagcalorische zoetstoffen, is het belangrijk om die vanaf de opening in de koelkast te bewaren en bij voorkeur binnen de drie weken op te eten.
Aspartaam is minder aangewezen voor bereidingen bij hoge temperatuur, want hoe hoger de temperatuur, hoe meer deze stof haar zoete smaak verliest. Er bestaan tal van zoetstofmengelingen die laagcalorische en extensieve zoetstoffen combineren en perfect geschikt zijn om mee te koken.
Lees het etiket van de producten voor alle informatie over hun gebruiksmogelijkheden en -beperkingen.
De lekkere recepten van “Zoetstoffen.eu” : ontdek ze hier!
Kun je laagcalorische zoetstoffen gebruiken om te bakken of te koken? Op deze website kun je onder ‘zoetstoffen’ per individuele zoetstof lezen of zij wel of niet verhit kunnen worden.
Bij vervanging van suiker door zoetstoffen in producten zoals konfituur moet je er wel rekening mee houden dat zoetstoffen niet de conserverende werking hebben die suiker heeft. Konfituur die gezoet is met zoetstoffen kun je dus het beste in de koelkast bewaren.
Zoetstoffen: algemeen
Ja. Alle additieven die worden toegevoegd bij het samenstellen van een voedingsmiddel, dus ook zoetstoffen, moeten verplicht worden vermeld in de ingrediëntenlijst.
Deze verplichting staat in de Europese regelgeving: elk additief dat bij de bereiding van een levensmiddel wordt gebruikt, moet worden vermeld in de ingrediëntenlijst. Bovendien moet voor elk vermeld additief het volgende worden gespecificeerd:
- De functie van het additief: zoetstof, emulgator, conserveermiddel …
- De specifieke stof die is gebruikt: ofwel de volledige naam (bijvoorbeeld ‘sacharine’) ofwel het overeenkomstige E-nummer (bv. E954 voor sacharine).
Wat zijn E-nummers? Zie capsule
Alle additieven die in Europa zijn goedgekeurd voor gebruik in voedingsmiddelen, krijgen een E-nummer. Ook de erkende zoetstoffen horen daarbij. De ingrediëntenlijst op een productetiket vermeldt ofwel het E-nummer ofwel de naam van de zoetstof. Dit overzicht bevat de E-nummers van goedgekeurde laagcalorische zoetstoffen: :
Laten we beginnen met een beetje theorie…
Laagcalorische zoetstoffen
- Advantaam, aspartaam, steviolglycosides (stevia)…
- Hogere zoetkracht dan suiker: 200, 300, 600 of zelfs 30.000 keer zoeter
- Verwaarloosbare energie-aanbreng
Polyolen
- Isomalt, lactitol…
- +/- 2,4 kcal/g*, tegen 4 kcal/g voor suikers
- Net iets minder zoet dan suiker
- Brengen weinig calorieën aan
Laagcalorische zoetstoffen en polyolen hebben verschillende eigenschappen. Voor een perfect resultaat in de keuken bestaan er combinaties van zoetstoffen die je gemakkelijk in de winkel kan terugvinden. Ze zorgen o.a. voor een perfecte smaak en textuur!
*Met uitzondering van erythritol: 0 kcal/g
Beide voedingsclaims zijn onderworpen aan een specifieke Europese wetgeving.
Zonder suiker: de definitie
De term ‘zonder suiker’ betekent dat het voedingsmiddel geen suiker bevat. Deze claim is enkel toegelaten als het product niet meer dan 0,5 g suiker per 100 g of per 100 ml bevat.
En wat wordt dan door “zonder toegevoegde suikers bedoeld”?
De term ‘zonder toegevoegde suikers’ betekent dat er geen suikers toegevoegd zijn (bv. honing of siroop). Toch kan het product van nature aanwezige suikers bevatten (bv. van fruit of zuivel). In dat geval is de extra vermelding ‘Bevat van nature aanwezige suikers (van fruit en/of melk)’ verplicht. Producten “zonder toegevoegde suikers” worden vaak gezocht door personen die minder suiker willen eten of een specifieke dieet volgen. Daarom is het zeer belangrijk om de etiketten en in het bijzonder de ingrediëntenlijst goed te lzen en te begrijpen.
Trendy of natuurlijke suikers worden gebruikt ter vervanging van gewone kristalsuiker (sacharose uit suikerbiet of suikerriet) om producten een zoete smaak te geven. In de meeste gevallen zijn dit echter net zo goed echte suikers (behalve in geval van de steviaplant, die ook wordt gebruikt om zijn natuurlijke karakter).
Dit zijn de belangrijkste ‘trendy’ of natuurlijke suikers die tot de echte suikers behoren:
- Honing: wordt gemaakt door bijen met de nectar van bloeiende planten
- Rapadura of muscovado: is afkomstig uit suikerriet
- Agavesiroop: wordt gewonnen uit een cactus, de blauwe agave
- Graanstropen: worden verkregen door fermentatie van granen
- Dadelstroop: wordt bereid door in water gemixte dadels in te koken
- Ahornsiroop: wordt verkregen door indikking van het sap dat wordt afgetapt van bepaalde esdoornsoorten
- Kokossuiker: wordt gewonnen door sap uit de bloesems van de kokospalm in te koken
Alle suikers leveren 4 kcal per gram
In ons lichaam worden alle suikers omgezet in een en dezelfde suiker, glucose, ongeacht de bron en of ze nu ‘biologisch’ of minder geraffineerd zijn. Glucose is de enige suiker die door het bloed circuleert. Hij wordt gebruikt als brandstof of kan worden omgezet in reservevetten.
Alle suikers (mono- en disachariden) leveren dezelfde hoeveelheid energie aan, ongeacht hun oorsprong, namelijk 4 kcal per gram. Waarin verschillen trendy/natuurlijke suikers dan vooral?
- De verhouding van de verschillende suikers die ze bevatten (glucose, fructose en sacharose).
- Hun glycemische index.
- Hun smaak.
- Hun zoetkracht (als die hoog is, hoef je er minder van te gebruiken).
- Hun prijs.
In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, zijn deze suikers niet beter voor je tanden dan andere suikers. Bovendien behoren deze suikers wel degelijk tot de toegevoegde suikers (behalve de steviaplant), die samen niet meer dan 10% van je totale energie-inname zouden mogen vertegenwoordigen.
Overdrijf dus ook maar beter niet met deze trendy of natuurlijke suikers, en let goed op het uiteindelijke gehalte aan suikers en calorieën van de producten waarin ze verwerkt zijn.
Zijn trendy – natuurlijke suikers altijd suikervrij?
Deze populaire ‘suikervervangers’ zijn, tegen alle verwachtingen in, niet altijd suikervrij! Erg populair, worden ‘trendy suikers’ toch vaak teruggevonden in zogenaamde ‘suikervrije’ bereidingen op het net. Van kokossuiker tot agavesiroop en rapadura… Het zijn allemaal suikers bestaande uit dezelfde moleculen als toegevoegde suiker: mono- en/of disachariden. Per gram leveren ze eveneens 4 kcal.
Natuurlijke suikers: hoeveel calorieën in een oogopslag?
Kokossuiker, agavesiroop, rapadura… De zogenaamde « natuurlijke » suikers zijn een echte trend. Ze worden vaak gebruikt ter vervanging van geraffineerde suiker, dewelke uit biet wordt gehaald. Maar verschilt hun suikergehalte en calorische waarde echt van de suiker- en caloriewaarde van tafelsuiker (kristalsuiker)?
De antwoorden in deze infografiek!

Toegevoegde suikers zijn alle suikers die worden toegevoegd tijdens het productieproces of de bereiding van voedingsproducten: glucose, fructose, sacharose en stropen, maar ook alle ingrediënten die worden gebruikt om hun zoetkracht, zoals geconcentreerde sappen, honing en melasse.
De term vrije suikers, die wordt gebruikt door de WGO, omvat alle toegevoegde suikers, maar ook de suikers die van nature aanwezig zijn in vruchtensap.
Het suikergehalte moet verplicht vermeld staan op de voedingsetiketten van voorverpakte levensmiddelen. Er wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de van nature aanwezige suikers en de toegevoegde suikers.
Die zijn namelijk opgebouwd uit dezelfde moleculen. De voedingsaanbevelingen gaan echter over de toegevoegde suikers: hun inname ligt bij voorkeur niet hoger dan 10% van de totale energie-inname. Voor een referentiedag van 2000 kcal komt dat overeen met 50 gram suiker per dag, of iets meer dan 8 suikerklontjes.
Van nature aanwezige suikers maken volwaardig deel uit van het voedingsproduct, bijvoorbeeld fructose, sacharose en glucose die in fruit zitten. Toegevoegde suikers worden toegevoegd tijdens de productie of bereiding van het voedingsproduct. Dat is bijvoorbeeld het geval voor fijne kristalsuiker, maar ook voor honing of graanstropen.
Desondanks zijn al deze suikers gelijkwaardig. Zodra we ze eten, ondergaan ze allemaal hetzelfde lot: ze worden verteerd en uiteindelijk omgezet in glucose. Die glucose wordt door het bloed vervoerd en naar de lichaamscellen gebracht, die het gebruiken als energiebron.
Fructose wordt ook ‘vruchtensuiker’ genoemd, maar in werkelijkheid bevat fruit ook nog twee andere suikers: glucose en sacharose. Die drie suikers komen in wisselende verhoudingen voor in fruit, honing enz. Geraffineerde suiker is sacharose, die doorgaans wordt gewonnen uit suikerbieten of suikerriet, beide niet minder natuurlijk dan fruit! Merk op dat fructose en glucose ook kunnen worden verkregen door de omzetting van maïszetmeel.
Wat is stevia?
Stevia of Stevia rebaudiana is een plant die zijn oorsprong vindt in de grensstreek tussen Paraguay en Brazilië. Daar wordt het al eeuwenlange gebruikt als zoetmiddel. De bladeren werden o.a. gebruikt in infusies (zoals Maté of ‘Paraguay thee’).
Vaak wordt er gesproken over “stevia” wanneer we het over de zoetstof hebben terwijl dit eigenlijk de gebruikelijke term is voor de plant. Voor de zoetstof spreken we over “zoetstof op basis van stevia”.
Waarom is stevia zoet en kan het suiker vervangen?
De blaadjes van deze plant ‘stevia’ bevatten tientallen verschillende moleculen, op de tong proeven zij zoet aan. Dit zijn de stevioglycosiden, ze hebben niet allemaal dezelfde zoetkracht. De rebaudioside M is hier een van en heeft bijvoorbeeld een sterkere zoete smaak maar komt in slechts zeer kleine hoeveelheden voor in de steviaplant.
De zoete smaak van steviolglycosiden wordt door het lichaam met vertraging waargenomen. Het heeft eerst een enigszins bittere en drop nasmaak. De zoete smaak van stevia kan nog verhoogd worden als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
Hoe wordt de zoetstof op basis van stevia aangemaakt?
Er bestaan twee zoetstoffen op basis van stevia: de E960a en E960c. De eerste is natuurlijker dan de tweede omdat het simpelweg een extract is uit de plant, zonder andere verdere aanpassingen.
In beide gevallen begint alles met de plant: de bladeren van de plant worden onder water gezet gedurende meerdere weken. De waterige oplossing wordt vervolgens gezuiverd en gedroogd totdat er enkel nog kristallen steviolglycoside overblijven.
De eerste zoetstof op basis van stevia (E960a) wordt gemaakt van deze steviolglycosiden, gewonnen uit de steviaplant. Het mag daarom “steviolglycosiden verkregen uit stevia” genoemd worden. De tweede zoetstof (E960c) wordt verkregen door steviolglycosiden om te zetten tot een welbepaalde steviolglycoside, namelijk Rebaudioside M. Dit gebeurt door een enzymatisch proces, en zorgt voor een zoetere smaak. Deze zoetstof mag echter niet “steviolglycosiden verkregen uit stevia” genoemd worden maar moet specifieker zijn “stevioglycosides verkregen via enzymatisch proces”.
Wat gebeurt er met stevia in ons lichaam?
Steviolglycosiden kunnen door ons lichaam niet worden opgenomen. Wel worden ze door de micro-organismen van de darmmicrobiota (vroeger ook darmflora genoemd) gemetaboliseerd tot steviol. Deze steviol wordt door het lichaam gedeeltelijk opgenomen om dan via de lever gebonden te worden aan glucoronzuur en vervolgens verwijderd te worden via de urine. Het overige deel verlaat het lichaam via de faeces. Deze extracten van stevia leveren dus geen calorieën.
Wat zijn de gevaren van stevia?
Het eten van zoetstof op basis van stevia is niet gevaarlijk, op voorwaarde dat: zoals alle toegelaten zoetstoffen binnen de Europese Unie, is de zoetstof op basis van stevia veilig wanneer de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) gerespecteerd wordt.
Deze Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) werd vastgelegd op basis van het advies van EFSA, tot 4 mg/kg lichaamsgewicht, uitgedrukt in equivalenten steviol.
Hoe weet je of je niet te veel zoetstoffen eet? Doe de test!
Is de zoetstof op basis van stevia veilig?
Ja. Steviolglycosiden zijn in 2008 beoordeeld en veilig bevonden door JECFA. In 2010 is het door de European Food Safety Authoriy (EFSA) beoordeeld en veilig bevonden voor gebruik in levensmiddelen. Wel is aangeraden dat de maximale hoeveelheden in voedingsmiddelen zorgvuldig moet worden bepaald zodat de ADI niet overschreden wordt. In 2011 heeft de EFSA een aanvullende evaluatie gepubliceerd naar aanleiding van een nieuw voorstel over maximale hoeveelheden in de voeding. Vervolgens moest de wetgeving worden aangepast.
In welke landen is zoetstof op basis van stevia toegelaten?
Sinds 2 december 2011 zijn steviolglycosiden in de Europese Unie toegelaten als zoetstof in levensmiddelen. Rebaudioside M is sinds 2016 in de Europese Unie toegelaten en heeft in 2021 het Europees E-nummer E960c verkregen.
In de V.S., Australië en Nieuw-Zeeland zijn steviolglycosiden sinds eind 2008 toegestaan als zoetstof in producten. In Japan, Korea, Brazilië en een aantal andere landen over de wereld worden steviolglycosiden gezien als natuurlijke bestanddeel en daardoor aanvaard voor het gebruik in levensmiddelen.
Het wordt in veel producten gebruikt ter vervanging van suiker.
Wat zijn de gezondheidsvoordelen van de zoetstof op basis van stevia?
De voornaamste voordelen van dit alternatief voor suiker:
- Geen nadelig effect op de tanden en het gebit.
- Geen invloed op insuline en/of bloedsuikerspiegel (glycemie) en dus geschikt in geval van diabetes (suikerziekte).
- Levert geen calorieën.
In welke producten wordt stevia gebruikt?
In de Europese wetgeving is vastgelegd in welke voedingsgroepen het gebruik van zoetstoffen op basis van stevia is toegestaan. Het gaat onder andere om deze producten: gearomatiseerde niet-alcoholische dranken (frisdranken, melk- en sojadrankjen), bier, ijs-crème, groenten– en fruitbereidingen, confituur, chocolade, snoepgoed, kauwgom, ontbijtgranen, desserts of nagerechten, sauzen, voedingssupplementen en tafelzoetstoffen. Aan deze producten werden vervolgens ook koffie, thee en infusies toegevoegd.
In Japan wordt de zoetstof op basis van stevia onder andere gebruikt in sojasaus en in groentebereidingen.
Hoe gebruik je stevia?
Een voordeel van de zoetstof op basis van stevia is dat de steviolglycosiden stabiel zijn bij verhitting. Dat wil zeggen dat de chemische structuur niet verandert door warmte. Het is dus geschikt als zoetstof voor gekookte en gebakken producten, zoals patisserie en kan daardoor gemakkelijk gebruikt worden in plaats van suiker. Het is stabiel tussen een pH van 3 tot 9. Het extract uit stevia is niet fermenteerbaar en kleurt niet bruin bij verhitting.
Je vindt het terug in de vorm van poeder, tabletten alsook in vloeibare vorm. Het kan gecombineerd worden met polyolen zodat er poeders bekomen worden die in gelijkaardige verhoudingen kunnen worden gebruikt als suiker.
Alles over stevia in een oogopslag infografiek downloaden)
Bron : Commission Regulation (EU) 2021/1156 of 13 July 2021
Geen enkele vraag komt overeen met je zoekopdracht.










