DOE DE TEST!

Zoetstoffen & gewicht:
houd rekening met het plateau-effect!

De effecten van caloriearme zoetstoffen op het gewicht moeten niet alleen worden bekeken vanuit het oogpunt van het aantal kilo’s dat wordt afgevallen, maar ook vanuit het oogpunt van het aantal kilo’s dat op lange termijn niet (opnieuw) wordt aangekomen. Dat legt Dr. France Bellisle, experte in eetgedrag, ons uit.

Door suiker te vervangen door caloriearme zoetstoffen kan de calorie-inname worden verminderd en kan een licht maar significant gewichtsverlies worden bereikt. Toch passen veel mensen deze verandering dagelijks toe zonder een merkbaar verschil op de weegschaal te zien. Waarom?

“Vanwege wat we het ‘plateau-effect’ noemen,” legt Dr. France Bellisle uit, experte in eetgedrag die al vele jaren onderzoek doet naar zoetstoffen.

Dit fenomeen doet zich voor bij elke energiebeperking, ook bij het gebruik van geneesmiddelen tegen obesitas. Het proces is altijd hetzelfde: in het begin valt men af, daarna vertraagt het gewichtsverlies totdat het stopt. Wanneer het gewicht niet meer daalt, is er sprake van het plateau-effect. En in de meeste gevallen volgt er daarna een gewichtstoename. Het doel bij het afvallen is vooral om het gewichtsverlies te behouden.

Zie interview France Bellisle

Het effect van zoetstoffen lijkt misschien onzichtbaar

“Dit plateau-effect is een belangrijke factor die verklaart waarom het zo moeilijk is om de langetermijneffecten van caloriearme zoetstoffen op het gewicht te bestuderen en aan te tonen,” legt France Bellisle uit. “Onderzoek op dit gebied toont aan dat zoetstoffen, wanneer ze de energie uit suikers vervangen, een gewichtsverlies van 1, 2, 3 kilo of zelfs meer mogelijk maken. Maar na een paar weken gebeurt er niets meer, omdat het plateau is bereikt. En dan zou je kunnen denken dat zoetstoffen geen nut meer hebben, maar toch… In werkelijkheid hebben ze wel degelijk een effect, maar dat is onzichtbaar: ze helpen om het gewichtsverlies te behouden. Dit effect zou namelijk alleen zichtbaar worden als de persoon zou stoppen met zoetstoffen en weer suiker zou gaan eten. Dat zou onvermijdelijk leiden tot gewichtstoename.”

De uitleg van France Bellisle

Wekken zoetstoffen de eetlust op?

Dit is een gerucht dat al lang de ronde doet en dat veel verwarring zaait over caloriearme zoetstoffen. Deze stoffen zouden een eetlustopwekkend effect hebben, waardoor je meer zou gaan eten dan wanneer je suiker zou gebruiken, dat ze juist zouden moeten vervangen. Het gevolg zou dan niet het beoogde gewichtsverlies zijn, maar juist gewichtstoename! Dit is een van de vele misvattingen die de ronde doen over caloriearme zoetstoffen. France Bellisle geeft uitleg over het ontstaan van wat inmiddels een grote mythe is geworden: “Dat werd veertig jaar geleden verondersteld, met als mechanisme de stimulering van de insulinesecretie.” Sindsdien is dit idee wereldwijd uitgebreid bestudeerd en de resultaten zijn heel duidelijk: er is geen toename van de voedselinname als gevolg van het gebruik van zoetstoffen.

De uitleg van France Bellisle

Stimuleren zoetstoffen de insulinesecretie?

Dit is ook een oude discussie die regelmatig weer opduikt. Caloriearme zoetstoffen zouden niet alleen een smaak hebben die lijkt op die van suiker, maar ook metabolische effecten hebben, zoals het op gang brengen van de insulinesecretie. Dat zou in strijd zijn met het beoogde doel, vooral voor mensen met diabetes, een aandoening die wordt gekenmerkt door een verstoorde insulinesecretie. Maar ook hier biedt uitgebreid onderzoek meer duidelijkheid. “Over het algemeen is er in de meeste gevallen geen sprake van insulinesecretie na het eten als gevolg van zoetstoffen,” legt France Bellisle uit. “Natuurlijk leidt het eten, met of zonder zoetstoffen, tot insulinesecretie, wat volkomen normaal is, maar de zoetstoffen in de maaltijd spelen daarbij geen specifieke rol.”

Zoetstoffen en insuline: het woord aan France Bellisle

Wie kiest voor lightdranken, eet minder calorieën

Het symposium van de International Sweeteners Association (ISA), ter gelegenheid van de negende Conferentie van de Europese Federatie van Verenigingen van Diëtisten (EFAD), bood een mooie kans om een stand van zaken te geven over de impact van lightdranken op de energie-inname.

Voedingsmiddelen en dranken met een lage energiedichtheid (dat wil zeggen, met een gering aantal calorieën per 100 gram) zijn de beste keus als je op de calorieën let. Dat wordt ook bevestigd door dit onderzoek van dr. Nicolas Buckland (University of Leeds, VK) en zijn team. Proefpersonen die dergelijke ‘dieetvriendelijke’ voedingsmiddelen aten, namen bij de volgende maaltijd minder calorieën in. Het effect trad ook op als de proefpersonen de voedingsmiddelen enkel zagen of roken. Vrijwilligers die een salade van 100 kcal als voorgerecht kregen, aten 21% minder calorieën dan de proefpersonen die een steviger voorgerecht met dezelfde hoeveelheid calorieën voorgeschoteld kregen (knoflookbrood).

Kiezen voor lightdranken in plaats van suikerhoudende dranken is een andere manier om de energiedichtheid te verlagen. Een nieuwe studie (1) bij meer dan 22.000 volwassenen in de Verenigde Staten toont aan dat dit leidt tot een lagere totale energie-inname. Bepaalde media laten echter een heel ander geluid horen, zegt Sigrid Gibson (Sig-Nurture Ltd. Guildford, VK). Zij laten doorschemeren dat personen die lightdranken drinken, meer snoep en andere energierijke producten eten dan liefhebbers van suikerhoudende dranken.

Wat toont deze studie werkelijk aan? Het blijkt dat personen die lightdrank drinken, veel minder calorieën innemen via dranken dan personen die kiezen voor suikerhoudende frisdrank. Bovendien halen de ‘lightdrinkers’ nauwelijks meer calorieën (19 kcal/dag) uit ‘overbodige’ voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid (snoepgoed, koekjes…). Kijken we naar het totaal aantal calorieën inclusief van de verschillende dranken, dan toont de studie duidelijk aan dat lightdranken en thee geassocieerd zijn met een lagere calorie-inname. Het aantal calorieën ligt op 69 kcal per dag voor lightdranken en 64 kcal/dag voor thee. Dat is heel wat minder dan het aantal calorieën uit suikerhoudende dranken (226 kcal/dag), alcoholische dranken (384 kcal/dag), en zelfs koffie (108 kcal/dag). Lightdranken kiezen in plaats van gesuikerde dranken blijkt dus wel degelijk een goede strategie om de calorie-inname te beperken.

 

Ruopeng An. J Acad Nutr Diet 2015. In druk. Gepubliceerd online op 11 september 2015

GLP-1-analogen wijzigen het aankoopgedrag van voeding

GLP-1-receptoragonisten worden steeds vaker ingezet in de strijd tegen obesitas. Hun effecten beperken zich niet tot het beïnvloeden van het verzadigingsgevoel en het gewicht. Ze veranderen ook de aard van de voedselkeuzes…

Gezien de snel toenemende obesitas en de daaruit voortvloeiende type 2-diabetes, worden zogenaamde ‘anti-obesitasgeneesmiddelen’ steeds populairder. Semaglutide, liraglutide… GLP-1-analogen, die de werking van Glucagon-Like Peptide-1 nabootsen, hebben geen direct effect op het lichaamsvet, maar wel op de belangrijkste oorzaak ervan: een calorie-inname die hoger ligt dan het verbruik. Ze veranderen de relatie met voedsel ingrijpend, door zowel in te werken op de fysieke hongersignalen als op de hersenmechanismen van plezier.

Minder calorieën en betere keuzes

Concreet zorgen GLP-1-analogen voor een drastische vermindering van het hongergevoel door verzadigingssignalen naar de hersenen te sturen alsof men gegeten heeft, zelfs op een lege maag. Deze verzadiging treedt vroeg en langdurig op, omdat deze geneesmiddelen de maaglediging vertragen, wat een gevoel van maagvulling geeft.

Bovendien melden veel patiënten een afname van wat men ‘food noise’ noemt, namelijk de obsessieve gedachten over eten die leiden tot dwangmatig snacken.

Patiënten eten dus minder, maar niet alleen in hoeveelheid. Het lijkt erop dat deze behandelingen leiden tot veranderingen in de voedselvoorkeuren, met een verminderde aantrekkingskracht voor energierijke (vette en suikerrijke) producten, en een sterkere aantrekkingskracht voor eiwitbronnen…

Lees ook: Welk effect hebben caloriearme zoetstoffen op het gewicht?

Voedselaankopen onder de loep

Maar wat is nu eigenlijk de impact van GLP-1-behandelingen op de voedselaankopen? Om deze vraag te beantwoorden, heeft een Deens onderzoeksteam een origineel onderzoek uitgevoerd dat is gepubliceerd in het JAMA (1).

De onderzoekers hebben de kassabonnen van maar liefst 13.565 personen onderzocht, wat overeenkomt met 70% van de Deense markt. Nieuwe gebruikers van GLP-1-analogen werden geïdentificeerd aan de hand van het Deense voorschriftenregister en in een verhouding van 1:3 gekoppeld aan niet-gebruikers op basis van geslacht, leeftijd en inkomen per kwartiel.

De resultaten tonen duidelijk aan dat GLP-1-analogen weliswaar de voedselconsumptie verminderen, maar dat dit ook leidt tot een aanzienlijke daling van de uitgaven in de supermarkt. In het jaar voorafgaand aan de behandeling gaven klanten 52.523 kronen uit aan voedingsmiddelen. Dit bedrag daalde tot 35.051 kronen in het jaar na de start van de behandeling.

Lees ook: Zoetstoffen en MASLD

Verandering in de voedingssamenstelling

Andere vaststelling: de gemiddelde energiedichtheid van de voedselinkopen is licht gedaald, van 209,4 naar 207,3 kcal per 100 g aangekochte levensmiddelen.

Deze daling is voornamelijk te wijten aan een vermindering van het gehalte aan suikers (van 15,7 naar 15,1 g/100 g), koolhydraten (van 19,8 naar 19,3 g/100 g) en verzadigde vetzuren (van 7,3 naar 7,2 g/100 g) in de aankopen.

Daarentegen is het eiwitgehalte van de aankopen gestegen, van 6,6 naar 6,9 g/100 g.

Deze gegevens bevestigen een verandering in de voedingssamenstelling van het dieet, die zich in een vrij gunstige richting ontwikkelt.

De auteurs stelden na de start van de GLP-1-behandeling ook een verschuiving vast in de aankoop van ultrabewerkte voeding naar minder bewerkte producten. Aangezien ultrabewerkte producten vaak rijk zijn aan vetten en/of suikers, draagt dit waarschijnlijk bij tot de verklaring van deze veranderingen, en niet de graad van bewerking op zich.

Het onderzoek kent echter enkele beperkingen:

  • een selectiebias gelinkt aan het vrijwillige karakter van de deelname
  • het ontbreken van gegevens over de BMI
  • het feit dat de observaties enkel betrekking hebben op het eerste jaar van de behandeling, wat geen uitsluitsel geeft over veranderingen op lange termijn

Bekijk de details van de veranderingen sinds de behandeling met GLP-1

les-analogues-glp-1-modifient-les-achats-alimentaires
les-analogues-glp-1-modifient-les-achats-alimentaires

Na het gewichtsverlies, het terugkomen in gewicht beperken

Ondanks hun bewezen effectiviteit bij het afvallen, vooral tijdens het eerste behandelingsjaar, zijn GLP-1-analogen geen wondermiddel tegen obesitas.

Tijdens de behandeling moet bijzondere aandacht worden besteed aan de nutritionele kwaliteit van de voeding en aan lichaamsbeweging, zodat de behoefte aan voedingsstoffen gedekt wordt en de vetvrije massa behouden blijft.

Een van de grootste nadelen van deze behandelingen – en dat geldt ook voor afslankdiëten – is de gewichtstoename zodra de behandeling wordt gestopt. De helft van de patiënten stopt echter binnen een jaar met de behandeling en 70% binnen twee jaar (2).

Dit benadrukt het belang van het aanleren van een gezonde levensstijl, niet alleen tijdens, maar ook na een behandeling met GLP-1-analogen.

Binnen de beschikbare hulpmiddelen kunnen zoetstoffen een interessante rol spelen. Zoals de klinische studie SWEET heeft aangetoond, kan het vervangen van suiker door producten met zoetstoffen na gewichtsverlies effectief zijn om gewichtstoename te beperken.

Lees ook: Caloriearme zoetstoffen, nuttig voor het behoud van gewichtsverlies

Referenties:
(1) Sørensen KK et al. JAMA Network Open2026. https://jamanetwork.com/journals/jamanetworkopen/fullarticle/2844224
(2) The Université of Alabama at Birmingham – UAB News, March 2026.

Wat beveel jij aan om 20 km te lopen?

Zondag 31 mei staan er opnieuw bijna 50.000 deelnemers aan de start van de 20km door Brussel. Ik vraag me af, wie onder hen het advies zocht van een voedingsdeskundige om zich voor te bereiden?

Met aangepast advies kunnen namelijk enkele spelbrekers zoals uitdroging en darmkrampen vermeden worden. De meest voorkomende fouten bij lopers zijn het onderschatten van hun behoefte aan water en het overschatten van die aan energie.

Bij langeafstand lopen is vocht een sleutelfactor om problemen te vermijden. Maar, is water drinken een voldoende advies aan wie het beste uit de benen wil halen?

Lopen vergt energie

Hoeveel energie een bepaalde activiteit vergt, hangt af van het basaal metabolisme of de energiebehoefte in rusttoestand. Het basaal metabolisme is afhankelijk van verschillende factoren zoals leeftijd, geslacht, gewicht en lengte. EFSA*, berekende dat de energiebehoefte in rust van volwassen vrouwen gemiddeld 43 kcal per uur bedraagt en die van mannen 73 kcal.

Sporten doet die behoefte snel stijgen. Zo vergt lopen tegen een tempo van 8 km/u al 8 keer meer energie dan het rustmetabolisme en een tempo van 11 km/u zelfs 10 keer meer**. Om 20 km te lopen stijgt de gemiddelde energiebehoefte dus al gauw boven de 1000 kcal. Temeer omdat deelnemers aan de 20 km hoogst waarschijnlijk een basaal metabolisme hebben dat boven dat van een gemiddelde volwassene ligt.

Waaruit halen we energie?

Energie halen we uiteraard uit voedsel. Koolhydraten, eiwitten, vetten en vezels zijn de essentiële nutriënten die calorieën aanleveren. Glucose is echter veruit de beste energiebron tijdens intensieve sportbeoefening en die wordt bijna uitsluitend uit koolhydraten gehaald.

Ons lichaam heeft de mogelijkheid om een zekere hoeveelheid glucose op te slaan onder de vorm van glycogeen, maar voor de meesten zal die reserve niet volstaan om 20km vlot uit te lopen. Lopers van lange afstanden kennen het fenomeen; als het glycogeen wegvalt, knallen ze tegen de muur. Het voelt alsof de motor van een elektrische fiets uitvalt tijdens het oprijden van een helling. Er is geen vooruitkomen meer aan. Om dit te voorkomen kan het glucosetekort worden aangevuld tijdens het lopen.

Hoe glucose het beste aanvullen tijdens het lopen?

Glucose of dextrose, wordt het snelst opgenomen, opgelost in water en in een concentratie die gelijk is aan de serum-osmolaliteit. Drank die dezelfde concentratie heeft als het serum noemt men isotonisch. De normale serum-osmolaliteit ligt tussen 275 en 295 mOsm/kg. Dit komt overeen met 60 g glucose per liter water.

Glucose, wat minder courant te vinden is, kan vervangen worden door gewone suiker (sacharose) of door de suikers uit vruchtensap.

Doorgaans wordt aanbevolen om 0.5 l à 0.75 l per uur te drinken tijdens het sporten. Bij hevig transpireren, wat bij mannen vaker voorkomt dan bij vrouwen, raad ik aan extra water toe te voegen en een halve theelepel zout per liter. Handig is het uiteraard niet om met 1l of meer sportdrank de wedstrijd te starten. Als er geen gepaste sportdrank wordt voorzien langs het parcours, raad ik aan suiker in geconcentreerde vorm mee te nemen en water te drinken dat langs het parcours wordt aangereikt. Geconcentreerde suikers zijn bijvoorbeeld gedroogd fruit of energiegels.

De gouden raad

Wat ik vooral aanbeveel is om tijdens de trainingssessies uit te testen wat het beste werkt. En niet te vergeten dat suikers uit energie drank of gels ook toegevoegde suiker is waarvoor de bovengrens 10% per dag is.

Alvast veel succes gewenst aan alle lopers.

Bronen:
* EFSA, 2013 (full reference: EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies (NDA); Scientific Opinion on Dietary Reference Values for energy. EFSA Journal 2013;11(1):3005.)
** Mendes et al., 2018 (full reference: Mendes MA, da Silva I, Ramires V, Reichert F, Martins R, Ferreira R, Tomasi E. Metabolic equivalent of task (METs) thresholds as an indicator of physical activity intensity. PLoS One. 2018 Jul 19;13(7):e0200701.)

photo-lut

Wie is Lut Van Lierde?

Lut Van Lierde is diëtiste-voedingsdeskundige (Institut Paul Lambin – HH Vinci) en auteur van het boek ‘Ligne’, uitgegeven bij Soliflor. Voorheen was ze 20 jaar werkzaam als kader in de voedingsindustrie.

Lut Van Lierde werkt als klinische diëtiste in haar praktijk in Brussel waartoe ze haar methode ‘Sensitive Nutrition’ ontwikkelde. Als zelfstandige diëtiste verleent ze advies aan bedrijven, zo o.a. aan Le Pain Quotidien waarvoor ze de ‘Better Choice Criteria’ opstelde die de gezondere keuzes op het menu aangeven. Ze maakt voedingswetenschap graag boeiend en hapklaar.

Een quote van haar: “Wetenschappelijke informatie vertalen naar het bord is het Olympisch Minimum voor een diëtist.

Obesitas: het ‘cafetariadieet’ heeft meer invloed dan de darmmicrobiota

Wat speelt een grotere rol bij gewichtstoename: voeding of de darmmicrobiota? Dit onderzoek bij knaagdieren toont aan dat een zogenaamd ‘cafetariadieet’ leidt tot gewichtstoename, ongeacht de samenstelling van de darmmicrobiota bij aanvang.

De kip of het ei?

Het is een beetje zoals het verhaal van de kip en het ei: wat was er eerst en heeft het andere voortgebracht?

Talrijke studies hebben significante verbanden aangetoond tussen obesitas, meer bepaald de neiging om obesitas te ontwikkelen, en de aard van de darmmicrobiota: samenstelling van micro-organismen, alfa-diversiteit enz. Obesitas wordt, net als andere aandoeningen zoals diabetes type 2, in verband gebracht met een kenmerkend profiel van de darmmicrobiota. Maar de vraag die iedereen zich nog steeds stelt, is of deze kenmerken van de microbiota een oorzaak of een gevolg zijn van obesitas

Het ‘cafetariadieet’ maakt dik

Om vooruitgang te boeken bij deze netelige kwestie heeft een team van de School of Biomedical Sciences in Sydney (Australië) eigen onderzoek uitgevoerd bij ratten, waarbij gebruik werd gemaakt van een beproefd model om de dieren zwaarlijvig te maken. Dit model is gebaseerd op het bekende zogenaamde “cafetariadieet”, dat al decennialang in onderzoek wordt gebruikt om dieren dikker te maken. Het gaat om voeding die rijk is aan vetten, suikers en geraffineerde zetmelen, die zo lekker is voor het dier dat het meer gaat eten dan het fysiologisch nodig heeft. Dit model wordt gebruikt om kenmerken weer te geven die we zien bij mensen die een modern westers dieet volgen. In tegenstelling tot langdurige klinische studies bij mensen, maakt dit diermodel het mogelijk om de verschillende omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op gewichtstoename beter te controleren.

 Lees ook: Gezonder eten om obesitas te voorkomen

De neiging om aan te komen verschilt van persoon tot persoon

Het is al lang bekend dat sommige mensen meer neiging hebben om aan te komen dan anderen. Dit geldt ook voor dieren. Sommige studies hebben aangetoond dat dieren die meer geneigd zijn om aan te komen, een andere darmmicrobiota hebben dan dieren die minder geneigd zijn om dik te worden. Sommigen hebben hieruit geconcludeerd dat niet zozeer het voedsel, maar de darmmicrobiota bepaalt of men risico loopt om aan te komen of niet. Andere studies hebben echter geen dergelijke verschillen aangetoond, wat veel twijfel laat bestaan over de causale rol van de darmmicrobiota bij gewichtstoename.

Deze interne meta-analyse heeft betrekking op experimenten die sinds 2015 bij ratten zijn uitgevoerd, waarbij steeds dezelfde procedures, dezelfde samenstelling van het cafetariadieet en dezelfde meettechnieken voor het meten van de voedselinname zijn gebruikt.

Veranderingen in de microbiota bij obesitas

Dit is de eerste keer dat een meta-analyse naar de kans op het ontwikkelen van door voeding veroorzaakte obesitas in verband wordt gebracht met veranderingen in de diversiteit en samenstelling van de darmmicrobiota bij ratten. Wat blijkt uit deze studie? Ten eerste dat het “cafetariadieet” inderdaad een effect heeft op de microbiota van de dieren, met duidelijke veranderingen in de globale samenstelling, waaronder een afname van de microbiële rijkdom. Obesitas wordt onder andere in verband gebracht met een toename van bepaalde soorten (Bacteroides en Blautia). Een belangrijke bevinding is echter dat de alfa-diversiteit en de samenstelling van de microbiota niet verschilden tussen ratten die vatbaar waren voor obesitas en ratten die resistent waren tegen obesitas, ongeacht de voedingsgroep (cafetariadieet of niet).

Lees ook: Zoetstoffen niet schadelijk voor de darmmicrobiota

De microbiota bepaalt niet de neiging tot gewichtstoename

Deze studie toont dus aan dat, hoewel de microbiota weliswaar aanzienlijk wordt beïnvloed door het volgen van een cafetariadieet, deze veranderingen geen verband lijken te houden met de individuele vatbaarheid voor gewichtstoename. Met andere woorden, dit suggereert dat het niet uw darmmicrobiota is die ervoor zorgt dat u gemakkelijker aankomt. En omgekeerd is het ook niet de darmmicrobiota die u kan beschermen tegen de schadelijke effecten van een vet- en suikerrijk cafetariadieet.

En wat de darmmicrobiota betreft: laten we niet vergeten dat uit de klinische SWEET-studie is gebleken dat het vervangen van suikers door zoetstoffen na een dieet niet alleen bijdraagt aan een groter gewichtsverlies, maar ook gepaard gaat met gunstige veranderingen in de samenstelling van de darmmicrobiota.

Meer informatie over de SWEET-studie vindt u hier

Referentie:
Bhagavata Srinivasan S P et al. Gut Microbes Reports 2026;3 :2649442
https://doi.org/10.1080/29933935.2026.2649442

Is pure chocolade echt gezonder dan melkchocolade?

Het paasweekend is voorbij, maar ben je ook al door jouw voorraad paaseieren heen? Waarschijnlijk nog niet en nog meer waarschijnlijk zijn ze niet allemaal naar jouw smaak. Heb je liefst puur of smelt je alleen voor wit? Wat bepaalt jouw voorkeur?

Diëtiste-voedingsdeskundige en auteur Lut Van Lierde analyseert, op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten, onze voedingsvoorkeuren en hun impact op de gezondheid.

Voedselvoorkeuren zijn een complex proces dat door tal van factoren beïnvloed wordt. In mijn dieetpraktijk hoor ik regelmatig dat mensen de voorkeur geven aan pure chocolade. Maar, als ik dan vraag waarom, is het niet altijd omwille van de smaak. Velen gaan ervan uit dat pure chocolade gezond is, of althans gezonder dan melkchocolade.

Pure chocolade heeft haar betere reputatie waarschijnlijk te danken aan een hoger cacao gehalte en lager suikergehalte dan melk en witte chocolade. Maar is pure chocolade daardoor ook effectief gezonder? Laten we eerst kijken naar de samenstelling.

Samenstelling van chocolade

Chocolade bestaat hoofdzakelijk uit cacaomassa, cacaoboter en suiker.

Hoe puurder, hoe meer cacao en hoe minder suiker. Cacao is grotendeels samengesteld uit vet, voornamelijk verzadigd vet, eiwitten, zetmeel en vezels. Het bevat ook mineralen zoals magnesium en ijzer waardoor pure chocolade iets meer van deze mineralen zal bevatten dan melkchocolade.

Cacao bevat ook polyfenolen, wat antioxidatieve stofjes zijn. Daardoor zou pure chocolade wel 5 keer meer flavanolen – een type polyfenolen – bevatten dan de melkvarianten. Melkchocolade bevat dan weer meer calcium dan pure chocolade.

Calorieën en voedingswaarden

Pure chocolade bevat inderdaad minder suiker dan melkchocolade, maar meer vet (1/3de meer) en dus ook meer calorieën. Sowieso blijven alle soorten chocolade zeer energierijk. Zelfs de ‘dieetchocolade’ zonder toegevoegde suiker bevat nauwelijks minder calorieën dan de originele versies.*

  Chocolade
puur 70%
Melkchocolade Melkchocolade
zonder toegevoegde suiker
kcal 555 553 486
kJ 2301 2230 2034
 
g/100g
g/100g
g/100g
Eiwit 8,3 7,8 7,2
Vet 42,3 31 35,3
Verzadigd vet 26,6 19 21,2
Koolhydraten 28,7 55 9,7
Suiker 24,7 55 8,7
Vezels 13 2,6 8,5
Ca 49 225 208
Mg 176 58 45
Fe 5,4 1,7 0,9

Is pure chocolade echt beter voor de gezondheid?

Onderzoek naar de voordelen van cacao en pure chocolade toont inderdaad wel enkele positieve effecten, vooral op hart en bloedvaten. Zo zouden ze zorgen voor een betere bloeddoorstroming en bloeddrukverlagend werken.

Ook zou een flavanolen-rijk dieet gelinkt zijn aan een lager totaal risico op hart- en vaatziekten. Maar veel van deze onderzoeken hebben enorme tekortkomingen. Zo gebruikten velen cacao-extracten met een hoog flavanol gehalte. Andere dan weer chocolade met speciaal geformuleerde recepturen die afwijken van de repen en eitjes die we in de winkelrekken vinden. 

Eén ‘umbrella review’** verzamelde bewijs uit meerdere systematische reviews en vond wel een verband tussen het eten van chocolade en een lager cardiovasculair risico, beroerte en diabetes. Maar de review besloot dat de bewijskracht zwak was omdat dit verband niet duidelijk kon worden toegeschreven aan het eten van de chocolade.

Wel of niet kiezen voor puur?

Cacao kan dan wel interessante voedingsstoffen bevatten, maar chocolade, puur of niet, blijft een vet en suikerrijk product, in wisselende hoeveelheden.

In tegenstelling tot andere voedingsmiddelen waar de vervanging van suiker door zoetstoffen een belangrijke energieverlaging betekent is dit totaal anders voor chocolade. Zelfs varianten zonder toegevoegde suikers blijven bijna even calorierijk als het standaard product.

We maken in België waarschijnlijk de beste chocolades ter wereld, geniet er dus van, met mondjesmaat.

* Hoge Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor België – 2016. Brussel: HGR; 2016. Advies nr. 9285
** https://www.clinicalnutritionjournal.com/article/S0261-5614(18)30204-8/abstract

photo-lut

Wie is Lut Van Lierde?

Lut Van Lierde is diëtiste-voedingsdeskundige (Institut Paul Lambin – HH Vinci) en auteur van het boek ‘Ligne’, uitgegeven bij Soliflor. Voorheen was ze 20 jaar werkzaam als kader in de voedingsindustrie.

Lut Van Lierde werkt als klinische diëtiste in haar praktijk in Brussel waartoe ze haar methode ‘Sensitive Nutrition’ ontwikkelde. Als zelfstandige diëtiste verleent ze advies aan bedrijven, zo o.a. aan Le Pain Quotidien waarvoor ze de ‘Better Choice Criteria’ opstelde die de gezondere keuzes op het menu aangeven. Ze maakt voedingswetenschap graag boeiend en hapklaar.

Een quote van haar: “Wetenschappelijke informatie vertalen naar het bord is het Olympisch Minimum voor een diëtist.

De glycemische index begrijpen

De glycemische index wordt soms aanbevolen als een handig hulpmiddel om pieken in de bloedsuikerspiegel te voorkomen, die de opslag van vet bevorderen. Maar om dit goed te begrijpen en te gebruiken, is wat uitleg nodig.

Het effect van een maaltijd op de bloedsuikerspiegel

Als de bloedsuikerspiegel of het suikergehalte in het bloed stijgt na een maaltijd of een tussendoortje, komt dat doordat koolhydraten na de vertering worden omgezet in glucose die in het bloed terechtkomt. De glycemische index (GI) geeft aan hoe snel een voedingsmiddel of drankje de bloedsuikerspiegel (glycemie) doet stijgen: hoe hoger de GI, hoe sneller de bloedsuikerspiegel stijgt. Een sterke stijging van de bloedsuikerspiegel leidt echter tot een aanzienlijke afgifte van insuline. Dit heeft als nadeel dat ongebruikte energie in de vorm van vet wordt opgeslagen. Kortom, het bevordert de omzetting van glucose in vet. Daarom wordt bij sommige methoden voor gewichtsbeheersing aangeraden om de voorkeur te geven aan voedingsmiddelen met een lage of gemiddelde GI. Bovendien is bij diabetici de insulineproductie onvoldoende, waardoor extra aandacht nodig is om sterke stijgingen van de glycemie te beperken.

De glycemische index is vast, de bloedsuikerspiegel is variabel

De glycemische index van voedingsmiddelen wordt berekend voor een vaste hoeveelheid verteerbare koolhydraten (dus exclusief vezels), namelijk 50 gram. De GI van een voedingsmiddel verandert dus niet. Echter, hetzelfde voedingsmiddel kan zeer verschillende effecten hebben op de bloedsuikerspiegel, afhankelijk van:

  • De geconsumeerde hoeveelheid: hoe groter de hoeveelheid, hoe groter het effect op de bloedsuikerspiegel
  • De context van de maaltijd: een voedingsmiddel of drankje dat apart wordt geconsumeerd, buiten de maaltijden (op een lege maag), heeft een sneller effect op de bloedsuikerspiegel dan wanneer het tijdens een maaltijd wordt ingenomen. De mix van voedingsstoffen in de maag vertraagt namelijk de maaglediging en stelt zo het verschijnen van glucose in het bloed uit.

Om ook rekening te houden met de hoeveelheid geconsumeerde koolhydraten is het concept van de glycemische lading ontwikkeld.

Meer informatie over de glycemische index en de glycemische lading

Wat zijn de officiële aanbevelingen met betrekking tot de glycemische index?

De glycemische index wordt erkend als maatstaf en er bestaan zeer gedetailleerde tabellen. Er bestaat echter geen eensgezindheid over het werkelijke nut ervan voor de gezondheid. De meeste voedingsaanbevelingen van nationale of internationale instanties hechten slechts relatief belang, of zelfs helemaal geen belang, aan de glycemische index. De Wereldgezondheidsorganisatie bijvoorbeeld erkent de glycemische index als een indicator voor de kwaliteit van koolhydraten, maar geeft de voorkeur aan een alomvattende aanpak op basis van de consumptie van volwaardige en vezelrijke voedingsmiddelen: volkoren granen, groenten, fruit en peulvruchten. Het beperken van vrije suikers maakt ook deel uit van deze aanbevelingen. De organisatie beveelt niet aan om de GI systematisch op de etiketten van voedingsmiddelen te vermelden (zoals soms gebeurt in bepaalde landen zoals de Verenigde Staten en Australië), omdat het bewijs dat de GI op zichzelf leidt tot een vermindering van niet-overdraagbare ziekten als te zwak wordt beschouwd.

Lees ook: Wat zijn “vrije suikers”?

Caloriearme zoetstoffen en de glycemische index

Ongeacht het belang dat aan de glycemische index van voedingsmiddelen wordt gehecht, weet dat de vervanging van suiker door caloriearme zoetstoffen leidt tot een duidelijke verlaging van de glycemische index. En dat is normaal, aangezien caloriearme zoetstoffen niet worden omgezet in bloedglucose en daardoor geen invloed hebben op de bloedsuikerspiegel. Dit is vooral duidelijk bij frisdranken, waar alle suikers kunnen worden vervangen door caloriearme zoetstoffen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft trouwens een gezondheidsclaim goedgekeurd waarin staat dat de stijging van de bloedsuikerspiegel na het eten van een product lager is als suiker wordt vervangen door een zoetstof.

Wilt u meer weten over de glycemische index van verschillende dranken
Klik hier

Referentie:
WHO updates guidelines on fats and carbohydrates ; 17 July 2023 

Minder suiker:
de angsten van consumenten

Veel consumenten willen minder suiker in hun voeding, maar zijn bang voor caloriearme zoetstoffen. Dat blijkt uit een studie* die het BRC heeft uitgevoerd bij 1000 consumenten in België.

In 2023 kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan dat haar agentschap voor voedselveiligheid, het JECFA (gezamenlijk FAO/WHO-comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven), eraan herinnerde dat aspartaam veilig is in de toegestane en geconsumeerde hoeveelheden. Tegelijkertijd met deze aankondiging heeft een ander agentschap van de WHO, het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), aspartaam geclassificeerd als “mogelijk kankerverwekkend” (categorie 2B, dezelfde categorie als ingemaakte groenten en aloë vera). Deze categorie komt overeen met onvoldoende bewijs bij de mens, aangezien het bewijs voor kankerverwekkendheid hoger is voor categorie 2A – waartoe bijvoorbeeld rood vlees en heet water behoren – en nog hoger voor categorie 1, waartoe alcoholische dranken en charcuterie behoren. Helaas heeft de classificatie van het IARC alle aandacht gekregen en indruk gemaakt, waardoor er een bijzonder wantrouwen jegens deze zoetstof is ontstaan. Dit komt ook tot uiting in deze studie over het gedrag van consumenten ten aanzien van suiker en zoetstoffen.

Lees ook: Is aspartaam kankerverwekkend? Niet zo snel!

Aspartaam is soms enger dan suiker!

Uit een eerder onderzoek dat in 2023 kort na het IARC-rapport werd uitgevoerd, blijkt dat meer dan 1 op de 3 consumenten (36%) ten onrechte van mening is dat aspartaam “waarschijnlijk ‘ of ‘zeker’ kankerverwekkend is, en slechts 17% geeft aan dat het geen kanker veroorzaakt mits de aanvaardbare dagelijkse inname wordt gerespecteerd (wat echter het advies is van voedselveiligheidsinstanties in Europa en de rest van de wereld). Meer dan één op de twee personen (54%) denkt dat de veiligheidsinstanties aanbevelen om aspartaam te vermijden, wat niet het geval is. Van de mensen die zeggen dat ze zich op zijn minst enigszins zorgen maken over aspartaam, zegt 45% dat ze zullen stoppen met het drinken van dranken die aspartaam bevatten en zullen overschakelen op iets anders. En in 1 op de 3 gevallen is ‘iets anders’ een drankje met suikers in plaats van aspartaam.

Voor het gewicht: vooral suikers verminderen

In de 2026-studie vinden 7 op de 10 deelnemers gewichtsbeheersing belangrijk. Om dit te bereiken, geven de deelnemers aan dat ze in de eerste plaats hun suikerconsumptie proberen te verminderen (87%), gevolgd door vetten (83%) en calorieën (74%).  Om suiker te verminderen, is de meest gebruikte strategie het verminderen van de frequentie van de consumptie van suikerhoudende voedingsmiddelen en dranken (63%), het verminderen van de portiegrootte (40%) en het vervangen van suiker door caloriearme zoetstoffen (34%). Hoewel 1/3 van de deelnemers die hun suikerinname willen verminderen het ermee eens is dat mensen nooit suikerhoudende dranken zouden moeten drinken, maar alleen water, bevestigt 61 % van hen dat ze willen genieten van de zoete smaak en geven toe dat ze minstens één keer per maand een suikerhoudende drank drinken (en 26 % elke week).

Lees ook: Zoetstoffen & gewicht: houd rekening met het plateau-effect!

Zoetstoffen: de verschillen tussen het noorden en het zuiden

Hoewel België een klein land is, worden caloriearme zoetstoffen in het noorden en het zuiden heel anders bekeken. Zo geven meer Franstaligen aan dat ze suiker niet vervangen door caloriearme zoetstoffen (52 %) dan Nederlandstaligen (42 %), en dat ze geen producten met caloriearme zoetstoffen kiezen (42 % tegenover 31 %). Bovendien vindt 41 % van de Franstaligen dat ze vrijwel niets weten over caloriearme zoetstoffen, tegenover 34 % van de Nederlandstaligen. De risicobeoordeling loopt tegengesteld aan de kennis: in het noorden wegen de voordelen van caloriearme zoetstoffen (52 %) zwaarder dan de risico’s (46 %), terwijl in het zuiden de risico’s van caloriearme zoetstoffen (46 %) zwaarder wegen dan de voordelen (33 %).

Angst voor kunstmatige producten nog steeds op de eerste plaats

Waarom zijn caloriearme zoetstoffen zo beangstigend, terwijl ze onder streng toezicht staan van gezondheidsinstanties om hun veiligheid te garanderen? Meer dan de helft (56 %) van de deelnemers noemt vooral het kunstmatige karakter. Een angst die niet rationeel is, aangezien het natuurlijke of kunstmatige karakter niets verandert aan de beoordeling van de veiligheid van een stof…

Een ander opvallend feit: bijna 1 op de 2 personen (48 %) beweert dat caloriearme zoetstoffen kanker kunnen veroorzaken. Ten slotte is meer dan 1 op de 3 personen (36 %) van mening dat ze schadelijk zijn voor de darmgezondheid (terwijl uit de SWEET-studie bij mensen is gebleken dat zoetstoffen een positief effect hebben op het darmmicrobioom…). De smaak van caloriearme zoetstoffen wordt door een op de vier personen (26%) bekritiseerd. Opvallend is dat degenen die de risico’s van caloriearme zoetstoffen het meest onderkennen, vaker de voorkeur geven aan suikerhoudende dranken boven caloriearme of calorievrije dranken.

Deze gegevens tonen aan hoe belangrijk het is om betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie te verstrekken over caloriearme zoetstoffen. Bijna 8 op de 10 respondenten (78%) vinden trouwens dat de officiële instanties hen duidelijk moeten informeren over het al dan niet veilig zijn van zoetstoffen.

Lees ook: Zijn ‘natuurlijke’ stoffen betrouwbaarder?

 * Onderzoek uitgevoerd door het onderzoeksbureau Brand and Reputation Collective onder 1.000 consumenten in België, tussen 22 en 30 januari 2026. De steekproef van het onderzoek was representatief voor de nationale bevolking wat betreft geslacht, leeftijd en regio. Het onderzoek werd uitgevoerd in het Frans en het Nederlands.

Een effectieve bondgenoot bij het afvallen

Kilo’s kwijtraken is lastig, maar vermijden dat je terug bijkomt is nog moeilijker. Het beruchte jojo-effect ligt op de loer. Toch is er goed nieuws voor wie met overgewicht kampt: een nieuwe internationale lange-termijnstudie toont duidelijk aan dat laagcalorische zoetstoffen wel degelijk kunnen bijdragen tot blijvend gewichtsverlies.

Diëtiste-voedingsdeskundige en auteur Lut Van Lierde analyseert, op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten, de rol van caloriearme zoetstoffen bij gewichtsbeheersing.

“SWEET” is de gepaste naam van deze gerandomiseerde gecontroleerde studie, waaraan 341 volwassenen in vier Europese landen deelnamen. Zij werden opgesplitst in twee groepen en nauwkeurig opgevolgd tijdens een periode van twaalf maanden. De onderzoekers wilden nagaan welke invloed de vervanging van suiker door laagcalorische zoetstoffen heeft op gewichtsschommelingen en op de samenstelling van de darmmicrobiota.  In totaal voltooiden 203 volwassenen de trial, ruim voldoende voor robuuste conclusies.  

Professor Ellen Blaak (Universiteit Maastricht), één van de hoofdauteurs van studie, lichtte de resultaten onlangs aan ons toe.  

De deelnemers volgden eerst een begeleid dieet waarbij ze in twee maanden tijd minimaal vijf procent van hun startgewicht verloren. Daarna volgde één groep tien maanden lang het advies om zoveel mogelijk toegevoegde suiker te vervangen door laagcalorische zoetstoffen (gesuikerde frisdranken door zero-varianten, klassieke koekjes door versies zonder suiker, enz.), terwijl de andere groep geen gebruik maakte van zoetstoffen. 

Wat bleek? Hoewel beide groepen na afloop van het dieet opnieuw bijkwamen, behield de groep die laagcalorische zoetstoffen gebruikte een significant groter gewichtsverlies dan de groep die enkel suiker gebruikte.  Het verschil bedroeg gemiddeld 1,6 kg aan het einde van de trial-periode. Bij degenen met de hoogste therapietrouw bedroeg het verschil zelfs 3,7 kg: hoe consequenter de deelnemers kozen voor zoetstoffen, hoe groter het gewichtsverlies. Daarnaast werden in de darmmicrobiota van de deelnemers in de zoetstoffen-groep ook meer bacteriën teruggevonden die korte vetzuurketens produceren, wat eveneens geassocieerd wordt met een positief effect op de gezondheid.

De studie van professor Blaak en haar collega’s werpt nieuw licht op het nut van laagcalorische zoetstoffen als ondersteuning voor blijvend gewichtsverlies bij mensen met overgewicht. Toegevoegde suikers vermijden blijft één van de meest toegepaste strategieën om af te vallen, maar het is ook een lastige richtlijn om vol te houden. Door gebruik te maken van zoetstoffen, wordt dit makkelijker en neemt de kans op succes toe.

Wie weet, misschien krijgt “dieet” opnieuw de oorspronkelijke betekenis die de oude Grieken eraan gaven: geen vermageringskuur, maar een gezonde levenswijze in alle facetten. Niet voor een tijdje, maar levenslang.  Als laagcalorische zoetmiddelen ons daar een handje bij kunnen helpen, is dat mooi meegenomen.

Lees ook : Caloriearme zoetstoffen, nuttig voor het behoud van gewichtsverlies

photo-lut

Wie is Lut Van Lierde?

Lut Van Lierde is diëtiste-voedingsdeskundige (Institut Paul Lambin – HH Vinci) en auteur van het boek ‘Ligne’, uitgegeven bij Soliflor. Voorheen was ze 20 jaar werkzaam als kader in de voedingsindustrie.

Lut Van Lierde werkt als klinische diëtiste in haar praktijk in Brussel waartoe ze haar methode ‘Sensitive Nutrition’ ontwikkelde. Als zelfstandige diëtiste verleent ze advies aan bedrijven, zo o.a. aan Le Pain Quotidien waarvoor ze de ‘Better Choice Criteria’ opstelde die de gezondere keuzes op het menu aangeven. Ze maakt voedingswetenschap graag boeiend en hapklaar.

Een quote van haar: “Wetenschappelijke informatie vertalen naar het bord is het Olympisch Minimum voor een diëtist.

Caloriearme zoetstoffen, nuttig voor het behoud van gewichtsverlies

Een gerandomiseerde, gecontroleerde klinische studie toont aan dat langdurige vervanging van suiker door caloriearme zoetstoffen het gewichtsverlies bevordert en tegelijkertijd een gunstig effect heeft op de darmmicrobiota.

Waarom suiker vervangen door caloriearme zoetstoffen?

Wanneer caloriearme zoetstoffen worden gebruikt in plaats van suiker, kan de energie-inname worden verminderd, wat een bescheiden maar significante gewichtsverlies bevordert. Toch is er nog steeds discussie over hun rol. Sommige observationele studies hebben een verband aangetoond tussen de consumptie van zoetstoffen en obesitas, wat soms leidt tot de onjuiste conclusie dat deze producten gewichtstoename bevorderen.

Het is belangrijk om te onthouden dat observationele studies geen causaal verband kunnen aantonen. Dit verband, dat in dit soort onderzoeken wordt aangetroffen, kan grotendeels worden verklaard door het feit dat mensen met overgewicht of diabetes type 2 vaker hun suikerconsumptie willen verminderen en daarom kiezen voor alternatieven zonder toegevoegde suikers.

Daarentegen onderscheidt de huidige studie, SWEET (Sweeteners and Sweetness Enhancers: Prolonged Effects on Health, Obesity and Safety), zich juist door het hoge bewijsniveau, aangezien het een gerandomiseerde gecontroleerde studie betreft, de gouden standaard in klinisch onderzoek.

Een belangrijk onderzoek naar gewicht en darmmicrobiota

De SWEET-studie, gepubliceerd in het tijdschrift Nature Metabolism, evalueerde de langetermijneffecten van caloriearme zoetstoffen en zoete smaakversterkers* op het lichaamsgewicht en de darmmicrobiota bij mensen met overgewicht of obesitas.

Methodologie:

  • 341 volwassenen en 38 kinderen met overgewicht of obesitas.
  • Startfase voor volwassenen: 2 maanden energiebeperking met een doelstelling van ≥ 5 % gewichtsverlies
  • Onderhoudsfase van 10 maanden voor deelnemers die het doel hebben bereikt: willekeurige verdeling in twee groepen:
    • Groep zoetstoffen (140 deelnemers): vervanging van suiker in voedingsmiddelen en dranken door caloriearme zoetstoffen
    • Controlegroep (137 deelnemers): geen zoetstoffen
  • In beide groepen moesten de toegevoegde suikers tot het einde minder dan 10 % van de totale energie-inname bedragen

Een aanzienlijk lagere gewichtstoename

Na twee maanden gewichtsverlies waren de deelnemers gemiddeld 10 kg afgevallen, wat neerkomt op ongeveer 10% van hun lichaamsgewicht.

Tijdens de stabilisatieperiode kwamen de deelnemers geleidelijk weer aan, wat meestal het geval is na een periode van gewichtsverlies. Ze behielden echter allemaal een gewichtsverlies van meer dan 5 % van hun lichaamsgewicht, maar met een verschil tussen de twee groepen: de gewichtstoename bleek significant lager te zijn in de groep die zoetstoffen consumeerde dan in de controlegroep:

Na 1 jaar:

  • Groep zoetstoffen: –7,2 kg behouden
  • Controlegroep: –5,6 kg behouden
  • Verschil: +1,6 kg in het voordeel van de groep die zoetstoffen gebruikte

Bovendien werd de suikerinname in de groep zoetstoffen gehalveerd ten opzichte van de andere groep, wat de daadwerkelijke doeltreffendheid van de vervanging bevestigt.

Gunstige effecten op de darmmicrobiota

Vrijwel alles wat we consumeren heeft invloed op de darmmicrobiota. De hamvraag is dus niet of deze verandert, maar of deze veranderingen gunstig of schadelijk zijn. Dit is een punt dat de onderzoekers ook in deze studie hebben onderzocht.

Het resultaat: ze constateerden in de groep die zoetstoffen gebruikte vrij gunstige veranderingen in de darmmicrobiota.

Wetenschappers hebben namelijk een grotere hoeveelheid bacteriën waargenomen die korteketenvetzuren produceren, die worden geassocieerd met een betere metabolische regulering. Volgens de auteurs zou dit effect op de microbiota bovendien kunnen bijdragen aan de betere resultaten die zijn behaald op het gebied van gewichtsbehoud. Er werden geen effecten van dysbiose (onbalans in de darmmicrobiota, zoals een afname van ‘goede’ bacteriën, een toename van ‘slechte’ bacteriën en/of een afname van de diversiteit) en geen cardiometabole effecten waargenomen bij het gebruik van zoetstoffen.

Sterk bewijs om rekening mee te houden

Deze studie, die tot op heden een van de grootste gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken is, levert dus sterk en hoogwaardig bewijs voor een gunstige rol van langdurig gebruik van caloriearme zoetstoffen bij gewichtsbeheersing.

Deze resultaten stellen de voorwaardelijke aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2023 ter discussie, waarin het gebruik van zoetstoffen voor gewichtsbeheersing werd afgeraden vanwege een mogelijk cardiometabool risico.

Integendeel, dit onderzoek toont aan dat de integratie van caloriearme zoetstoffen in een gezond, suikerarm dieet:

  • het behoud van gewichtsverlies bevordert
  • de cardiometabole gezondheid niet aantast
  • de darmmicrobiota niet aantast

In dezelfde uitgave geven specialisten Sarah Schmitz en Louis Aronne (Comprehensive Weight Control Center, Division of Endocrinology, Diabetes & Metabolism, Weill Cornell Medicine, New York) commentaar op de reikwijdte van deze ontdekking in een artikel getiteld “The SWEET spot for weight maintenance”:

“De SWEET-studie bevestigt dat het vervangen van suiker door zoetstoffen en zoete smaakversterkers in voedingsmiddelen en dranken kan bijdragen tot gewichtsbehoud en geen nadelige invloed lijkt te hebben op de cardiometabole gezondheid over een periode van een jaar.”

*Zoete smaakversterkers zijn stoffen die in lage doses zelf geen zoete smaak hebben, maar die de waarneming van de suiker die al in een voedingsmiddel of drank aanwezig is, kunnen versterken. Sommige, zoals thaumatine en neohesperidine DC, worden in de Europese regelgeving toch als zoetstoffen geclassificeerd.

Wetenschappelijke referenties:
Pang M.D. et al. Nat Metab. 2025 Oct 7. https://doi.org/10.1038/s42255-025-01381-z
• Schmitz S., Aronne L. Nat Metab 2025 Oct 7. https://doi.org/10.1038/s42255-025-01382-y

Diabetes: water is niet beter dan light-/zero-dranken!

Water is de meest aanbevolen drank. Maar heeft het bij diabetes voordelen voor de bloedsuikerspiegel en het gewicht om light-/zero-dranken te vervangen door water? Deze grondige studie toont aan dat dit niet het geval is.

Light-/zero-dranken vervangen door water: de “SODAS”-studie

Deze studie, gepubliceerd in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Diabetes Care (het officiële tijdschrift van de American Diabetes Association), kreeg de naam “SODAS”. Niet omdat het gefinancierd werd door de frisdrankindustrie – het werd volledig gefinancierd door het National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases (National Institutes of Health) – maar omdat het de afkorting is van “Study of Drinks with Artificial Sweeteners in People with T2D”. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Californië in Irvine en de Universiteit van Minnesota in Minneapolis volgens een strikt protocol. Ze wilden nagaan in hoeverre het voor mensen met diabetes type 2 beter was om water te drinken in plaats van light-/zero-dranken zonder suikers. Het minste wat we kunnen zeggen is dat ze verrast waren door de resultaten…

24 weken om de evolutie van de bloedsuikerspiegel te volgen

In deze studie1 werden 181 volwassenen met diabetes type 2 die regelmatig suikervrije light-/zero-dranken consumeerden, willekeurig verdeeld over twee groepen: de ene groep bleef zoals gewoonlijk suikervrije light-/zero-dranken consumeren (controlegroep), de andere groep verving de light-/zero-dranken door water (bruisend of plat, maar zonder smaakstoffen).

De dagelijkse consumptie bedroeg 24 ounce (ongeveer 710 ml) suikervrije light-/zero-dranken. Deze interventie duurde 24 weken, zodat er een beeld kon worden gevormd van de ontwikkeling van de belangrijkste parameters. 179 personen voltooiden het onderzoek, wat een hoog percentage is voor dit soort onderzoeken.

In tegenstelling tot de oorspronkelijke hypothese van de onderzoekers, namelijk dat het beter zou zijn om over te stappen op water, was er geen verbetering in de markers voor de bloedsuikerspiegel bij mensen die suikervrije light-/zero-dranken hadden vervangen door water. Integendeel, er was zelfs een lichte stijging van de belangrijkste gemeten marker: geglyceerd hemoglobine, dat de bloedsuikerspiegel van de afgelopen 3 maanden weergeeft. Deze steeg van 7,20% naar 7,44% in de groep die water kreeg toegewezen (terwijl deze in de groep die light-/zero-dranken kreeg toegewezen zeer licht daalde, van 7,19% naar 7,14%).

Resultaten die de huidige aanbevelingen niet bevestigen

Dezelfde trend geldt voor andere bloedglucosemarkers. Zo bleef het fructosaminegehalte – dat de gemiddelde bloedglucosespiegel van de afgelopen 2 tot 3 weken weergeeft – onveranderd in de groep die light-/zero-dranken dronk, en steeg het zelfs licht in de groep die water dronk, met een gemiddeld verschil van 6,22 µMol/l. Het gemiddelde nuchtere glucosegehalte gemeten gedurende 24 weken steeg van 147,5 mg/dl naar 149,2 mg/dl in de groep die light-/zero-dranken dronk en van 147,6 mg/dl naar 153,7 mg/dl in de groep die water dronk, wat ook hier een minder gunstige ontwikkeling voor water betekent.

De auteurs merken ook op dat het gewicht stabiel bleef in de ‘water’-groep, terwijl het licht daalde in de light-/zero-drankengroep: het gemiddelde verschil in verandering wordt geschat op 1,11 kg ten opzichte van de ‘water’-groep.

De auteurs concluderen logischerwijs dat hun resultaten suggereren dat bij diabetici die gewoonlijk suikervrije light-/zero-dranken consumeren, het vervangen ervan door water geen verbetering oplevert in klinische metingen met betrekking tot de bloedsuikerspiegel of het gewicht gedurende 24 weken. En dat, in tegenstelling tot hun hypothese, patiënten die light-/zero-dranken door water hebben vervangen, zelfs een toename van geglyceerd hemoglobine hebben die als “klinisch en statistisch significant” wordt beschouwd.

Ze stellen dat de resultaten in tegenspraak zijn met de hypothese en niet in overeenstemming zijn met de huidige aanbevelingen voor medische voedingstherapie en voeding voor mensen met T2D.

Een belangrijk onderzoek met weinig media-aandacht

Vreemd genoeg haalde deze studie, die wetenschappelijk gezien zeer solide is en waarvan de resultaten belangrijk zijn, vooral voor veel mensen met diabetes type 2, niet de krantenkoppen (terwijl veel alarmerende studies, die aanzienlijk minder solide zijn, dat wel gemakkelijk doen).

In een artikel op de2 website Vie Associative2 verbaast redacteur Julien zich hierover: “Deze studie, die toch grondig is, heeft bijna geen aandacht gekregen in de media, in tegenstelling tot studies die suggereren dat zoetstoffen slecht zijn voor de gezondheid, en waarvan het bewijs nooit erg solide is.” Hij sprak met een beroemde epidemioloog: Gidean Meyerowitz-Katz van de Universiteit van Wollongong (Australië), gespecialiseerd in diabetes. Over deze studie, waaraan hij niet heeft meegewerkt, zegt hij: “Deze studie is veel grondiger dan de meeste wetenschappelijke gegevens die in de media worden gepubliceerd.” Hij voegt hieraan toe dat er in het slechtste geval geen verschil is tussen suikervrije light-/zero-dranken en water als het gaat om het onder controle houden van diabetes. In het beste geval zouden light-/zero-dranken iets beter kunnen zijn.

  1. Odegaard A O et al. Diabetes Care 2026;49(2):239-246. https://doi.org/10.2337/dc25-1516
  2. Vie Associative, 23 januari 2026. Link naar het artikel

Meer genieten met minder toegevoegde suikers

Wist je dat het verminderen van toegevoegde suikers in je voeding niet ten koste van de smaak hoeft te gaan?

Michaël Sels, chef-kok, diëtist en voedingswetenschapper aan het UZ Antwerpen, geeft ons tips om suiker op een lekkere manier te vervangen en tegelijkertijd essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen.

Te veel suiker eten heeft een negatieve invloed op de gezondheid. De bloedsuikerspiegel kan gemakkelijker schommelen en dat kan de kans op overgewicht en obesitas verhogen. Zwaarlijvigheid verhoogt op haar beurt het risico op hart- en vaatziekten en bepaalde typen kanker. Toegevoegde suikers in je voeding beperken is dus noodzakelijk.

Vervangen is beter dan vermijden

Toegevoegde suikers verminderen betekent niet per se dat je alleen maar dingen moet vermijden of weglaten. “Toch is dat de manier waarop veel mensen daarnaar kijken,” zegt Michaël Sels, chef-kok, diëtist en voedingswetenschapper aan het UZ Antwerpen. “Het is moeilijk om daar enthousiast van te worden. Probeer het dus eens om te keren. Probeer meer goede dingen toe te voegen. Dan heb je ook meteen het voordeel dat je meer goede voedingsmiddelen hebt gegeten.”

Zo kan je bijvoorbeeld de verhoudingen veranderen door extra gestoofd witloof aan je (feestelijk) gerecht toe te voegen en een kleinere portie bessenconfituur (een koffielepel in plaats van een soeplepel) bij het wild op je bord te leggen. De confituur vervangen door zoete groenten zoals pompoen en pastinaak is ook een goede optie.

Hetzelfde geldt voor desserten: vervangen is beter dan vermijden. Vervang dus suiker door caloriearme zoetstoffen om de zoete smaak te behouden en jezelf te kunnen verwennen. Maar Michaël Sels herinnert ons eraan dat koken met zoetstoffen wel anders is dan met suiker. “Als je kijkt naar de functie van suiker in een gerecht is dat niet alleen de zoete smaak geven. Suiker heeft bijvoorbeeld ook een invloed op de textuur en de kleur. Denk aan het karamelliseren van suiker. Je moet er dus voor zorgen dat je zoetstoffen gebruikt die deze eigenschappen nabootsen zodat je een bevredigend eindresultaat kan bereiken.” Naast hun zoete smaak bieden caloriearme zoetstoffen nog een ander belangrijk voordeel: ze helpen de stijging van de bloedsuikerspiegel na de maaltijd of het tussendoortje te beperken.

Lees ook:
De tips van Michaël Sels voor 100% geslaagde recepten met zoetstoffen

Een zoet winterrecept zonder toegevoegde suikers

Michaël Sels deelt een heerlijk recept voor koekjes om van te genieten bij het haardvuur: chocoladesinaasappelkoekjes van zwarte bonen. Ze bevatten geen toegevoegde suikers en zijn ook een onverwachte bron van plantaardige eiwitten. “De kracht van dit recept is dat het peulvruchten bevat,” zegt Michaël Sels. “De gemiddelde Belg eet heel weinig peulvruchten en heel wat mensen hebben weinig inspiratie om iets met peulvruchten te doen. Het zijn nochtans heel zinvolle voedingsmiddelen om in ons eetpatroon te integreren. Peulvruchten aan dessert en tussendoortjes toevoegen is een goede manier om er meer van te eten.”

Naast plantaardige eiwitten bevat het recept ook vezels uit gedroogd fruit. Vezels helpen om de spijsvertering te vertragen wat goed is voor een stabielere bloedsuikerspiegel.

Lees meer over Michaël Sels op LinkedIn:
www.linkedin.com/in/michaelsels

Chocoladesinaasappelkoekjes van zwarte bonen

Voor 15 tot 20 koekjes:

Bereidingstijd: 15 minuten
Baktijd: 15 minuten

Bonen in een koekje? Het klinkt misschien wat gek, maar het resultaat is FANTASTISCH! De combinatie van chocolade en sinaasappel zorgt bovendien voor een smaakexplosie die doet denken aan de geliefde Pims-koekjes.

Ingrediënten:

  • 50 g margarine
  • 50 g pure chocolade
  • 6 eetlepels versgeperst sinaasappelsap
  • 2 eetlepels geraspte sinaasappelschil
  • 100 g gedroogde abrikozen
  • 400 g (1 blik) zwarte bonen
  • 85 g pindakaas
  • 25 g suikervervanger op basis van steviolglycosiden (1:1)
  • 1 tl bakpoeder
  • 50 g volkorenmeel
  • 2 eetlepels cacaopoeder

Zo ga je aan de slag:

  • Verwarm de oven voor tot 180 °C.
  • Smelt de margarine met de in stukjes gebroken chocolade op een laag vuur.
  • Doe het sinaasappelsap, de sinaasappelzeste en de abrikozen in de blender en mix fijn. 
  • Giet de bonen in een zeef of vergiet en spoel onder stromend water. Laat uitlekken.
  • Doe de bonen, de pindakaas en de suikervervanger bij de abrikozen en mix tot een glad mengsel. Giet er de gesmolten chocolade bij en mix goed.
  • Meng het volkorenmeel, het cacaopoeder en het bakpoeder.
  • Meng de natte met de droge ingrediënten.
  • Verdeel het deeg in 15 tot 20 bolletjes. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Leg er de bolletjes op, druk ze plat met de achterkant van een lepel en bak 12 tot 15 minuten in de voorverwarmde oven.

In het Verenigd Koninkrijk bevestigen 3 toonaangevende instanties het nut van calorierame zoetstoffen

In het Verenigd Koninkrijk hebben drie gezondheids- en voedingsinstanties zich positief uitgesproken over het nut van caloriearme zoetstoffen om de consumptie van toegevoegde suikers te verminderen.

Zeven jaar na hun laatste gezamenlijke verklaring uit 2018 publiceren drie gezondheids- en voedingsinstanties in het Verenigd Koninkrijk (de British Dietetic Association, de British Nutrition Foundation en Diabetes UK) een nieuw ‘Position statement’ over caloriearme zoetstoffen1. De experten van deze instellingen hebben de meest recente wetenschappelijke gegevens over dit onderwerp geëvalueerd, rekening houdend met de aandachtspunten en bezorgdheden van het grote publiek. Het doel hiervan is om betrouwbare en actuele informatie over dit onderwerp te verstrekken aan gezondheidsprofessionals, evenals geactualiseerde aanbevelingen te geven aan onderzoekers, beleidsmakers en de voedingsindustrie.

In dit werk erkennen de drie agentschappen de voordelen van caloriearme zoetstoffen als een positieve keuze voor mensen met diabetes en mensen die hun suikerconsumptie willen beperken. Bovendien zijn zij van mening dat de vervanging van suikers door caloriearme zoetstoffen een positieve rol kan spelen bij gewichtsbeheersing.

Lees ook: Een zoetstof onder de loep: de ADI van acesulfaam-K wordt naar boven bijgesteld

“Er bestaan veel mythes en misvattingen over zoetstoffen, zelfs onder gezondheidswerkers. Het is echter van essentieel belang dat we patiënten persoonlijk advies geven dat gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs. Deze verklaring, samen met het ondersteunende informatieblad, is bedoeld om ons te helpen dit doel te bereiken. ” Paul McArdle, voorzitter van de raad van bestuur van de British Dietetic Association en medeauteur van het rapport2

De verklaring bevestigt opnieuw de veiligheid van zoetstoffen

Eerste vaststelling: goedgekeurde caloriearme zoetstoffen worden als veilig beschouwd wanneer ze worden geconsumeerd binnen de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). Sinds het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie heeft verlaten, is het de Food Standards Agency (FSA) die verantwoordelijk is voor de beoordeling van de veiligheid van levensmiddelenadditieven, waaronder caloriearme zoetstoffen, in het Verenigd Koninkrijk. En de FSA heeft besloten om zich te blijven aansluiten bij het standpunt van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) met betrekking tot de veiligheid en het gebruik ervan.

De deskundigen hebben ook recente studies onderzocht naar een mogelijk verband tussen caloriearme zoetstoffen en verschillende vormen van kanker bij de mens. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat, over het algemeen, deze studies niet wijzen op een direct verband tussen de consumptie van caloriearme zoetstoffen binnen de aanbevolen limieten en het risico op kanker of sterfte door kanker. Het rapport vermeldt ook dat de huidige consumptie door de bevolking onder de ADI-grens ligt en dat het voor iemand met een normaal voedingspatroon uiterst moeilijk is om de ADI voor welke caloriearme zoetstof dan ook te bereiken.

Lees ook: Voedseladditieven staan onder streng toezicht

Het tweede punt van het rapport is belangrijk, omdat het een reactie is op het WHO-rapport uit 2023, waarin caloriearme zoetstoffen niet werden aanbevolen als strategie om gewicht te verliezen. Na bestudering van recente gegevens concluderen de deskundigen dat caloriearme zoetstoffen deel kunnen uitmaken van een strategie voor gewichts- en diabetesbeheersing, maar benadrukken zij dat zoetstoffen op zichzelf geen oplossing zijn. Met andere woorden, zoetstoffen zijn geen wondermiddel maar kunnen nuttig zijn als aanvulling op andere maatregelen.

De experten benadrukken dat gezonde en evenwichtige eetgewoonten, waarbij suikers, verzadigde vetzuren en zout worden beperkt en de voorkeur wordt gegeven aan vezels (fruit, groenten, volkoren granen), essentieel blijven.

Ze voegen eraan toe dat voor regelmatige consumenten van suikerhoudende dranken (dranken met toegevoegde suikers) suikervrije dranken met caloriearme zoetstoffen (light/zero dranken zonder suikers) een nuttig alternatief kunnen zijn, vooral voor mensen met een hoog risico op diabetes type 2. Water blijft natuurlijk de beste keuze, maar gezoete dranken zonder suiker kunnen een geleidelijke overgang naar een verminderde consumptie van dranken met toegevoegde suikers begeleiden.

Lees ook: De WHO publiceert een rapport over zoetstoffen

De essentiële rol van gezondheidsprofessionals

De gezamenlijke verklaring benadrukt de rol van gezondheidswerkers en het belang van individueel en wetenschappelijk onderbouwd advies. De aanbevelingen zijn als volgt:

  • Overwegen, indien van toepassing, om caloriearme zoetstoffen te gebruiken in een geleidelijke aanpak om de voedingskwaliteit te verbeteren en de consumptie van vrije suikers te verminderen, terwijl de keuze voor voedingsrijke voedingsmiddelen wordt aangemoedigd.
  • Caloriearme zoetstoffen mogen niet worden gebruikt als belangrijkste voedingswijziging om gewichtsbeheersing te bevorderen. Voedingsinterventies moeten gericht zijn op het verbeteren van de algemene voedingskwaliteit.
  • Voor diabetesbeheer kan de vervanging van vrije suikers, inclusief die in suikerhoudende dranken, door caloriearme zoetstoffen en met zoetstoffen gezoetesuikervrije dranken een effectieve strategie zijn om de inname van koolhydraten te verminderen en de postprandiale bloedsuikerspiegel te beheersen.
  • Mensen met diabetes aanmoedigen om de impact van de vervanging van vrije suikers door caloriearme zoetstoffen op de behandeling van hun diabetes en hun lichaamsgewicht in de gaten te houden.

Ten slotte benadrukt het rapport de noodzaak van verder onderzoek en betere gegevens om meer inzicht te krijgen in de consumptie van caloriearme zoetstoffen, voornamelijk in de context van de herformulering van voedingsmiddelen en dranken, en om de langetermijneffecten ervan op de gezondheid en het gedrag te blijven beoordelen.

Het volledige rapport vindt u hier

Referenties:
• British Dietetic Association, British Nutrition Foundation and Diabetes UK. Insight Document on Low- and No-Calorie Sweeteners. October 2025.
• British Dietetic Association. Low or no calorie sweeteners deemed safe in new position statement. 24 October 2025
.

Vragen over diabetes? Is een gezond gewicht een uitdaging? Of gewoon op zoek naar inspiratie om minder suiker te consumeren?