DOE DE TEST!

Zoetstoffenconsumptie: veilig niveau in Ierland

Een nieuw onderzoek naar de consumptie van zes laagcalorische zoetstoffen in Ierland toont aan dat de inname onder de veilige waarden ligt.

Voor elke laagcalorische zoetstof is er een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI), die aangeeft hoeveel men er levenslang dagelijks van kan consumeren zonder dat er gezondheidsproblemen optreden. In Europa wordt de ADI bepaald door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Om het naleven van die ADI te vergemakkelijken preciseert de EFSA ook in welke levensmiddelen en in welke maximale hoeveelheid elke zoetstof mag worden gebruikt. Dat volstaat echter niet om te kunnen anticiperen op elk mogelijk consumptiegedrag of op de lancering van nieuwe voedingsmiddelen. Vandaar het belang van specifieke studies die de consumptie van laagcalorische zoetstoffen meten bij de bevolking. Dat is nu dus gebeurd voor de volwassen bevolking van Ierland.

De consumptie van 6 zoetstoffen volgens drie scenario’s

Deze nieuwe Ierse studie gebeurde in samenwerking met twee Belgische wetenschappers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (Séverine Goscinny en Joris Van Loco). Ze bestudeerden zes laagcalorische zoetstoffen: acesulfaam-K, aspartaam, cyclamaat, sacharine, sucralose en steviolglycosiden. De onderzoekers evalueerden de consumptie volgens drie verschillende methoden. De eerste methode (TIER 1) maakt het mogelijk om de maximale theoretische zoetstofinname in te schatten, want ze gaat ervan uit dat alle voedingsmiddelen die zoetstoffen kunnen bevatten, die ook bevatten in de maximaal toegestane hoeveelheden. Ook de tweede methode (TIER2) hanteert de maximaal toegestane waarden, maar houdt rekening met de gegevens over de samenstelling per merk (niet alle lightdranken bevatten bv. dezelfde zoetstof(fen)). Deze methode overschat dus nog steeds de werkelijke zoetstofinname, maar minder sterk dan TIER1. De derde methode (TIER3) tot slot is de meest realistische en is gebaseerd op analyses van het zoetstoffengehalte in voedingsmiddelen en dranken in Ierland.

Veilig consumptieniveau

Volgens de resultaten ligt de inname van de hele bevolking in de 3 scenario’s onder de ADI, ook bij grote zoetstofgebruikers. In het pessimistische scenario (TIER1) bereiken de grootste verbruikers 59,2% van de ADI voor acesulfaam-K, 21,6% voor aspartaam, 42,1% voor cyclamaat, 41,2% voor sacharine, 21,5% voor sucralose en 22% voor steviolglycosiden. In het meest realistische scenario (TIER3), liggen alle consumptieniveaus onder de 20% van de ADI voor alle zoetstoffen behalve voor cyclamaat (49,3% van de ADI).

De meest geconsumeerde zoetstoffen zijn acesulfaam-K, aspartaam en sucralose, en de voornaamste bronnen zijn de categorieën appel- en perencider, koolzuurhoudende dranken, tafelzoetstoffen, zuivelproducten, voedingssupplementen en sauzen.

De auteurs besluiten dat de inname van deze zes laagcalorische zoetstoffen op dit moment geen aanleiding geeft tot bezorgdheid, maar dat het wel belangrijk is om een dergelijke follow-up regelmatig uit te voeren, gezien de evolutie van de markt en de consumptiegewoonten.

Toelichting van Joris Van Loco (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid), medeauteur van de studie:

“Deze resultaten wijzen in dezelfde richting als wat we eerder in België al hebben vastgesteld. Ze tonen aan dat het innameniveau zelfs bij grote gebruikers van laagcalorische zoetstoffen de Aanvaardbare Dagelijkse Inname niet overschrijdt.”

Referentie: Buffini M et al. Food Addictives & Contaminant: Part A. Published online 28 Dec 2017.

Zwangerschapsdiabetes bij 1 op 7 geboortes

2 op de 5 vrouwen met diabetes zijn in de vruchtbare leeftijd. Dat zijn ruim zestig miljoen vrouwen wereldwijd. De International Diabetes Federation (IDF) wijdde in 2017 een volledige campagne aan dit gevoelige onderwerp, waarbij ook discriminatie een rol speelt. Deze infografiek legt uit wat er op het spel staat.

Diabetes is op wereldschaal de negende sterfteoorzaak bij vrouwen en zorgt elk jaar voor 2,1 miljoen overlijdens. Vrouwen met diabetes ondervinden bovendien moeilijkheden om zwanger te worden en krijgen te maken met een problematische zwangerschap. Zonder planning voorafgaand aan de conceptie kunnen type 1- en type 2-diabetes leiden tot een significant hoger risico op sterfte en maternale en infantiele morbiditeit.

Vaak te weinig aandacht voor zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes (DMG) komt voor bij circa één op de zeven geboorten. Deze onderschatte aandoening vormt een ernstige bedreiging voor de gezondheid van moeder en kind. Veel vrouwen met DMG krijgen complicaties als gevolg van hun zwangerschap, zoals een hoge arteriële bloeddruk, baby’s met een hoog geboortegewicht en een moeilijke bevalling. Vrij veel vrouwen met DMG ontwikkelen later type 2-diabetes, wat weer andere complicaties en gezondheidskosten meebrengt. De stigmatisering en discriminatie van diabetespatiënten zijn vooral bij meisjes en vrouwen nadrukkelijk aanwezig. Zij dragen een dubbele discriminatielast door hun gezondheidstoestand en door de ongelijkheid in door mannen gedomineerde maatschappijen. Die ongelijkheden kunnen meisjes en vrouwen ontmoedigen om op zoek te gaan naar een diagnose en een behandeling, waardoor hun gezondheid er niet op verbetert.

Wat is de juiste werkwijze?

Het identificeren van hyperglycemie tijdens de zwangerschap, in combinatie met een goede beheersing van de glycemie tijdens de zwangerschap, kan de risico’s verminderen. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd die aan pre-existente en bekende diabetes lijden, moeten advies krijgen vóór de conceptie. Daarnaast zijn een optimale prenatale zorg en de juiste postnatale aanpak noodzakelijk voor alle vrouwen met hyperglycemie tijdens de zwangerschap, of die nu het gevolg is van zwangerschapsdiabetes, niet-gediagnosticeerde hyperglycemie tijdens de zwangerschap of bestaande en bekende diabetes. Vrouwen met hyperglycemie tijdens de zwangerschap kunnen hun glycemiegehalte onder controle houden dankzij een gezonde voeding, een lichte vorm van lichaamsbeweging en het opvolgen van de glycemie. In bepaalde gevallen kunnen ook insuline of orale geneesmiddelen worden voorgeschreven. Laagcalorische zoetstoffen mogen in alle veiligheid worden ingenomen tijdens de zwangerschap.

De oplossingen staan voorgesteld in deze infografiek van de International Diabetes Federation.

Bron
http://www.worlddiabetesday.org/resources/infographics/115:1-in-7-births-affected-by-gestational-diabetes.html Consulté le 8 février 2018.

Bananenbrood … zonder toegevoegde suikers!

Ontdek met dit zoete bananenbrood een wereld van zachtheid, bedacht door onze favoriete foodblogger “Everyday Marta”!

Ingrediënten (voor 10 porties)

  • 200 g bloem
  • 1 kl bakpoeder
  • 1/2 kl kaneel
  • 50 g sucralose kristalpoeder (= 100 g suiker)
  • 2 eieren
  • 4 rijpe bananen
  • 120 ml druivenpitolie
  • 1/2 kl vanille-extract

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180°C.

Doe bloem, bakpoeder, kaneel en sucralose kristalpoeder in een kom en meng alles door elkaar.

Pel de bananen. Doe ze in een andere kom en plet ze met een vork. Voeg eieren, olie en vanille-extract toe en meng alles goed samen.

Doe het natte mengsel bij het droge mengsel en meng alles tot een beslag.

Giet het deeg in een ingevette cakebakvorm.

Snij een extra banaan doormidden en leg die op het deeg (optioneel). Bak gedurende 40 minuten (prik met een satéprikker in het midden van het bananenbrood, als die droog uitkomt, is het klaar, anders laat je hem nog even verder bakken).

Energiewaarde per portie =  228 kcal

 – 10 g suikers  (tov gesuikerde versie)

Download hier het recept!

Een beetje zoet in onze voeding: een probleem?

Afgelopen april organiseerde het International Life Science Institute Europe in Brussel een workshop over de plaats van ‘zoetigheid’ of zoete voedingswaren in onze voeding. De synthese van dat evenement werd onlangs gepubliceerd in het International Journal of Obesity en klinkt tamelijk geruststellend.

Voorkeur voor zoet wordt niet versterkt door de blootstelling eraan

Tijdens de workshop debatteerde een panel van internationale wetenschappelijke experts over de plaats van zoete voedingswaren en zoetstoffen in onze voeding. Gary Beauchamp (Monell Center, Verenigde Staten) beet de spits af door eraan te herinneren dat de voorkeur voor zoet aangeboren is en een stevige genetische basis heeft. Door je suikerconsumptie terug te schroeven, zal je een zoete smaak intensiever waarnemen, maar het heeft in geen geval invloed op je voorkeur voor zoet. Volgens Sophie Nicklaus (INRA, Université de Bourgogne Franche-Comté, Frankrijk) blijkt uit studies over de evolutie van onze voorkeur voor zoet van de kindertijd tot de adolescentie dat het aanleren van voedingsvoorkeuren veeleer eigen is aan een bepaald voedingsproduct (en niet zozeer aan zoetigheid op zich). Beter nog, voor Cees de Graaf (Wageningen Universiteit, Nederland) varieert de voorkeur voor zoet met de leeftijd en het geslacht, maar lijkt die niet te evolueren volgens het lichaamsgewicht.

 Suiker vervangen leidt niet tot compensatie

Sigrid Gibson (Sig-Nurture Ltd, Verenigd Koninkrijk) sprak over enkele observationele studies die aantonen dat de consumptie van dranken met laagcalorische zoetstoffen specifiek is geassocieerd met een betere kwaliteit van het eetpatroon. Gegevens uit interventiestudies bevestigen ook dat het behoud van ‘zoetigheid’ in de voeding, met name via dranken met laagcalorische zoetstoffen, niet lijkt te leiden tot een compenserende consumptie van zoete voedingswaren. Peter Rogers (University of Bristol, Verenigd Koninkrijk) voegt overigens toe dat het gebruik van laagcalorische zoetstoffen helpt om de totale calorie-inname te verminderen en het lichaamsgewicht niet verhoogt. Dat benadrukte ook Richard Mattes (Purdue University, Verenigde Staten): er lijkt geen oorzakelijk verband te zijn tussen de blootstelling aan zoet en het risico op zwaarlijvigheid of diabetes.

‘Suikervrij’ eten stimuleert de eetlust niet

Volgens John McLaughlin (University of Manchester, Verenigd Koninkrijk) hebben de meeste studies bij de mens aangetoond dat de consumptie van gecombineerde laagcalorische zoetstoffen geen grote invloed uitoefent op de postprandiale reacties op glucose, insuline of darmpeptiden die een rol spelen bij honger. Met andere woorden, we kunnen op dit moment geen enkel verband leggen tussen zoetstoffen en een groter hongergevoel of gewichtstoename.

De inhoud van de workshop ‘Zoet in ons eetpatroon – een probleem?’ is integraal beschikbaar op de website van ILSI Europe.

Bron:
Wittekind A et al. International Journal of Obesity article accepté aperçu 6 décembre 2017; doi: 10.1038 / ijo.2017.296 – https://www.nature.com/articles/ijo2017296.epdf

 

 

Energy balls

Even een dipje? Kom zonder toegevoegde suikers snel weer op krachten met een van deze energy balls van onze culinaire blogster ‘Everyday Marta’!

Ingrediënten (voor 10 stukjes)

  • 65 g pindakaas (zonder toegevoegde suikers)
  • 4 druppels stevia (= 4 kl. suiker)
  • 40 g havermout
  • 2 el gehakte noten
  • 2 el zaden en pitten mix
  • 2 el gedroogde kersen (of veenbessen)
  • 1 el cacaopoeder

Bereiding

Doe pindakaas, cacaopoeder, stevia, noten en havermout in een hakmolen of blender en mix tot er zich een massa vormt.

Voeg dan de zaden en pitten mix en gedroogde kersen en meng met handen totdat alles goed gemengd is. Maak er balletjes van.

Energiewaarde per portie : 98 kcal

– 2,5 g minder suiker per portie  (tov gesuikerde versie)

Download hier het recept! 

Laagcalorische zoetstoffen: de 3 grootste mythes

De kennis van laagcalorische zoetstoffen is de voorbije jaren sterk geëvolueerd. Toch bestaan nog steeds een groot aantal misverstanden rond het onderwerp. Dit literatuuronderzoek maakt een stand van zaken op van de drie grootste mythes rond deze zoetstof.

Over laagcalorische zoetstoffen doen diverse theorieën de ronde. Die duiken steeds weer op in de media en debatten, hoewel ze door geen enkel bewijsmateriaal zijn onderbouwd. Het idee dat zoetstoffen uiteindelijk schadelijk zouden zijn voor de gewichtsbeheersing, leidt tot controverse, hoewel studies bij de mens aantonen dat laagcalorische zoetstoffen juist nuttig kunnen zijn voor de gewichtsbeheersing, doordat ze de energiedichtheid van voeding en dranken verlagen. Prof. Peter Rogers van de universiteit van Bristol (Engeland) evalueerde onze huidige kennis aan de hand van een wetenschappelijk literatuuronderzoek en bestudeerde in detail drie veelvoorkomende hypotheses over laagcalorische zoetstoffen.

Hypothese 1: veroorzaakt de zoete smaak verwarring?

Deze theorie komt voort uit een aantal studies uitgevoerd bij ratten. Het veronderstelt dat laagcalorische zoetstoffen de aangeleerde controle van het lichaam over de energie-inname zouden verstoren, omdat de zoete smaak van zoetstoffen niet geassocieerd wordt met calorieën, in tegenstelling tot suikers.

NIET WAAR | In werkelijkheid ondersteunen de meeste onderzoeken bij dieren en bij de mens deze hypothese niet. De analyse van prof. Rogers bracht zelfs een procedurefout aan het licht in de onderzoeken die aan de basis liggen van deze hypothese. Dat is ook onmiddellijk de reden waarom niet alle gelijkaardige studies tot dezelfde resultaten hebben geleid.

Hypothese 2: zet het eten van zoete voedingsmiddelen zonder calorieën aan tot meer zin in zoet?

Deze theorie veronderstelt dat het eten van producten met een zoete smaak zonder calorieën de aantrekkingskracht van zoet vergroot, en bijgevolg ook de consumptie van calorierijke zoete voedingswaren.

NIET WAAR | Deze hypothese wordt echter evenmin gestaafd door consistent bewijsmateriaal uit interventieonderzoeken bij de mens. Dit zowel op korte als op lange termijn (4 weken tot 40 maanden). Integendeel: studies geven eerder aan dat de consumptie van laagcalorische zoetstoffen, (vooral bestudeerd in dranken), de zin naar zoet vervult en daarbij de energie-inname niet verhoogt.

Hypothese 3: leidt de consumptie van laagcalorische zoetstoffen tot overconsumptie?

Volgens deze hypothese zouden we ons eetgedrag aanpassen en meer gaan eten omdat we weten dat we voedingsproducten met een beperkt energiegehalte consumeren, bijvoorbeeld met een laagcalorische zoetstof.

NIET WAAR | Na een analyse van alle beschikbare gegevens besluit prof. Rogers ook hier dat slechts weinig informatie wijst op een bewuste compensatie bij personen die gebruik maken van laagcalorische zoetstoffen. Interventieonderzoeken die een laagcalorische zoetstof en suiker met elkaar vergelijken wijzen er in ieder geval op dat het energieverlagende aspect de bovenhand heeft op alle andere effecten die de zoetstoffen zouden kunnen hebben op de toename van de energieconsumptie.

Geen wondermiddel maar duidelijk meer voor- dan nadelen

Uit een nauwgezette analyse van deze drie hypotheses vertonen laagcalorische zoetstoffen meer voor- dan nadelen. Het blijkt te helpen om de dagelijkse energie-inname te verlagen, en dat zonder compensatie. Ook al zijn we ervan bewust dat we voeding en dranken consumeren met zoetstoffen en dus een lagere energie-aanbreng

Uiteraard zijn laagcalorische zoetstoffen geen wondermiddel om af te vallen en mogen we ze niet als dusdanig beschouwen, verduidelijkt prof. Rogers. maar het gebruik ervan kan wel degelijk een interessant hulpmiddel zijn voor gewichtsbeheersing.

Referentie: Rogers P J. Proc Nutr Soc. Published online: 23 November 2017

Zijn ‘contaminanten’ van natuurlijke oorsprong ongevaarlijk?

Veel consumenten menen van wel: ze maken zich eerder zorgen over synthetische stoffen die ons voedsel kunnen verontreinigen. ‘Natuurlijk’ betekent echter niet altijd ‘veilig’ …

Zo luidt de conclusie van het Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR), het Duitse agentschap voor risicobeoordeling in de voedselketen. Het agentschap hield onlangs een consumentenenquête via de gespecialiseerde website Foodnavigator.com. Wat bleek? De Duitse consumenten zijn zich bewust van de gezondheidsrisico’s verbonden aan voedselverontreiniging (60% meent dat het risico op voedselverontreiniging zeer groot is), maar het zijn vooral de synthetische of kunstmatige “contaminanten die de consument zorgen baren.

Weinig kennis van natuurlijke risico’s

Het feit dat een stof natuurlijk is, betekent niet dat die stof ook veilig is. Toch zijn consumenten zich daar nauwelijks van bewust. Zo weet 78% van de respondenten dat bepaalde soorten vette vis kwik kunnen bevatten. Dat kan gevaarlijk zijn, vooral voor zwangere vrouwen. Ongeveer evenveel respondenten (70%) wisten dat eieren of melk verontreinigd kunnen raken met dioxines. Kwik en dioxines zijn twee bekende voorbeelden van een ‘kunstmatige‘ verontreiniging, veroorzaakt door de mens.

Slechts 13% van de respondenten beseft echter dat ook natuurlijke contaminanten risicovol kunnen zijn, zoals pyrrolizidine-alkaloïden in thee, kruidenthee, voedingssupplementen of honing. Al even weinig mensen (26%) wisten dat rijst en rijstderivaten arseen kunnen bevatten, een andere contaminant van natuurlijke oorsprong.

Er is behoefte aan meer informatie

Volgens de auteurs van de studie leidt het gebrek aan kennis over ongewenste contaminanten in levensmiddelen tot een verkeerde perceptie van de échte gevaren. De publieke opinie laat zich te veel beïnvloeden door voedselschandalen (dioxines) en is te sterk gericht op verontreiniging van menselijke oorsprong (kwik). Sommige kunstmatige stoffen worden onterecht als gevaarlijk beschouwd (additieven en zoetstoffen). Anderzijds is er te weinig aandacht voor contaminanten die van nature in het milieu voorkomen (zoals aflatoxines in appels). De studie vermeldt verder dat de consumenten zelf vragen om meer informatie, en dan met name de jongeren (41% van de 14- tot 29-jarigen, tegenover 15% van de 60-plussers).

Bron
Kathy Askew : https://www.foodnavigator.com/Article/2017/09/19

‘Natuurlijk’ is niet, per definitie, een garantie voor veiligheid!

De consument hecht steeds meer belang aan ‘natuurlijke’ producten. Hoe zit het echter met de voedselveiligheid? Wij hadden een gesprek met professor Tytgat, toxicoloog aan de KU Leuven.

“Als het natuurlijk is, zal het wel goed zijn”, horen we vaak. Nooit eerder hechtten we zo veel belang aan ‘natuurlijke’ producten. De natuurlijke aard van iets gelijkstellen aan “gezond en veilig” (en omgekeerd iets “kunstmatigs” aan “gevaarlijk”) is echter zinloos en wijst op een gebrek aan kennis, aldus professor Jan Tytgat. Neem bijvoorbeeld een kleurstof uit de familie van de carotenoïden (de geel-oranje-rode pigmenten in kleurrijke groenten en fruit). Een daarvan, bètacaroteen, komt voor in een natuurlijke vorm, maar kan ook kunstmatig worden aangemaakt. In beide gevallen legt die stof hetzelfde traject af in ons lichaam, ongeacht zijn oorsprong. Hetzelfde geldt voor natriumglutamaat, een smaakversterker die we terugvinden in de natuur, maar die ook door synthese kan worden verkregen.

Natuurlijk kan gevaarlijk zijn

“De natuur is onze vijand!” Zo extreem durft professor Tytgat het stellen om de aandacht te vestigen op een aantal perfect natuurlijke risico’s. “Kijk maar eens rond in je tuin. Je zult er tal van giftige planten vinden. Met kleine kinderen in huis is het uitkijken geblazen. Ze kunnen immers de planten aanraken en vervolgens hun handjes naar hun mond brengen, waardoor ze gevaar lopen op vergiftiging.” Dat geldt onder meer voor vingerhoedskruid, wolfskers en bepaalde soorten paddenstoelen.

De voedingsadditieven die in gebruik zijn in de Europese Unie – waaronder de laagcalorische zoetstoffen – worden daarentegen allemaal zeer streng onderzocht. Alleen additieven die een E-nummer kregen, zijn toegestaan. Toch schrikt dat E-nummer de consument vaak af, terwijl het in werkelijkheid een teken is dat de stof voldoet aan alle veiligheidsgaranties om te mogen worden gebruikt in voedingsmiddelen.

Voor elk voedingsadditief is een nauwkeurige Aanvaardbare Dagelijkse Inname bepaald (de maximale hoeveelheid die je van de stof levenslang dagelijks mag innemen zonder gezondheidsrisico’s). Die ADI is doorgaans honderd keer kleiner dan de hoeveelheid waarbij geen enkel effect is waargenomen bij proefdieren. Dat betekent dus een grote veiligheidsmarge om elk gevaar uit te sluiten, vervolgt de toxicoloog.

Aspartaam versus stevia

Neem nu aspartaam, zegt professor Tytgat. Deze kunstmatige zoetstof is een van de meest bestudeerde moleculen ter wereld. Toch doen heel wat alarmerende uitspraken de ronde over deze stof, onder meer omdat bij de omzetting in ons lichaam methanol ontstaat. De hoeveelheden methanol die ontstaan door de consumptie van aspartaam, liggen echter ongeveer honderd keer lager dan de hoeveelheden die een probleem zouden kunnen veroorzaken. Zolang de consumptie van om het even welke zoetstof onder de ADI blijft, is er geen enkel probleem, benadrukt professor Tytgat. Dat heeft niets te maken met de natuurlijke of kunstmatige aard van de stof. Zoetstof op basis van stevia heeft dan wel een natuurlijke oorsprong, maar moet evengoed dezelfde evaluatie- en goedkeuringsprocedures doorlopen als aspartaam om de gebruiksveiligheid te garanderen.

Suikervrije Kerstkoekjes

Geen enkel gram suiker in dit smakelijk recept van Kerstkoekjes van onze blogster “Everyday Marta”. Lekker krokant en zoet!

Ingrediënten

  • 290 g bloem
  • 200 g boter (op kamertemperatuur)
  • 2 eieren
  • 3 eetlepels tagatosepoeder
  • 1/2 theelepel bakpoeder
  • 1/2 theelepel baking soda (bicarbonaat)
  • snuifje zout

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180°C.

Doe boter en tagatosepoeder in de mixer en mix tot smeuïg. Voeg al mixend de eieren toe.

Meng bloem met zout, bakpoeder en bicarbonaat in een aparte kom. Voeg de bloem beetje bij beetje aan het mengsel toe. Mix tot een stevig en glad deeg.

Bestuif het werkblad met een beetje bloem en rol het deeg uit tot een plak van ongeveer een halve centimeter dik. Druk met een steekvormpje figuren uit het deeg. Leg ze op de met bakpapier bedekte bakplaat.

Bak gedurende 10 min. Laat de koekjes afkoelen en knapperig worden.

 

Cafeïne zorgt dat we zoete smaken minder goed waarnemen

Iets zoets bij de koffie? Nieuw onderzoek toont aan dat koffie de waarneming van zoete smaken kan verstoren.

Van de vijf basissmaken (zoet, zout, zuur, bitter en umami) is alleen de voorkeur voor zoet aangeboren. Omgekeerd hebben we van nature een afkeer van bitter. Dat verklaart waarom baby’s en jonge kinderen niet graag bittere voedingsmiddelen eten. In de loop van ons leven veranderen de dingen die we wel en niet lusten. Geleidelijk aan gaan we ook bittere smaken accepteren en zelfs waarderen.

Het is al lang bekend dat een zoete smaak een bittere smaak deels maskeert. Dat is bijvoorbeeld het geval bij koffie, chocolade, ‘tonicdrankjes’ met kinine of gekaramelliseerd witloof! We wisten echter nog niet dat koffie drinken onze waarneming van zoete smaken kan veranderen. Dat wordt in ieder geval gesuggereerd door dit nieuwe onderzoek.

Cafeïne werkt mogelijk in op de smaakcellen

We proeven zoete smaken dankzij smaakcellen op onze tong die gevoelig zijn voor suiker (en voor zoetstoffen). Onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat deze cellen gespecialiseerde receptoren bevatten, de adenosinereceptoren (adenosine is een stof die een rol speelt in het functioneren van het zenuwstelsel). Als de adenosinereceptoren worden gestimuleerd, nemen we zoete smaken intenser waar. Van cafeïne is bekend dat het de adenosinereceptoren deels blokkeert. Drie onderzoekers van Cornell University in Ithaca (Verenigde Staten) vroegen zich daarom af of de consumptie van cafeïne de waarneming van zoete smaken bij de mens kan verminderen. Hun onderzoek was erop gericht deze hypothese te toetsen.

Na een lekkere kop koffie smaakt je dessert minder zoet!

In deze studie werden 107 vrijwilligers verdeeld in twee groepen. Eén groep dronk cafeïnevrije koffie waaraan 200 mg cafeïne was toegevoegd (het equivalent van twee kopjes koffie). De andere groep dronk cafeïnevrije koffie waaraan kinine was toegevoegd om de bittere smaak van koffie mét cafeïne na te bootsen. De proefpersonen voerden vervolgens een smaakproef uit. Op een ander moment werd het experiment herhaald, maar de twee groepen werden omgewisseld.

De proefpersonen kregen gesuikerde koffie te drinken of suikerwater met verschillende concentraties suiker. Wat bleek? De proefpersonen die koffie met cafeïne hadden gedronken, beoordeelden de koffie of het suikerwater systematisch als minder zoet dan wie cafeïnevrije koffie had gekregen. De perceptie van bitter, zuur, zout en umami wordt niet beïnvloed door cafeïne. Dat zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom een mierzoet dessert na een lekkere kop koffie minder zoet lijkt. Laat je echter niet misleiden: de calorieën van de suiker verdwijnen niet!

Referentie: Choo E et al. Journal of Food Science, First published: 23 August 2017.

Gekaramelliseerd witloof met appel en blauwe kaas

Karamelliseren zonder toegevoegde suiker om de natuurlijke bittere smaak van witloof te verzachten? Ontdek hier het verrassende recept van onze blogster, Everyday Marta, afgewerkt met blauwe kaas!

Ingrediënten (voor 2 personen)

  • 4 stronkjes witloof
  • 2 eetlepels boter
  • 1 eetlepel sucralosepoeder
  • 1 eetlepel witte wijn azijn
  • Zout en peper
  • 150 g blauwe kaas
  • 1/2 appel, in sneetjes

Bereiding

Was het witloof, verwijder bruine blaadjes aan de buitenzijde en snij het voetje eraf. Kruid het witloof met zout en peper.

Smelt de boter in een pan en bak de stronkjes witloof goudbruin op beide kanten op hoog vuur. Blus de pan met water en witte wijn azijn. Zet het vuur laag, doe het deksel op de pan en bak het witloof gedurende 8-10 minuten zacht.

Zet het vuur weer hoog, besprenkel het witloof met sucralosepoeder en laat het mooi van beide kanten karamelliseren.

Serveer het witloof met sneetjes appel en blauwe kaas.

Vragen over diabetes? Is een gezond gewicht een uitdaging? Of gewoon op zoek naar inspiratie om minder suiker te consumeren?